Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting B&B week 2 complete college aantekeningen (college afbeeldingen uitleg)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
38
Geüpload op
02-10-2018
Geschreven in
2017/2018

Dit documentje bevat 38 pagina's dat de gehele colleges van week 2 dekt. Plaatjes van colleges zijn samen met de betreffende uitleg gebundeld en daarom is het ook zo overzichtelijk en makkelijk leren.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 2: Spieren en zenuwen

C O L L EG E 1 – PAT I Ë N T D E M O N S T R AT I E N E RV E E N T R A P M E N T
De meest voorkomende zenuwknelling van het lichaam: Carpale Tunnel
Syndroom (CTS)
CTS is een compressie nervus medianus in CT.

De carpale tunnel is een anatomisch structuur. Geel is zenuw = nervus
medialus.
Medianus doen de eerste drie vinges en de helft van de ringvinder. De ulnaris
doet de ringvinger.
Aan de volaire/handzijde is de medianus 3,5 vinger.

Oorzaken:

• Overgewicht
• Zwangerschap
• Diabetes mellitus
• Menopauze
• Hypo/hyperthreoidie
• Reuma
• Radiusfractuur, perilunaire luxatie of ander trauma
• Arbeidsgerelateerd
• Afwijkingen in n. medianus zelf


Klachten:

• Tinteling: bloedvaten worden dichtgedrukt. Later geen tintellingen,
zenuwen zijn niet meer optimaal aan het werk, dan is het erger
geworden.
• Doof gevoel
• ’ s Nachts of in bepaald houding = knelling bloedvaten en zenuwen
• Schudden / wapperen (flick sign)
• Dingen laten vallen (= subjectief krachtsverlies)
• Verminderde oppositie

Eigenlijk gebeurt er dit: je zenuw knelt en zodoende wordt de ruimte kleiner. Vooral tijdens slapen, want pols ligt dubbel.

Altijd te maken met gevoel en beweging.
De motore tak = voorziet de duim, krijg je atrofie!

Diagnostiek CTS
- Anamnese; wanneer heeft u klachten, hoe lang, wat doet u er
tegen, welke vingers?,
- Provocatie testen; tikken op de pols, budda teken
- EMG/ZG studie; emg = elektro fysiologisch onderzoek. Je tekst
geleiding van de zenuw. Als de zenuw bekneld is, dan is de geleiding
minder snel.
- Echo; diameter van nervus
medianus meten doe je in de
carpale tunnel.




1

,Therapie CTS
- Conservatief: rust/ aanpassen/ oorzaken wegnemen. Nachtspalk. Injectie corticosteroiden (= ontstekingsremers kun je
inspuiten in de carpaal tunnel)

- Operatief: Decompressie. (Verplaatsen van de zenuw)

Complicaties
- Zenuwletsel: latrogeen
- Recidivering: onvoldoende ingreep (beginnende artsen die bang zijn), verlittekening of te lang gewacht met opereren dan krijg
je thenar atrofie

Andere perifere zenuw compressie syndromen:

Anatomische oorzaken:

Ø Nervus interosseus anterior syndroom
Ø Pronator syndroom
Ø Cubitale tunnel syndroom (elleboog) = n. ulnaris
Ø Kanaal van Gyon (pols) = n. ulnaris
Ø N. Radialis = m. Brachioradialis
Ø Tarsale tunnel syndoom = n. tibialis
Ø Meralgia paraestetica = n. cutaneus femoris lateralis

Niet anatomische oorzaken

Ø Paralyse des amoureux = n. ulnaris
Ø Saturday night palsy = n. radialis
Ø Theesalon klapvoet = n. peroneus
Ø Wielrenners handje = n. medianus en n. ulnaris




2

,C O L L EG E 2 - S P I E R F YS I O LO G I E ( 2 U U R )

Structuur van de cel
We hebben skeletspieren, gladde spieren en hartspieren. Gladspierweefsel en
hartspier hoef je niet te kennen voor dit tentamen.

Skeletspier
Skeletspieren heeft meer kernen en dat vrij uniek. Ontstaat tijdens de ontwikkeling
van de spier waarbij miyoblasen fuseren en heel lange spiercel ontstaan die dun zijn.
Die lopen van pees tot pees. Spiercel kunnen tientallen centimeters lang zijn en
tegelijkertijd heel dun. Om de spiercel zit bindweefsel. En zeer karakteristiek voor
skeletspier = dwarsgestreept. Dwarsstreping komt door a-bandjes. In de a-bandjes
zit myosine en geen actine. Myosine is het dikke filament. Myosine is licht gekleurd,
want er zitten filamenten in. Gebieden zonder filament = donker.

Hartspier heeft ook A-banden. Ze zijn wel kleiner korten en fuseren niet tijdens
ontwikkeling. Daar hebben meer mitochondriën.

Skeletspieren hebben satelleitspieren (stamcellen). Hartcelspieren hebben dat niet.
Satellietspieren zorgt voor regeneratie. Satellietspieren zijn soort slapende cellen,
kernen, zijn die om skeletspier zit en komt tot leven wanneer de functie uitvalt.


ß Gedeelte hiervan
komen terug op
tentamen. Linksboven
is een spier. In deze spier zitten vesikels, bundels spiecellen, met
daarom heen bindweefsel en daar omheen bloedvaten en
zenuwen etc. Spieren zitten via zenuwen vast aan botten en
doorgaans gaat dat door gewricht heen. In de spier zitten
spiercellen. In een spiercellen zitten myofibrinen. Dat bestaat uit
z-lijnen en a-banden. Tussen de z-lijnen zitten sarcomeren. Dat is
een contractiele eenheid en dat is alles wat je nodig hebt om
samen te trekken. Z-lijnen zijn eigenlijk de muren van de
sacromeer. De h-zone is het gebied waar geen dunne filamenten
zitten.
Het dunne filament is opgebouwd uit verschillende eiwitten. Zoals
actine. Actine is het eiwit waar myosine op vastgrijpt om samen te
trekken. Op actine filament/dunne filament en daar zit tropomine
of tropominefilament.
Verreweg een van de belangrijkste eiwitten is myosine (links onder). Steken koppen uit en die koppen kunnen oversteken van
dikke filament naar dunne filament en dus actine kunnen binden.

Wat is de dementie van de de spier?
Spiercel is: 50 micrometer dik. Ze zijn dun en lang.
Myofibril zijn een serie geschakeld sacromeren. Die zijn 1,5 micro meter dun.
Sacromeer afstand is belangrijk voor de afstand van dun naar dun fillament en heeft te maken met hoeveel kracht een cel kan
genereren.
Dikke filamenten is 1,6 micrometer lang.
Dunne filament: variëren en zijn 1,1 micrometer. Dus nogmaals: de lengte is belangrijk voor de kracht tussen overdracht van
dunne en dikke filamenten.
De afstand tussen dik en dun filament is 40 nano meter. Een myosine kop kan binden aan actine en daar dan zijn werk doen.




3

, A. Dikke filament met cross bridge: heet zo omdat
ze oversteken naar dunne filament. Op dikke:
myosine koppen die hebben een ATP
bindingsplek. Als je geen ATP hebt, geen energie,
kan zo’n spier niet samentrekken. Hier vindt
koppeling plaats tussen chemie en mechanica. Als
myosine bindt aan myosine kop en dan kan
myosine kop loskoppelen van dunne filament en
kan die weer binden op een nieuwe plek.
Spiercontractie is een overgang van chemische
energie naar mechanische energie.




A. Een menselijke spier. Foto is gemaakt door elektronen
microstoop.
Dichte eiwit massa, dus veel eiwit? = zwart/ donker
Weinig eiwitten? = licht

Fout op deze slide: H-zone. H-zone loopt van donker naar
donker lange stuk en niet dat kleine stukje.

H-zone = zitten geen dunne filamenten.

Rondje linkerkant = mitochrondium. Waarom deze locatie
handig? Veel ATP moet gemaakt worden. ATP moet touren en
moeten snel op locatie komen.

Celkernen zitten aan de buitenkant. Als de spierkern in het
midden stit, dan teken van myopathie = spierziekte.
Sacromeer is 2,4 micrometer.
Dikke filament = 1,6 micrometer.

Een dikke filament heeft zes dunne filamenten om zich heen = hexagenaal structuur.


Als je een sacromeer doorsnijdt, dan zie je dikke en dunne
filamenten (hexagenale structuur). Als je bij de I band
doorsnijdt, heb je geen dikke filamenten. Z-disk: veel
eiwitten. A-band alleen dikke filamenten.




4

,Hoe wordt een spier geactiveerd?
Bovenste plaatje: Een axon komt uit het ruggenmerg en is een elektrische
prikkel. Die wordt doorgegeven aan spierspel = Neurmuscilaire junction =
plek waar elektrische activiteit uit je zenuwen wordt doorgegeven aan je
spiercel.
Je hebt een motoraction; die komt uit bij je spiercel. Daar zit je al in je
spier.

Onderste plaatje: Als dat signaal aankomt, dan krijg je calcium, dat buiten
je zenuwcel je zenuw ingaat. Dat zorgt uiteindelijk ervoor kleine blaasje
waar acethylochloride gaat fuseren met celmembraan. En acethylcloride
komt vrij in de synaptic clepth (spleet), steekt over en bindt dan aan een
acethylclide receptor dat is nummer 4. En als dat gebeurt, dan komt er
natrium je cel in, door receptoren en dan krijg je een stroom in dat gebied
en dan krijg je daar depolarisatie en dan wordt signaal doorgegeven aan
je spiercel. Op deze manier wordt signaal doorgegeven van zenuwcel op
spiercel. Dat noem je motorische eindplaat, waar signaal wordt
doorgegeven.

Indianen gebruikte pijlen die gedoopt waren in curare, dat bindt aan
receptor va acethylcline. Wat gebeurt er dan? Gaat je bloedbaan, je
spieren in en dat bindt aan dat receptor dus acethylcloride zelf zal niet
meer kunnen binden en dat hele signaal zal niet meer kunnen
plaatsvinden; transmissie ligt plat. Dan raak je verlamd, of stikte.
Neuromiscolaire transmissie; kunnen spierziekte ontstaan; daar zijn
problemen met acethylcloride overdracht.

Nu: signaal is overgegeven van
zenuw op spiercel.
Spiercelmembraan is
gedepolariseerd. En dan moet het
nog de spiercel in. Spiercel heeft
heel veel contractiele eiwitten.

Lichaam heeft t-tubulli bedacht. T-
tubili (membraan) = invaginatie in je
spiercel waar het (elektrische)
signaal kan heel diep je spiercel in
kan komen. En als het daar in gaat,
komt het terecht bij DHP receptoren
en die zit vast aan ryanodine
receptor in sacromatisch reticulum.
En dat is een organel dat in je
spiercel zit. En daar zit al het calcium
in. En dat heb je nodig voor
spiercontractie.




Je krijgt een elektrische overdracht, signaal wat erin gaat en doordat dat signaal aankomt bij receptor en dat er een
membraanpotentiaal verschil is, zal de recptor van strructuur veranderen en daardoor zal de ryanodie recptor uit het receptoir
getrokken. Als je die open trekt zal er door difussie calcium je spiercel instromen en daar z’n werk gaan doen.
Het sacromatisch reticulum daar zit al het calcium in. Calcium komt vrij en zal vervolgens op tropanine gaan binden en troponine
zit op het dunne filament. En als calcium daaraan bindt, dan zal thropomyosine weggetrokken worden op bindingplaatsen op
actine en dan zal myosine kunnen binden aan actine. Dat is basis van spiercontrractie.




5

, The cross-bridge cycle: myosine bindt en loslaat van actine.
1. Cross-bridge bindt aan actine.
2. Cross-bridge verplaatst.
3. ATP bindt aan myosine door cross-bridge om los te maken.
4. Hydrolyse van ATP

Cross bindt aan actine. En er komt calcium in de spiercel. Myosine bindt aan actine. Aan myosine kop zit ADP en fosfaat (ATP is
al gesplitst). Vervolgens laat ADP en fosfaat los en dat is een teken om los te raken en dat maakt een power. En dat is
krachtgeneratie.
Dus: voor krachtgeneratie is nodig: ADP en fosfaat moeten losraken van je myosinekop! Vervolgens komt er ATP dat bindt aan
myoise kop en dat laat los. Dus ATP is nodig om te ontkoppelen. En dan wordt het gehydrolyseerd, ATP wordt weer omgezet in
ATP en fosfaat).

Rigor mortis? Lichaam dat door is, kan verstijven: er is geen ATP meer gemaakt. En als je geen ATP maakt, en die crossbridges
zullen vast zitten. Binnen een paar uur zal verstijven door dit process.
DUS: ATP IS NODIG OM MYOSINE KOP TE ONTKOPPELEN VAN ACTINE.



6

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 oktober 2018
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.78
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
stella95 Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
6
Documenten
8
Laatst verkocht
5 jaar geleden

4.3

4 beoordelingen

5
2
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen