Werkcollege 1
1:
Verkrijging krachtens boedelmenging wordt niet aangemerkt als een verkrijging
voor de overdrachtsbelasting. Deze wordt dus niet in de heffing betrokken.
2:
Verkrijging krachtens verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt ook niet
als verkrijging aangemerkt.
3:
Er gaat een deel van het economisch eigendom over. Op grond van art. 2 lid 2b
WBR is sprake van een verkrijging. Quinten verkrijgt 25% van de waarde van de
onroerende zaak.
De tegenprestatie is € 250.000
0,25 * 1.200.000 = € 300.000
Op grond van art. 9 lid 1 WBR jo. art. 52 WBR wordt de belasting berekend
over de WEV. Die is i.c. € 300.000.
Op grond van art. 14 lid 1 WBR wordt hierover 6% belasting geheven.
300.000 * 0,06 = € 18.000 belasting.
Deze belasting wordt op grond van art. 16 WBR geheven van de verkrijger
(Quinten).
4:
4 januari 2013:
Economisch eigendom wordt overgedragen. WEV is op dat moment € 425.000.
20 september 2018:
Juridische eigendom wordt overdragen. WEV is op dat moment € 550.000.
Op grond van art. 2 lid 2 WBR wordt ook de overdracht van het economische
eigendom gezien als verkrijging. De belasting wordt derhalve geheven over
425.000 op 4 januari 2013.
Het is geen woning, dus 6%. 0,06 * 425.000 = € 25.500
5:
In de casus wordt niets gemeld over een situatie als in art. 19 lid 1 WBR, dus de
belasting zal niet op verzoek worden teruggegeven. Sterker nog: er vindt weer
een belaste verkrijging plaats, maar dit keer door Sander.
Geheven wordt over de WEV: 0,06 * 550.000 = € 33.000
1:
Verkrijging krachtens boedelmenging wordt niet aangemerkt als een verkrijging
voor de overdrachtsbelasting. Deze wordt dus niet in de heffing betrokken.
2:
Verkrijging krachtens verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt ook niet
als verkrijging aangemerkt.
3:
Er gaat een deel van het economisch eigendom over. Op grond van art. 2 lid 2b
WBR is sprake van een verkrijging. Quinten verkrijgt 25% van de waarde van de
onroerende zaak.
De tegenprestatie is € 250.000
0,25 * 1.200.000 = € 300.000
Op grond van art. 9 lid 1 WBR jo. art. 52 WBR wordt de belasting berekend
over de WEV. Die is i.c. € 300.000.
Op grond van art. 14 lid 1 WBR wordt hierover 6% belasting geheven.
300.000 * 0,06 = € 18.000 belasting.
Deze belasting wordt op grond van art. 16 WBR geheven van de verkrijger
(Quinten).
4:
4 januari 2013:
Economisch eigendom wordt overgedragen. WEV is op dat moment € 425.000.
20 september 2018:
Juridische eigendom wordt overdragen. WEV is op dat moment € 550.000.
Op grond van art. 2 lid 2 WBR wordt ook de overdracht van het economische
eigendom gezien als verkrijging. De belasting wordt derhalve geheven over
425.000 op 4 januari 2013.
Het is geen woning, dus 6%. 0,06 * 425.000 = € 25.500
5:
In de casus wordt niets gemeld over een situatie als in art. 19 lid 1 WBR, dus de
belasting zal niet op verzoek worden teruggegeven. Sterker nog: er vindt weer
een belaste verkrijging plaats, maar dit keer door Sander.
Geheven wordt over de WEV: 0,06 * 550.000 = € 33.000