1
,Inhoud
Hoofdstuk 1, Dit is Nederland.................................................................................................................3
Hoofdstuk 2, De rechterlijke organisate................................................................................................9
Hoofdstuk 3, Buitengewoon opsporingsambtenaar.............................................................................17
Hoofdstuk 4, De polite.........................................................................................................................20
Hoofdstuk 5, Recht...............................................................................................................................24
Hoofdstuk 6, De verdachte...................................................................................................................26
Hoofdstuk 7, het verhoor.....................................................................................................................31
Hoofdstuk 8, De verdachte...................................................................................................................33
Hoofdstuk 9, bevoegdheden algemeen................................................................................................38
Hoofdstuk 10, algemene wet op het binnentreden..............................................................................43
Hoofdstuk 11, Dwangmiddelen persoonlijke vrijheid...........................................................................47
Hoofdstuk 12, dwangmiddelen tegen lichamelijke integriteit..............................................................50
Hoofdstuk 13, dwangmiddelen tegen voorwerpen..............................................................................52
Hoofdstuk 14, dwangmiddelen tegen plaatsen....................................................................................56
Hoofdstuk 15, het wetboek van strafrecht in het algemeen................................................................62
Hoofdstuk 16, strafaarheid en strafuitsluitng....................................................................................71
Hoofdstuk 17, strafare feiten door de ambtenaar begaan.................................................................81
Hoofdstuk 18, misdrijven tegen de ambtenaar....................................................................................86
2
,Hoofdstuk 1, Dit is Nederland
Den haag
Wetten
Provincie
Verordening
Gemeenten
Verordening APV
Waterschap
Keur
AMVB
APV= Algemeen plaatselijke verordening.
Verordening= lokale wetgeving.
AMVB= Algemene maatregel van bestuur.
Wetten in materiele iin, iijn alle wetten die lager iijn dan de wetten in Den Haag.
Nederland is een staat en kenmerken van een staat zijn:
Grondgebied
Volk
Overheidsgeiag
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat= Dat niet alleen de wetten in Den Haag worden gemaakt.
Decentrale overheidsorganen hebben een eigen (beperkte) wetgevende bevoegdheid.
Trias politca
3
, Wet gevende macht
Uitvoerende macht Rechterlijke macht
Wetgevende macht:
Regering + staten generaal
Provincie staten
Gemeenteraad
Uitvoerende macht:
Regering
College B&W
Gedeputeerde staten
2e kamer binnen de provincie
Rechterlijke macht:
Hoge raad
Gerechtshof
Rechtbank
Organen centrale overheid
2e+ 1e kamer door staten generaal
2e kamer = 150 leden / 1e kamer= 75 leden.
Gekoien door volksvertegenwoordigers / 1e kamer word gekoien door leden van de
provincie.
Vaststellen van wetten samen met de regering.
Controle op de regering.
Regering= Koning & het parlement.
Kabinet= ministers & staatssecretarissen
4