Sociaal functioneren
Social Work leerjaar 2
Windesheim
2018/2019
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Introductie…………………………………………………………………………………………………….pagina 2
Hoofdstuk 2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie………………………………………..…pagina 2 t/m 5
Hoofdstuk 7: Gehechtheid en hechtingsstoornissen…………………………………………………pagina 6 t/m 11
Hoofdstuk 8: Autismespectrumstoornis…………………………………………………………………pagina 11 t/m 16
Hoofdstuk 11: Zelfregulatie en de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis…pagina 16 t/m 20
Hoofdstuk 12: Agressie en gedragsstoornissen………………………………………………………pagina 21 t/m 26
Hoofdstuk 13: Angst en angststoornissen……………………………………………………………...pagina 26 t/m 30
Hoofdstuk 14: Stemming en stemmingsstoornissen………………………………………………pagina 31 t/m 35
Hoofdstuk 16: Middelengebruik en middelenmisbruik…………………………………………..pagina 36 t/m 40
Comorbiditeit: waarmee gaat het samen?..........................................................................pagina 41
Preventie vergeleken elkaar……………………………………………………………………………………………..pagina 41
Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op?............................................................................pagina 42
Komt het vaker voor bij jongens of bij meisjes?..................................................................pagina 4
1
,Hoofdstuk 1; Introductie
1.1 Ontwikkelingspsychopathologie
Ontwikkelingspsychopathologie: de wetenschappelijke discipline die onderzoekt hoe psychische
stoornissen ontstaan en zich ontwikkelen.
De ontwikkelingspsychopathologie gebruikt verschillende disciplines:
Ontwikkelings- en klinische psychologie, pedagogie, kinderpsychiatrie, biologie, sociologie
antropologie en epidemiologie.
Drie belangrijke thema’s uit de ontwikkelingspathologie:
❖ Vroeger en nu; geschiedenis beïnvloedt ervaringen en ervaringen beïnvloeden de
geschiedenis. Ontwikkelingsopgaven van eerder zijn later belangrijk.
❖ Een dynamisch gezichtspunt; psychische stoornis is in wisselende mate en onder
verschillende omstandigheden aanwezig. Ook is het per leeftijd verschillend,
doordat er leeftijdsgebonden ‘opgaven’ zijn. Een stoornis is er niet wel of niet.
❖ Uniek individu met unieke ervaringen; sekse, leeftijd, IQ, opleiding, inkomen, onderwijs,
televisie, sociale media etc.
Hoofdstuk 2; classificatie, diagnostiek en epidemiologie
2.2 classificatie
Classificatie: persoon (voorwerp/situatie) herkennen, er een naam aangeven, en indelen in een
categorie.
Het doel van psychopathologie is ‘vreemd’ gedrag goed
in kaart brengen. Een classificatiesysteem kan daarbij helpen.
Het classificeren van psychische aandoeningen is ingewikkelder, omdat:
1. Geen duidelijke oorzaken
2. Culturele en persoonlijke opvattingen spelen een grote rol bij de beoordeling van gedrag
Er wordt onderscheid gemaakt tussen grote groepen stoornissen (angststoornis), en subgroepen
(paniekstoornis).
DSM; Diagnostic and Statistical Manual Disorders. Een handboek als classificatiesysteem voor
psychische stoornissen. Het handboek is geen diagnostisch handboek.
Geschiedenis:
Duitse psychiater Emil Kraepelin wordt gezien als grondlegger van
het moderne classificatiesysteem (1856-1926), vooral lichamelijke indeling
➢ Reactie daarop was de DSM-I; vooral gericht op psychoanalytische theorieën. Met aandacht
voor minder erge stoornissen.
➢ 1980 kwam de DSM-III, wordt uitgegaan van waarneembare kenmerken van gedrag.
Hulpverleners gingen vanaf toen dezelfde criteria gebruiken. Dit maakte het
betrouwbaarder en zo kon er onderzoek plaatsvinden.
➢
➢ 1994 verscheen DSM-IV en in 2000 een aangepaste versie
➢ 2013 is de DSM-5 verschenen. Gebaseerd op afspraken die specialisten maken voor elke
groep stoornissen.
2
1980 kwam
, Uitganspunten:
❖ Welke symptomen kenmerken een stoornis, aantal en de mate en het termijn.
Symptomen beschrijven de stoornissen, ze verklaren hem niet
❖ DSM hanteert een indeling in categorieën om stoornissen te onderscheiden.
Hoofdgroepen stoornissen in de DSM-5:
▪ Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen ▪ Voedings- en eetstoornissen
▪ Schizofreniespectrum- en andere ▪ Stoornissen in de zindelijkheid
psychotische stoornissen
▪ Bipolaire-stemmingsstoornissen ▪ Slaap-waakstoornissen
▪ Depressieve-stemmingsstoornissen ▪ Seksuele disfuncties
▪ Angststoornissen ▪ Genderdysforie
▪ Obsessieve-compulsieve en verwante ▪ Disruptieve, impulsbeheersings- en andere
stoornissen gedragsstoornissen
▪ Psychotrauma- en stressorgerelateerde ▪ Middelgerelateerde en
stoornissen verslavingsstoornissen
▪ Dissociatieve stoornissen ▪ Neurocognitieve stoornissen
▪ Somatisch-symptoomstoornis en verwachte ▪ Persoonlijkheidsstoornissen
stoornissen
▪ Parafiele stoornissen ▪ Overige psychische stoornissen
▪ Andere problemen die een reden voor zorg
kunnen zijn
Comorbiditeit: meer stoornissen tegelijkertijd:
Mensen hebben vaak meer dan één stoornis tegelijkertijd, dit heet comorbiditeit.
Een verklaring is dat wetenschappers steeds verfijndere classificatiesystemen maken.
Psychische stoornissen gaan ook vaak samen met lichamelijke klachten.
Kanttekeningen bij de opzet van het DSM-systeem
➔ Houdt onvoldoende rekening met de ontwikkelingscontext waarin een stoornis is ontstaan.
Bij volwassenen, kinderen, ouderen, jongens en meisjes kan alles anders tot uiting komen.
➔ Houdt weinig rekening met de culturele context
De DSM-5 bevat zowel categoriale als dimensionale indelingen.
Bij psychisch functioneren wordt de norm gedefinieerd aan de hand van een percentielscore. Een
score van het kind boven het negentigste percentiel betekent dan dat bij honderd vergelijkbare
kinderen tien een even grote score behaalden, en negentig niet.
3