Bandura’s cognitive social-learning theory, Shaferr&ipp
Volgens Bandura kan gedrag van dieren die van mensen niet verklaren. Mensen zijn
cognitieve wezens die actief informatie verwerken en denken over de relatie tussen hun
gedrag en de consequenties. Ze worden waarschijnlijk meer beïnvloed door wat zij
denken dat er gaat gebeuren dan de echte ervaring.
Observationeel leren is een centraal ontwikkelingsproces. Leren van het kijken naar
‘modellen’. Kinderen kunnen snel duizenden nieuwe response leren door te kijken naar
anderen, meestal bezig met dingen die zij zelf interessant vinden en niet per definitie
willen leren aan het kind.
Vroege versies van de leertheorie waren van Watson zijn omgevingsdeterminisme: hij
beschreef kinderen als passieve wezens die alleen maar omgevingsinvloeden binnen
kregen (ze zouden worden wat je maar zou willen). Bandura was het hier niet mee eens
en zei juist dat kinderen en adolescente actief waren, denkende wezens die zichzelf door
hun eigen ontwikkeling heen sleepte. Zij interpreteren het gedrag van de modellen zelf.
En kiezen zelf een model uit en op die manier hebben ze zelf iets te zeggen over wat ze
van anderen leren.
Reciprocal determinism: de menselijke ontwikkeling reflecteert een interactie tussen
een actief persoon, het gedrag van de persoon en de omgeving. Bandura zei (net als
Richard Bell) dat de link tussen gedrag, persoon en omgeving bidirectioneel is.
Contributons and Critcisms of Learning Theories
Leertheorieën zijn heel goed te testen en precies, door middel van gecontroleerde
experimenten kunnen ze kijken hoe kinderen op verschillende omgevingsinvloeden
reageren. Daarnaast heeft het voor implicaties voor therapeuten geleidt.
Kritieken:
Het is een versimpelde benadering op het gebied van menselijke ontwikkeling. Mensen
zijn anders, omdat niemand in dezelfde omgeving opgroeit. Terwijl andere theoretici
zeggen dat er te weinig rekening wordt gehouden met unieke genen van mensen. Ze
nemen de biologische invloed niet mee.
Volgens ecologische systeem theoretici kun je de sociale wereld niet nabootsen in een
experiment, omdat mensen beïnvloed worden door verschillende sociale systemen. Je
kan mensen alleen in hun natuurlijke setting observeren om de invloed van de omgeving
te begrijpen op de ontwikkeling van een individu.
Cognitieve ontwikkelingstheoretici geloven dat kinderen hun mentale mogelijkheden
veranderen, dit wordt door de sociale leertheorie genegeerd.
, A integrated model of emotion processes and cognition in social
information processing, Lemerise r Arsenio
Er is veel aandacht voor sociale informatie verwerking en emotionaliteit en regulatie
met betrekking tot kinderen hun sociale competentie. Onderzoek is vooral gefocust op
sociale competentie en er is weinig integratie tussen sociale informatie verwerking en
emotionaliteit. Crick en Dodge erkennen dat emotie belangrijk is, maar geven een
gedetailleerde beschrijving van cognitie zonder dat ze emotie echt heel erg meenemen.
Emotieprocessen processen die verschillen van duur van kort ervaren gevoelens die
resulteren van bewuste of onbewuste evaluaties naar meer langdurende affectieve
stijlen.
Emotie en cognitie wordt vaak ook als hetzelfde gezien, maar soms als iets anders, het
ligt aan de breedheid waarmee cognitie is gedefinieerd. Het zijn allebei type van
verwerken, echter gaat cognitie over kennis en emotie over motivatie. Het zou moeilijk
zijn om beide te isoleren, omdat ze invloed op elkaar hebben. De schrijvers zeggen dat
emotie verwerken gaat over motivatie, communicatieve en regulatie functies in en
tussen individuen die apart zijn van cognitieve verwerking (attentie, leren en geheugen,
logic) in sociale competentie.
Volgens de schrijvers: Door emotie verwerking toe te voegen aan een model van
persoonlijk-sociale besluitvorming krijgt een model een veel grotere verklarende kracht.
Crick en Dodge (1994) hebben een model gemaakt voor sociale informatie verwerking
van sociale competentie. Het model helpt te laten zien hoe kinderen informatie in sociale
situaties verwerken en interpreteren en hoe ze een beslissing maken die zowel
competent als incompetent kan zijn. Kinderen nemen ervaringen en biologisch bepaalde
vaardigheden mee en die bepalen hoe kinderen in sociale situaties reageren. Het model
is met name gericht op cognitie. Hieronder staat het model weergegeven.