Lesmateriaal
• Tomás Sedlácek, De economie van goed en kwaad, Scriptum, 2012.
• Frans van Peperstraten (1999 of later), Samenleving ter discussie. Vierde herziene druk
Bussum: Coutnho.
• Powerpoints en andere teksten (PDF’s, links) op Blackboard
• Nottes tjdens les.
Toetsing
• De evaluate van dit vak bestaat uit vier onderdelen:
1. Multple choice tentamen deel 1: 00%
2. Multple choice tentamen deel 2: 00%
0. Overkoepelende schrijfopdracht: 00%
4. Twee kleine schrijfopdrachten deel 2: 2 x 5%
5. Tijdens hoor- en werkcolleges gaan we in op voorbeeld tentamenvragen.
• De overkoepelende schrijfopdracht behandelen we tjdens eerste werkcollege, met meer
uitleg over opdracht, verwachtngen en criteria.
• De twee kleine schrijfopdrachten worden uitgelegd aan begin van deel 2.
• Alleen het eindcijfer hoef voldoende te zijn
• Alle onderdelen kan je herkansen, behalve de twee kleine schrijfopdrachten. De
herkansingen van de multple choice tentamens vallen samen.
• Je kan kiezen welke delen je herkanst en welke deelcijfers je wil behouden (of je kan alle
delen herkansen). Na de herkansingen telt het hoogste punt.
Tips tijdens het studeren
- Docent houdt van vergelijkingsvragen (bv. Rousseau en Hobbes)
- In plaats van alles ‘chronologisch’ te bestuderen (Rousseau zus en Hobbes zo) is het goed ook
‘thematsch’ te vergelijken (wat zegt Rousseau over dit en wat zegt Hobbes daar over).
- De afsluitende paragrafen in het handboek (‘discussie’, bv. p. 86-89) doen dit ook.
,HC 1: inleiding op en relevantie van flosofe voor
studenten economie
Economische crisis 2008
Drie soorten van kritek op macro en fnanciële economen:
- Ze hebben de crisis mede veroorzaakt
- Ze hebben de crisis niet aan zien komen
- Ze hadden geen idee hoe ze de crisis kunnen oplossen
De crisis trof niet alleen de economie als maatschappelijke sfeer van producte, distribute en
consumpte van goederen en diensten (economy), maar ook de economie als weten-
schappelijke discipline (economics). Er is dus een groot verschil tussen economy en ecnomics.
Relevantie van flosofe voor economen
Filosofsche refecte kunnen helpen bij het verduidelijken van de sterktes en zwaktes van
economische modellen. Filosofsche attude: dieper graven, niet tevreden zijn met initële of
oppervlakkige antwoorden.
Voorbeeld van zelfrefecte
Greenspan getuigde na de economische crisis over falen van ‘zelfregulering’ van fnanciële insttutes
en markten: “I have found a faw (() in the model that I perceived is the critcal functoning structure
that defnes how the world works”.
Vier soorten vragen waarbij flosofe kan helpen:
1. Bedrijfseconomische vragen
Bv. Hoe moeten we evolutes binnen fnnnciële bedrijven begrijpen?
Rol van bedrijven: geleende geld weer opnieuw uitlenen, wanneer wanbetalers dan niet
konden betalen had dat slechte gevolgen. Kredietnstellingen verschafen te goedkope
hypotheken.
Macro-niveau: maatschappelijke insttutes
Meso-niveau: bedrijven
Micro-niveau: individuen
Probleemoplossende technieken
- Five why analysis: doorvragen naar onderliggende reden
- Root cause analysis
2. Fundamenteel economische vragen
Bv. Wnt is het onderliggende mensbeeld vnn economische modellen?
Tot de fundamenten behoren insttutes (macro; maatschappij) en mensen (micro; mens),
het onderliggende mensbeeld van economische theorieën en bedrijfsbeleid wordt
geanalyseerd.
Econoom Milton Friedman:
Zijn mensbeeld: hebzucht, gretg zijn, eigen belang nastreven.
, Hoe zou de wereld eruit zien als iedereen altjd zou voldoen aan Friedmans mensbeeld:
kapitalisme is de enige manier om welvaart te creëren waarbij iedereen er baat bij heef.
De wereld gaat uit van een mensbeeld waarbij individuen hebzuchtg zijn en door eigen
belang worden gemotveerd.
Niet: flosofen die economen vertellen wat ze moeten doen
Wel: flosofen die bij kunnen dragen aan de zelfrefecte van economen
0. Normateve vragen
Bv. Hoe moeten we omgnnn met deze evolutes? Wnnneer is mnrktwerking (on)wenselijk?
Normateve vragen gaan over hoe de samenleving te organiseren, reguleren, welke
beleidsmaatregelen rechtvaardig zijn.
‘Onzichtbare hand’ van vrije markt: Adam Smiths idee dat vrije marktwerking ervoor zorgt
dat hebzucht en egoïsme tot sociaal wenselijk resultaat leiden. Eigen belang resulteert in
vrije marktomgeving automatsch tot maatschappelijk belang.
Adam Smith zelf had een veel genuanceerder mensbeeld dan vaak wordt verondersteld
(homo economicus). Hij wees ook op sociale emotes en empathie bij mensen.
Toch kunnen hebzucht en eigenbelang leiden tot marktalingen (economische crisis in 2008).
dit gebeurt bijvoorbeeld als mensen worden gemanipuleerd om dingen te kopen die ze
niet begrijpen of waarvan ze de economische risico’s niet van kunnen inschaten, zoals
risicovolle aandelen.
4. Wetenschapsflosofsche vragen
Bv. Wnt is wetenschnppelijke kennis? Hoe verhouden economische modellen zich tot de renliteit?
Is economie, als wetenschap, objectef en dus waardevrij? De wereld wordt door economen
met behulp van gemeten waardes zo objectef mogelijk in modellen weergeven.
Onderscheid tussen feiten (facts) en waarden (values).
Normateve veronderstellingen in objecteve gegevens
Bv. meten van infate m.b.v. Consumer Price Index (CPI)
Wetenschapsflosofsche vragen hierbij, gaan over of bepaalde prijsverhogingen wel of niet
meetellen in de infatemetng, waarbij rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld:
- rechtvaardigheid
- leefijd
Filosofe als manier van nadenken
Rationeel Radicaal-kritisch Gericht op het geheel
Argumentef Afstand nemen, contesteren Alles als onderwerp
Systematsch Naar de fundamenten Betekenis van/ in bredere
context