Week 1
1.Wat is de relevantie van artikel 1:2 BW?
Het schept de mogelijkheid om een ongeboren kind ook als drager van
rechten en plichten te zien. Dit speelt een rol in het erfrecht, want de
ongeborene kan ook erfgenaam zijn. Ook van belang voor bijv.
Kinderbeschermende maatregelen en het voor de geboorte erkennen
van het kind.
2.Het huwelijk wordt wel als een (familierechtelijke) overeenkomst gezien,
maar ook spreekt men van het huwelijk als instituut. Bespreek deze
beide kwalificaties.
Overeenkomst: huwelijk brengt huwelijksvermogensrechten met zich
mee. Instituut: van oudsher onder invloed van Christendom.
3.Op welk moment wordt een geregistreerd partnerschap gesloten?
Vereisten van totstandkoming in art. 1:80a BW. Punt totstandkoming is
het opmaken van een akte door ambtenaar met handtekening van beide
partners.
4.Is het mogelijk om ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand
een eigen invulling te geven aan de belofte bij het huwelijk? Hoe is dat
ingeval van een geregistreerd partnerschap?
Art. 1:67 geeft daar ruimte voor (huwelijk) en zelfde geldt voor
geregistreerd partnerschap o.g.v. art. 1:80a lid 5.
5.Mag men eerst een kerkelijk of religieus huwelijk sluiten alvorens te trouwen
voor de ambtenaar van de burgerlijke stand?
Nee, zie art. 1:68 BW.
6.Waarom overrulen uitspraken van het EHRM nationale wetgeving en
jurisprudentie op het terrein van het personen- en familierecht? Welk
artikel van het EVRM speelt bij het personen- en familierecht een
belangrijke rol?
Balans tussen belangen nu nadruk op grote rol EVRM art. 8
7.Wat is de invloed van het IVRK op nationale wetgeving en jurisprudentie?
Welk artikel van het IVRK speelt bij het personen- en familierecht een
belangrijke rol?
Rechtstreeks belang, directe werking art. 3 lid 1 en 2 en art. 12 IVRK
Discussievraag:
Lees het artikel ‘De voorstellen van de Staatscommissie Herijking ouderschap’