Wanneer is “goed” ook “goed genoeg”? Enkele kantekeningen bij de verwetenschappelijking van
de ouder-kindrelatie. (Ramaekers & Suissa, 2010).
Opvoeden en ouderschap in de greep van de (ontwikkelings)-psychologie
Gewone gedragingen worden ‘vertaald’ naar het psychologische discours:
Bijv. humeurig depressie. Druk hyperactef etc.
Deze wijze van spreken herbergt een andere manier van zich verhouden tot elkaar.
Met de verschuiving in taal gaat een verschuiving gepaard met betrekking tot waar we denken dat
het betrefende probleem gelokaliseerd is wie ervoor verantwoordelijk kan worden gesteld en wie
wordt verwacht er iets aan te doen.
De ontwikkelingspsychologie neemt een bijzondere plaats in wanneer het gaat om opvoeden en
ouderschap.
Zeker als het gaat om gedragsproblemen speelt de ontwikkelingspsychologie een grote rol want het
is het ontwikkelingspsychologische onderzoek dat de grenzen mee bepaalt van wat ‘normaal’ gedrag
is.
Dat ontwikkelingsstadia de bouwstenen vormen waarop het leven is gefundeerd impliceert voor
deze auteurs ook dat ze de uiteindelijke verwijspunten zijn om uit te maken hoe bepaalde ervaringen
en gebeurtenissen in het leven van het kind moeten worden beoordeeld.
En het spreekt voor zich dat pedagogische adviezen dan ook op deze grondvesten gebaseerd moeten
zijn.
Er zijn hier echter verschillende moeilijkheden in het spel. Om te beginnen is er een probleem met
het statuut van het ontwikkelingspsychologische onderzoek als dusdanig: kinderen veranderen door
de geschiedenis heen.
Ontwikkelingspsychologisch onderzoek zelf kan niet los worden begrepen van de maatschappelijke
context waarin het zich afspeelt.
‘Naturaliseren’: regelmatgheden die men kan bespeuren in de ontwikkeling van een grote groep van
onderzoekssubjecten worden tot norm verheven en al gauw als ‘natuurlijk’ beschouwd en aanvaard.
Anders uitgedrukt het voor ons zo bekende psychologische woordgebruik dat we verbinden met
opvoeden en ouderschap refecteert altjd bepaalde waarden normateve aannames over wat goed
mens-zijn is over wat de rol van opvoeding in een samenleving is en over wat goed ouderschap is. En
deze aannames zijn nooit oncontroversieel dwz. ze staan altjd principieel ter discussie.
We interpreteren bepaalde gedragingen als signalen als communicateve signalen. Die interpretate
is ingegeven door socioculturele aannames en verwachtngen over het functoneren en de plaats van
een menselijk wezen in onze samenleving.
Zo is in een wat ruimer perspectef ook het begrip ‘ontwikkelingstaken’ bijv. onlosmakelijk
verweven met een bepaald verstaan van de volwassene en van de plaats en de rol van een
volwassene in een bepaalde samenleving.