Samenvatting hoofdstuk 4
Paragraaf 4.1 – Verbranding
Vuur komt door een verbranding, een exotherme reactie. De chemische energie die eerst in
de brandstof zat komt vrij als vuur en licht. In je lichaam wordt vet verbrand zonder
vlammen. Voor allebei de soorten reacties zijn drie dingen nodig: temperatuur (ook wel
ontbrandingstemperatuur), brandstof en zuurstof. Je kunt brand voorkomen of bestrijden
door een van de drie voorwaarden weg te nemen. Als je een vlam in de pan blust met water
kan het water meteen gaan koken en ontstaan een wolk van waterdamp en brandende
oliedruppels (steekvlam).
Een reagens is een stof waarmee je een andere stof aan kan tonen. Zo wordt helder
kalkwater alleen troebel als je er koolstofdioxide doorheen blaast en wordt wit kopersulfaat
blauw als het met water reageert.
Methaan bestaat uit koolstof- en waterstofatomen waardoor bij de verbranding CO2 en H2O
kan ontstaan. Ook bij verbranding van andere verbindingen zullen de atomen uit de
brandstof binden met zuurstofatomen. Dit kunnen ook zuurstofatomen uit de brandstof zelf
zijn. Bij een volledige verbranding is er Atoomsoort Volledige Onvolledige
voldoende zuurstof en bij een onvolledige brandstof verbranding verbranding
verbranding is er niet genoeg zuurstof. C CO2 C (roet) of CO
Door onvolledige verbranding kan CO H H2 0 H20
ontstaan, dit zie en ruik je niet, maar je S SO2 SO2
kan er aan overlijden. O Niks Niks
Bij een verbranding reageert een brandstof met zuurstof (O2), deze stoffen staan dus voor de
pijl bij een reactievergelijking. Je gebruikt de tabel hierboven om de reactieproducten te
bepalen.
Paragraaf 4.2 – Ontleding
Magnesium komt vooral voor in verbindingen. Je kan het eruit halen met een ontledingsreactie,
een reactie waarbij één beginstof reageert. Deze beginstof is altijd een verbinding (ontleedbare
stof) die word ontleed in twee of meer reactieproducten deze reactiestof kunnen ontleedbare en
niet-ontleedbare stoffen zijn. Voor een ontledingsreactie is geen zuurstof nodig. Bij ontleden
begin je met een zuivere stof en maak je nieuwe stoffen door te ontleden en bij scheiden begin
je met een mengsel, hierbij ontstaan dus ook geen nieuwe stoffen.
De meeste ontledingsreacties zijn endotherme reacties waarvoor energie nodig is. Bij een
thermolyse is dit warmte (kalksteen, CaCO3) , bij een elektrolyse is dat onder invloed van
elektriciteit (bauxiet Al2O3) en bij een fotolyse is dit onder invloed van licht, dit kan ook
ongewenst zijn bijvoorbeeld dat kleur en smaakstoffen in bier kapot gaan onder blootstelling van
licht. Bij exotherme ontledingsreacties zoals bij natriumazide (NaN3) moet de reactie wel eerst op
gang gebracht worden.