Samenvatting hoofdstuk 6: prima + les 36
Prima – Caesar, politicus en veroveraar
In 59 v.chr. werd Caesar één van de twee consuls in Rome, maar omdat hij Bibulus
overheerste sprak men van ‘het consulaat van Julius en Caesar’. Je was altijd voor 1 jaar
consul en moest al veel politieke functies hebben gehad. Na hun consulaat werden consuls
gouverneur van een provincie. Zo kreeg Caesar de leiding over Gallië. Er waren alleen wel
twee Gallië’s. Galli Cisalpina aan de noordkant van de Alpen, dit was de Povlakte waar ooit
Keltische stammen woonden de Romeinen Galli noemden. In de 2e eeuw v.chr. kwam gallia
Transalphina, ook wel provincia naar het ambtgebied (provincia) van de gouverneur. ten
zuiden van de Alpen in het huidige Frankrijk erbij. Dit gebied heet nog steeds de Provence.
Omdat Caesar meer macht wou zorgde hij voor een groot en sterk leger. Hiermee wilde hij
gebieden veroveren voor Romeinse kolonies en buit verzamelen om schulden van zijn
politieke campagnes te betalen. Als reden om oorlog te voeren zag hij de rondtrekkende
stammen bij de noordgrens van Gallia Transalpina als bedreiging voor de Romeinen. Acht
jaar lang voerde hij oorlog tegen de Helvetii die uit Zwitserland de Rhône overstaken, de
Belgae in het noorden, de Veneti in Bretagne en de Germanen aan de overzijde van de Rijn.
Ook waagde hij 2 keer de oversteek naar Engeland.
In 52 v.chr. leidde de Arveniër Vercingetorix het verzet van de laatste vrije stammen in Gallië.
Nadat Caesar hem versloeg kwam de pax romana, een lange periode van kolonisering en
romanisering. De romeinen kregen het voor het zeggen in Frankrijk en België, er kwam een
einde aan de conflicten tussen plaatselijke stammen, steden ontwikkelden zich en er
kwamen aquaducten, tempels, arena’s en theaters. Intussen liep het commando van Caesar
in Gallië na twee ambtstermijnen af en probeerde hij de macht in Rome te bereiken met zijn
legioenen.