E-module mammae en mastts Iris Schoonderwaldt
E-module mammae en mastitis
Hoofdstuk 1: Anatomie mammae
Niet alle zoogdieren hebben melkklieren met duidelijke tepels. Er zijn dieren met melkklieren zonder
tepels.
De hormonen die voor de ontwikkeling van het uier na de puberteit, maar voor
de eerste dracht, verantwoordelijk zijn, zijn oestrogeen, progesteron,
somaotropine en prolactne.
Bij verschillende diersoorten vinden we per tepel een verschillend aantal
tepelkanaaltjes. Bij de zeug is er sprake van twee tepelkanaaltjes per tepel, net
zoals de situate in de afeelding hiernaast.
Het uier op de foto hiernaast is van een paard. Ook hier
zijn er twee tepelkanaaltjes per tepel.
De belangrijkste aanvoerende arteriële takken voor het
uier bij het rund zijn de linker en rechter a. pudenda
externa. De a. epigastrica caudalis is een doorlopende tak
van de a. pudenda externa.
De bloedvoorziening van het uier van het varken wordt
gevormd door de a. pudenda externa, a. epigastrica
caudalis, a. epigastrica cranialis, aa. intercostales.
De mediale ophangbanden van het uier van het rund zijn verbonden met de linea alba.
De feitelijke melkproducte vindt plaats in alveoli. Voor de producte van melk is het hormoon
prolactne noodzakelijk.
Het laten schieten van de melk gebeurt onder invloed van oxytocine. Het doelwit van oxytocine zijn
de gladde spiervezels rond de alveoli zodat de melk uit de alveoli wordt geknepen.
Bij de kat zijn de volgende palpabele lymfeknopen betrokken bij de drainage van de melkklieren: ln.
axillaris en ln. inguinalis.
Hoofdstuk 2: Uiergezondheid paard
Op de afeelding hiernaast is een merrie te zien met een
uier waar een druppel secretum aan hangt. Vaak is er vlak
voor de partus een druppel harsachtge secretum zichtbaar
aan de speenpunt. Soms lekt er ook al melk uit het uier, in
wisselende hoeveelheden. We noemen dit kegelen. Dit
fenomeen kan al weken voor de uiteindelijke partus
optreden.
Er zijn echter belangrijke mogelijke nadelige consequentes
van merries waarbij het kegelen overgaat in melk lekken uit
het uier. Ten eerste verliest de merrie kostbare antstooen
om aan het veulen aan te bieden.
1
, E-module mammae en mastts Iris Schoonderwaldt
Ten tweede is de slotgat-barrière niet functoneel, dus is er een vergrote kans op mastts. Toch komt
mastts tjdens het zogen niet zo vaak voor. Mogelijke verklaringen zijn dat het uier tnet als de
tepels) relatef klein is en tussen de achterbenen ligt, waardoor de kans op tfecale) verontreinigingen
veel kleiner is dan bij het rund. Daarnaast drinkt het veulen veel en vaak, en zorgt er daardoor voor
dat er minder spanning op het uier staat en de melk met evt. bacteriën contnu wordt afgevoerd. Ter
vergelijking: zoogkoeien hebben ook veel minder vaak mastts dan melkkoeien. Als er mastts
optreedt, is dit problematsch voor zowel merrie als veulen. Moeder laat het veulen door de pijn niet
meer drinken en heef hierdoor ook geen baat bij de afvoer van de masttsmelk. De spanning in het
uier loopt hierdoor op, wat weer leidt tot een verhoogde pijnlijkheid. Merrie en veulen komen zo in
een vicieuze cirkel terecht. Het veulen raakt ondervoed en krijgt mogelijk te weinig biest binnen t=
verminderde maternale immuniteit). Overigens kunnen infectes bij het veulen juist een mastts
veroorzaken bij de merrie: droes in het uier is hierbij berucht.
Mastts bij de merrie kan zich op een diverse wijze manifesteren. De afwijkingen aan het uier kunnen
gepaard gaan met systemische afwijkingen, maar dit wordt niet in alle gevallen gezien.
De meeste merries vertonen afwijkingen aan de mammae, doorgaans zwelling en een hardere en
warmere uierhelf. Oedeem van het uier kan zich uitbreiden vanuit de uierregio naar het ventrale
abdomen, en soms zelfs naar het been aan de aangetaste zijde. Door de hevige pijn die mastts kan
veroorzaken wordt soms als eerste symptoom een ipsilateraal kreupel lopende merrie
waargenomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de merrie het veulen kan afwijzen wanneer het
veulen probeert te drinken. Het veulen zal vervolgens snel verzwakken. Voor het uitmelken van de
afwijkende uierhelf is vaak sedate noodzakelijk. De pijnlijkheid van deze handeling kan het risicovol
maken voor de dierenarts om deze zonder sedate uit te voeren.
Het secretum kan diverse aspecten vertonen, van helder sereus, tot dik, purulent en soms zelfs
hemorrhagisch.
Indien mogelijk is het wenselijk om uit de aparte tepelkanalen een secretum op te vangen. Indien dit
secretum steriel wordt afgenomen kan het monster naast macroscopisch ook cytologisch en
bacteriologisch worden onderzocht.
Zowel oedeem, ontstekingen als een tumor kunnen vergelijkbare klachten geven. Bij een acuut,
warm, rood en gezwollen uier is mastts de meest waarschijnlijke oorzaak.
Een mastts kan zowel direct na de partus tbinnen di4 uur), als na het spenen, als na trauma worden
gediagnostceerd. Mastts wordt doorgaans door bacteriën veroorzaakt. In zeldzame gevallen kan
een worminfecte thabronema), een schimmelinfecte of avocado intoxicate worden gemeld.
Mastts ontstaat doorgaans via het slotgat. In zeldzame gevallen wordt een hematogene route
gesuggereerd.
Alle drie de optes zijn risicomomenten voor bacteriële invasie, maar met een verschillende
achtergrond:
Direct na de partus komt de producte maximaal op gang, en kan er stuwing van secretum
optreden. Via het slotgat kan een infecte ontstaan.
Na het spenen is er weer een moment waarop stuwing ontstaat en er een verhoogde kans is
op infecte. Mogelijk invaderende bacteriën worden hierbij niet meer door het veulen
weggezogen wat de kans op ontsteking vergroot.
Na trauma is de natuurlijke barrière van de huid/speen doorbroken, en kunnen bacteriën het
uierweefsel binnendringen.
di
E-module mammae en mastitis
Hoofdstuk 1: Anatomie mammae
Niet alle zoogdieren hebben melkklieren met duidelijke tepels. Er zijn dieren met melkklieren zonder
tepels.
De hormonen die voor de ontwikkeling van het uier na de puberteit, maar voor
de eerste dracht, verantwoordelijk zijn, zijn oestrogeen, progesteron,
somaotropine en prolactne.
Bij verschillende diersoorten vinden we per tepel een verschillend aantal
tepelkanaaltjes. Bij de zeug is er sprake van twee tepelkanaaltjes per tepel, net
zoals de situate in de afeelding hiernaast.
Het uier op de foto hiernaast is van een paard. Ook hier
zijn er twee tepelkanaaltjes per tepel.
De belangrijkste aanvoerende arteriële takken voor het
uier bij het rund zijn de linker en rechter a. pudenda
externa. De a. epigastrica caudalis is een doorlopende tak
van de a. pudenda externa.
De bloedvoorziening van het uier van het varken wordt
gevormd door de a. pudenda externa, a. epigastrica
caudalis, a. epigastrica cranialis, aa. intercostales.
De mediale ophangbanden van het uier van het rund zijn verbonden met de linea alba.
De feitelijke melkproducte vindt plaats in alveoli. Voor de producte van melk is het hormoon
prolactne noodzakelijk.
Het laten schieten van de melk gebeurt onder invloed van oxytocine. Het doelwit van oxytocine zijn
de gladde spiervezels rond de alveoli zodat de melk uit de alveoli wordt geknepen.
Bij de kat zijn de volgende palpabele lymfeknopen betrokken bij de drainage van de melkklieren: ln.
axillaris en ln. inguinalis.
Hoofdstuk 2: Uiergezondheid paard
Op de afeelding hiernaast is een merrie te zien met een
uier waar een druppel secretum aan hangt. Vaak is er vlak
voor de partus een druppel harsachtge secretum zichtbaar
aan de speenpunt. Soms lekt er ook al melk uit het uier, in
wisselende hoeveelheden. We noemen dit kegelen. Dit
fenomeen kan al weken voor de uiteindelijke partus
optreden.
Er zijn echter belangrijke mogelijke nadelige consequentes
van merries waarbij het kegelen overgaat in melk lekken uit
het uier. Ten eerste verliest de merrie kostbare antstooen
om aan het veulen aan te bieden.
1
, E-module mammae en mastts Iris Schoonderwaldt
Ten tweede is de slotgat-barrière niet functoneel, dus is er een vergrote kans op mastts. Toch komt
mastts tjdens het zogen niet zo vaak voor. Mogelijke verklaringen zijn dat het uier tnet als de
tepels) relatef klein is en tussen de achterbenen ligt, waardoor de kans op tfecale) verontreinigingen
veel kleiner is dan bij het rund. Daarnaast drinkt het veulen veel en vaak, en zorgt er daardoor voor
dat er minder spanning op het uier staat en de melk met evt. bacteriën contnu wordt afgevoerd. Ter
vergelijking: zoogkoeien hebben ook veel minder vaak mastts dan melkkoeien. Als er mastts
optreedt, is dit problematsch voor zowel merrie als veulen. Moeder laat het veulen door de pijn niet
meer drinken en heef hierdoor ook geen baat bij de afvoer van de masttsmelk. De spanning in het
uier loopt hierdoor op, wat weer leidt tot een verhoogde pijnlijkheid. Merrie en veulen komen zo in
een vicieuze cirkel terecht. Het veulen raakt ondervoed en krijgt mogelijk te weinig biest binnen t=
verminderde maternale immuniteit). Overigens kunnen infectes bij het veulen juist een mastts
veroorzaken bij de merrie: droes in het uier is hierbij berucht.
Mastts bij de merrie kan zich op een diverse wijze manifesteren. De afwijkingen aan het uier kunnen
gepaard gaan met systemische afwijkingen, maar dit wordt niet in alle gevallen gezien.
De meeste merries vertonen afwijkingen aan de mammae, doorgaans zwelling en een hardere en
warmere uierhelf. Oedeem van het uier kan zich uitbreiden vanuit de uierregio naar het ventrale
abdomen, en soms zelfs naar het been aan de aangetaste zijde. Door de hevige pijn die mastts kan
veroorzaken wordt soms als eerste symptoom een ipsilateraal kreupel lopende merrie
waargenomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de merrie het veulen kan afwijzen wanneer het
veulen probeert te drinken. Het veulen zal vervolgens snel verzwakken. Voor het uitmelken van de
afwijkende uierhelf is vaak sedate noodzakelijk. De pijnlijkheid van deze handeling kan het risicovol
maken voor de dierenarts om deze zonder sedate uit te voeren.
Het secretum kan diverse aspecten vertonen, van helder sereus, tot dik, purulent en soms zelfs
hemorrhagisch.
Indien mogelijk is het wenselijk om uit de aparte tepelkanalen een secretum op te vangen. Indien dit
secretum steriel wordt afgenomen kan het monster naast macroscopisch ook cytologisch en
bacteriologisch worden onderzocht.
Zowel oedeem, ontstekingen als een tumor kunnen vergelijkbare klachten geven. Bij een acuut,
warm, rood en gezwollen uier is mastts de meest waarschijnlijke oorzaak.
Een mastts kan zowel direct na de partus tbinnen di4 uur), als na het spenen, als na trauma worden
gediagnostceerd. Mastts wordt doorgaans door bacteriën veroorzaakt. In zeldzame gevallen kan
een worminfecte thabronema), een schimmelinfecte of avocado intoxicate worden gemeld.
Mastts ontstaat doorgaans via het slotgat. In zeldzame gevallen wordt een hematogene route
gesuggereerd.
Alle drie de optes zijn risicomomenten voor bacteriële invasie, maar met een verschillende
achtergrond:
Direct na de partus komt de producte maximaal op gang, en kan er stuwing van secretum
optreden. Via het slotgat kan een infecte ontstaan.
Na het spenen is er weer een moment waarop stuwing ontstaat en er een verhoogde kans is
op infecte. Mogelijk invaderende bacteriën worden hierbij niet meer door het veulen
weggezogen wat de kans op ontsteking vergroot.
Na trauma is de natuurlijke barrière van de huid/speen doorbroken, en kunnen bacteriën het
uierweefsel binnendringen.
di