E-module spermatogenese
In mijn jaar waren hoofdstuk 2 en 3 nog in ontwikkeling, waardoor deze niet zijn meegenomen in
deze samenvatng.
Hoofdstuk 1: Spermatogenese
1.1 Introductie
Het begint allemaal bij de chromosomen: XX of XY?
Vrouwelijke embryo’s uiten het DAX-1 gen. DAX-1 onderdrukt de expressie van het SOX-9 gen,
waardoor de gonaden in ovaria ontwikkelen.
Het mannelijke Y-chromosoom bevat het SRY-gen (‘Sex determining Region of the Y-gene’). Expressie
van het SRY-gen leidt tot inhibite van DAX-1 op het X-chromosoom. Zonder DAX-1 wordt SOX-9 niet
onderdrukt, en dus ontwikkelen de gonaden zich in testes.
De testes zijn het epicentrum van de mannelijke ontwikkeling. Ze produceren namelijk AMH (Ant-
Müllerian Hormone), wat de ontwikkeling van de ductus paramesonephricus onderdrukt waardoor
deze in regressie gaat. Ondertussen zorgt de producte van testosteron in andere cellen van de testes
ervoor dat de ductus mesonephricus (buis van Wolf) zich net als de rest van het mannelijk
geslachtsapparaat verder ontwikkelt.
1.2 Het mannelijk geslachtsapparaat
Tests
Epididymis
Ductus deferens
Accessoire geslachtsklieren
Penis
Scrotum
De testes
We focussen nu vooral op de cellen binnenin de testes en niet de anatomie hiervan.
Het parenchym van de testes is georganiseerd in tubuli seminiferi (waar de spermacellen worden
geproduceerd) en interstteel weefsel (wat de testosteron producerende cellen bevat). Producten
van de testes worden zowel endocrien (testosteron, oestrogeen) als exocrien (sperma) gesecreteerd.
De tubuli seminiferi leiden naar de tubuli seminiferi rect, welke weer aansluiten op de rete tests. De
rete tests vervoerd de spermacellen via de ductuli eferentes naar de ductus epididymis, welke
uiteindelijk aansluit op de ductus deferens.
1
, E-module spermatogenese Iris Schoonderwaldt
De spermacellen bewegen zich door deze tubuli richtng de epididymis door passieve beweging door
de vloeistofstroom. De spermacellen kunnen na het verlaten van de tubuli seminiferi namelijk nog
niet zwemmen, ondanks dat ze al wel hun staart hebben. De vloeistofstroom komt tot stand door
beweging van de cilia op de cellen van de ductuli eferentes en contracte van glad spierweefsel in de
wand van de tubuli.
1.3 Spermatogenese
Spermatogenese beschrijf de ontwikkeling van de spermatogonia in spermatozoa. Deze
ontwikkeling berust op drie verschillende, opeenvolgende processen:
1. Spermacytogenese
2. Meiose
3. Spermiogenese
De ductuli seminiferi bevaten een monolayer van Sertoli cellen, met daaronder een laag sperma
stamcellen (spermatogonia). Sertoli cellen geven structurele ondersteuning aan de ontwikkelende
spermacellen, sturen hun ontwikkeling en zorgen voor een beschermende barrière.
Als de puberteit begint gaan de stamcellen zich prolifereren, ondergaan ze meiose en diferenttren
ze in sperma cellen. De stamcellen delen zich ook om de voorraad stamcellen aan te vullen.
Ontwikkeling van de spermacellen gaat van de periferie van de tubuli richtng het lumen, waar de
spermatozoa uiteindelijk vrijgelaten zullen worden. De spermatogonia zijn basaal gelokaliseerd, aan
de periferie van de tubulus. Ze liggen hier op een basaalmembraan, waardoor ze worden gescheiden
van het intersttum. Tijdens hun ontwikkeling moeten de spermacellen door een door de Sertoli
cellen gevormde barrière heen. Het intersttum bestaat uit bindweefsel, bloedvaten, lymfevaten,
zenuwen en testosteron producerende cellen (cellen van Leydig). Rondom de tubuli seminiferi ligt
één laag peritubulaire cellen.
Spermacytogenese
De eerste stap in de spermatogenese is de spermacytogenese. Dit proces
beschrijf de ontwikkeling van spermatogonia in spermatocyten, door
proliferate van de spermatogonia. Tijdens deze mitose kunnen er drie
typen spermatogonia worden onderscheiden:
Type A: dit type deelt in een A1 en A2 spermatogonium. A1
spermatogonia behouden hun stam cel potente. A2 stamcellen
delen opnieuw, waardoor ze het intermediaire type worden.
Type 1 (intermediair): deze cellen hebben karakteristeken van
zowel de A als B cellen. Na proliferate worden deze cellen type B
spermatogonia.
Type B: afankelijk van de diersoort deelt dit type cel nog één of
twee keer, voordat ze het stadium van primaire spermatocyt
bereiken. Dit zijn ook de laatste mitotsche delingen.
Tijdens deze delingen blijf het aantal chromosomen 2N. De cellen
dupliceren eerst wel het aantal chromosomen (2N > 4N), maar doordat de
cel hierna in twee dochtercellen deelt blijf het aantal 2N.
2