Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Experimenteel onderzoek (deeltentamen 3) - Samenvatting Research Methods

Rating
-
Sold
3
Pages
8
Uploaded on
18-10-2018
Written in
2018/2019

Stof uit het boek Research Methods voor deeltentamen 3 (experimenteel onderzoek). Psychologie UU. Inhoud: - p. 273-282 over experimental studies (deel 1, H10) - p. 479-483 over null hypothesis testing (deel 1, Stat) - p. 491-495 over t-tests (deel 1, Stat) - p. 98-105 over APA’s five ethical principles (deel 1, H4) - p. 282-286 over threats of internal validity (deel 1, H10) - p. 298-306 over four types of validity (deel 1, H10) - p. 425-437 over replication studies and meta-analysis (deel 1, H14) - p. 487-490 over factoren die power beïnvloeden (deel 1, Stat. Review) - Gedeeltelijk aangevuld met informatie uit Grasple oefeningen en hoorcolleges

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatni Research�遄 Meth�遄ods – Ch�遄anta Buijs

---------------------------------------------------------- DEELTENTAMEN 3 ----------------------------------------------------------------
Experimentee onderzoek
Ch�遄apter 4 (dee 1) – Eth�遄ica Guide ines for Psych�遄o oiy Research�遄
Five APA Eth�遄ica Princip es
1. Beneficence and nonmaleeficence – Behandel mensen op een manier waar ze baat bij hebben.
Veroorzaak geen lijden. Voer onderzoek uit waar de maatschappij baat bij heef.
2. Fideleity and responsibileity – Bewerkstellig vertrouwensbanden; accepteer verantwoordelijkheid voor
professioneel gedrag (in onderzoek, onderwijzen en de klinische praktjkk.
3. Integrity – Streef ernaar accuraat, waarheidlievend en eerlijk te zijn in de rol als onderzoeker, docent
of beoefenaar.
4. Justice – Streef ernaar alle groepen eerlijk te behandelen. Trek onderzoekspartcipanten uit dezelfde
populates die baat zullen hebben bij het onderzoek. Weees je bewust van biases.
5. Respect for peoplee’s rights and dignity – Herken dat mensen autonome agenten zijn. Bescherm hun
rechten, inclusief het privacy recht, het recht om consent te geven voor behandeling of onderzoek, en
het recht van vertrouwelijkheid. Begrijp dat sommige populates minder in staat zijn om autonome
consent te geven en neem voorzorgmaatregelen tegen het dwingen van zulk soort mensen.

De twee belangrijkste zijn: institutionale re罍iew board (IRB en informed consent.
 IRB – Commissie verantwoordelijk voor het interpreteren van ethische principes en die ervoor zorgt
dat onderzoek met menselijke partcipanten ethisch wordt uitgevoerd.
 Informed consent – De verplichtng van de onderzoeker om het onderzoek in alledaagse taal aan de
partcipanten uit te leggen en ze de gelegenheid te geven zelf de keuze te maken om wel of niet mee
te doen.
o Bij kinderen is informed consent van de ouders noodzakelijk.
 Deception (misleidingk – Het is vaak nodig om informate voor de partcipanten achter te houden om
bruikbare resultaten te krijgen. Toch moet ook hier ethisch over worden nagedacht via de vijf APA
principes. In onderzoek is er vaak sprake van een tjdelijke achterhouding van informate, omdat een
debriefing moet volgen.
 Debriefing – De wordt de achtergehouden informate aan de partcipanten meegegeven in een
gesprek met de onderzoeker.
 Vervaardiiini (fabrication en fa sifcaae van ieievens – Fabrication van gegevens doet zich voor
wanneer er i.p.v. te registreren wat er echt gebeurt in een onderzoek, gegevens door onderzoekers
worden bedacht om zo hun hypothesen te bevestgen. alsifcate van gegevens doet zich voor
wanneer onderzoekers onderzoeksresultaten beïnvloeden, bijvoorbeeld door observates van een
dataset selectef te verwijderen of door de partcipanten te beïnvloeden om zich te gedragen in de
verwachte manier.
 P aiiaat – De ideeën of woorden van een ander representeren als die van jezelf.

Ch�遄apter 10 (dee 1) – Introducaon to Simp e Experiments
De enige manier om causa iteit te ondersteunen is m.b.v. een experiment. Experimenten onderzoeken het
effect van een onafanke ijke variabe e (gemanipuleerdk op een afanke ijke variabe e (gemetenk. Hierbij is er
ook een variabele die expres door de onderzoeker constant wordt gehouden, namelijk de contro e variabe e.
Experimenten ondersteunen causale relates, omdat ze aan onderzoekers de mogelijkheid geven om de eerder
genoemde covariante, temporal precedence en interne validiteit vast te stellen.
 Covariance
o Comparison group – In een experiment kan een onderzoekssituate vergeleken worden in
een vergelijkende condite. Hierdoor kan de vraag ‘Vergeleken met wat?’ beantwoord
worden.
o Contro eiroep – Een niveau van een onafankelijke variabele die bedoeld is om de neutrale
(niet behandelingsk condite te representeren.
o Beh�遄ande iroep – De andere niveau(sk van de onafankelijke variabele zijn de
behandelgroepen.
o P acebo iroep – Weanneer de controlegroep wordt blootgesteld aan een ‘nep’ behandeling
(zoals een suikerpil i.p.v. de werkende medicatek.

,  Temporal precedence
o De gemanipuleerde (onafankelijkek variabele komt voor de gemeten (afankelijkek
variabele.
 Internal validity
o Alternateve verklaringen (confoundsk; wat veroorzaakt echt de verandering in de
afankelijke variabele?

Er zijn verschillende bedreigingen op de interne validiteit:
1. Design confounds – De fout van de onderzoeker in het aanwijzen van de onafankelijke variabele; het
is een tweede variabele die systematsch verandert samen met de bedoelde onafankelijke variabele
en daarom dus een alternateve verklaring voor de resultaten. Causaliteit kan dan niet worden
aangetoond.
a. Systemaasch�遄e variabi iteit – Is een probleem voor de interne validiteit. Bijvoorbeeld
wanneer het gedrag van de ene onderzoeker in de ene groep anders was dan het gedrag van
de andere onderzoeker in de andere groep.
b. Onsystemaasch�遄e variabi iteit – Dit zou geen probleem zijn voor de interne validiteit, omdat
het random is. Bijvoorbeeld wanneer beide groepen beide gedragingen van de onderzoekers
meekrijgen.
2. Se ecae effecten – Weanneer de verschillende soorten partcipanten in het ene niveau van de
onafankelijke variabele systematsch anders zijn dan die in het andere niveau. Dit kan ook
voorkomen als onderzoekers partcipanten zelf laten kiezen in welke groep ze willen ziten.
a. Selecte effecten kunnen worden vermeden door het gebruik van random assignment
(randomisaae) en door matching. Een voorbeeld van matching is het rangschikken van
hoogste schoolcijfer naar laagste schoolcijfer en dan de twee partcipanten met het hoogste
schoolcijfer in aparte groepen zeten (en zo steeds verder voor de andere cijfersk. Er worden
dus ‘gelijke’ paren samengesteld.

Vier soorten validiteit in experimenten:
1. Constructva iditeit (beiripsva iditeit) – Hoe goed zijn de variabelen gemeten en gemanipuleerd op
manieren die consistent zijn met de theorie achter het experiment?
a. Hoe goed zijn de afankelijke variabelen gemeten?
b. Hoe goed zijn de onafankelijke variabelen gemanipuleerd?
i. Soms is een manipu aae ch�遄eck nodig: een extra afankelijke variabele die
onderzoekers kunnen toevoegen aan een experiment om er zo zeker van te zijn dat
de experimentele manipulate heef gewerkt. Dit wordt voornamelijk gebruikt
wanneer er een intente is om partcipanten op een bepaalde manier te denken of te
voelen.
ii. Dezelfde check kan verkregen worden m.b.v. een pi ot onderzoek: een simpel
onderzoek waarin een gescheiden groep partcipanten wordt gebruikt als test voor
het ‘echte’ onderzoek. Dit onderzoekje wordt afgerond voordat (of soms nadatk het
‘echte’ onderzoek wordt uitgevoerd.
2. Externe va iditeit – Kunnen de resultaten worden gegeneraliseerd naar andere mensen of andere
situates en setngen?
a. Random sampleing – Random een steekproef uit een populate selecteren.
3. Staasasch�遄e va iditeit – Hoe sterk verschilt de onafankelijke variabele van de afankelijke variabele
(effectgrootek en is dit effect signifcant? Hoe goed ondersteunen de gegevens het causale verband?
a. Effectiroote (d) – Geef aan hoeveel twee experimentele groepen van elkaar verschillen op
de afankelijke variabele (hoe ver ze uit elkaar liggenk en hoeveel de scores in de groepen
overeenkomen. Een grote d geef minder overeenkomst tussen de scores van de groepen
aan; een kleine d is er meer overeenkomst tussen de groepen.
i. Overeenkomst geef aan hoe ver groepsgemiddelden uit elkaar liggen, maar ook
hoeveel de scores binnen een groep variëren.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 18, 2018
Number of pages
8
Written in
2018/2019
Type
SUMMARY

Subjects

$4.12
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
chantal_buijs Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
19
Member since
7 year
Number of followers
15
Documents
4
Last sold
9 months ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions