Goederenrecht
Periode 1
,Inhoudsopgave
Bijeenkomst 1....................................................................................................................................3
Bijeenkomst 2....................................................................................................................................9
Hoorcollege 1..................................................................................................................................16
Bijeenkomst 3..................................................................................................................................21
Hoorcollege 2..................................................................................................................................32
Bijeenkomst 4..................................................................................................................................36
Hoorcollege 3..................................................................................................................................40
Bijeenkomst 5..................................................................................................................................43
Bijeenkomst 6..................................................................................................................................50
Bijeenkomst 7..................................................................................................................................55
2
,Bijeenkomst 1
Taak 1
A
1. Wie is eigenaar, bezitter en houder van de betreffende containers op het moment dat
deze aan De Boer & Co worden doorverkocht?
- Eigenaar: Pieterse BV.
- Bezitter: Pieterse BV is middellijk bezitter o.g.v. art. 3:107 lid 3 BW.
- Houder: Nedpak is onmiddellijk houder o.g.v. art. 3:107 lid 2 en 4 BW.
- Er zijn drie kwalificaties: eigenaar, bezitter en houder.
- Let op: je kunt geen bezitter en houder tegelijkertijd zijn!
- Let op: een houder kan geen bezit overdragen, alleen maar verschaffen!
2. Wordt De Boer & Co eigenaar van deze containers?
- Voor een geldige overdracht is vereist (art. 3:84 lid 1 BW):
1) Levering: geschiedt d.m.v. constitutum possessorium (art. 3:115 sub a BW), maar
het is geen geldige levering omdat Nedpak een houder is en houders kunnen
geen bezit overdragen!
2) Een geldige titel: ja, koop (art. 7:1 BW).
3) Beschikkingsbevoegdheid: ja, indien geheeld door art. 3:86 BW.
- Conclusie: er wordt niet voldaan aan het vereiste levering. Er komt dus geen geldige
overdracht tot stand (art. 3:84 lid 1 BW). De Boer & Co wordt dus geen eigenaar van
de containers.
B
1. Wie is eigenaar, bezitter en houder van de opleggers op het moment dat deze aan
Rademakers worden geleverd?
- Eigenaar: Pieterse BV.
- Bezitter: Visser.
- Houder: n.v.t.
2. Wat is het gevolg van de vernietiging van de overeenkomst tussen Pieterse en Visser?
- O.g.v. art. 3:53 BW heeft vernietiging terugwerkende kracht. D.w.z. dat er geen
overeenkomst tot stand is gekomen en de door partijen beoogde rechtsgevolgen niet
intreden/ vervallen.
3. Wordt Rademakers eigenaar van de opleggers?
- Voor een geldige overdracht is vereist:
1) Levering: d.m.v. constitutum possessorium (art. 3:115 sub a BW), doordat
Rademakers de opleggers nog niet in zijn bezit heeft werkt het ouder recht van
Pieterse tegen hem (art. 3:90 lid 2 BW). Er vindt derhalve geen geldige levering
plaats.
2) Een geldige titel: koop (art. 7:1 BW).
3) Beschikkingsbevoegdheid: ja, indien geheeld door art. 3:86 BW.
- Conclusie: er is geen sprake van een geldige levering en daarmee is er geen sprake
van een geldige overdracht conform art. 3:84 lid 1 BW.
C
1. Hoe is tussen Hansen en Stevens geleverd?
- Hansen heeft de lading sinaasappels in bewaring gegeven aan Van Kooten Storage,
en vervolgens doorverkocht aan Stevens. De sinaasappels zijn nog steeds in
bewaring bij Van Kooten Storage. Er is hier nog geen sprake van een mededeling. Er
is dus sprake van een levering constitutum possessoirum.
3
, 2. Hoe is tussen Stevens en Grootgrutter geleverd?
- Op 20 juli wordt er door Grootgrutter een fax gestuurd naar de houder (Van Kooten
Storage) en is er sprake van een constititutum possessorium met mededeling.
3. Is Grootgrutter eigenaar van de partij sinaasappels geworden?
- Voor een geldige overdracht is vereist:
1) Levering: d.m.v. constitutum possessorium met een mededeling. Door de
mededeling heeft Grootgrutter nu de feitelijke macht over de goederen. Hierdoor
is art. 3:90 lid 2 BW niet van toepassing.
2) Een geldige titel: koop (art. 7:1 BW).
3) Beschikkingsbevoegdheid: ja, indien geheeld door art. 3:86 BW.
- Conclusie: Grootgrutter is eigenaar geworden.
Jurisprudentie:
Berg/ De Bary een levering constitutum possessorium die gepaard gaat met een
mededeling zorgt voor een verkrijging van de feitelijke macht over een goed en vormt
daarmee een uitzondering op art. 3:90 lid 2 BW.
Extra info:
Wijzen van levering:
1. Constitutum possessorium/ houderschapsverklaring (art. 3:115 sub a BW) voor
bezitsoverdracht is een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling voldoende,
wanneer de vervreemder de zaak bezit en hij haar krachtens een bij de levering gemaakt
beding voor de verkrijger gaat houden.
- Doordat de vervreemder conform deze ‘houderschapsverklaring’ voor de verkrijger
gaat houden, draagt hij hem het bezit van de zaak over. Het verkregen bezit is
middellijk, omdat hij d.m.v. de vervreemder uitoefent (art. 3:107 lid 3 BW).
- Let op: een houder kan niet buiten de bezitter om d.m.v. een constituto possessorio
leveren (art. 3:115 sub a jo. 3:111 BW).
Art. 3:111 BW: een houder van een zaak kan zich niet door een eenzijdige
wilswijziging tot bezitter maken daarmee de bezitter het bezit ontnemen.
- Een (geslaagde) constituto possessorio werkt krachtens art. 3:90 lid 2 BW niet
tegenover een derde met een ouder recht op de zaak, tenzij deze met de
vervreemding heeft ingestemd.
Met instemming van de bezitter mag de houder wel leveren d.m.v. constitutum
possessorium.
- De zaak is na levering in handen van de vervreemder gebleven (art. 3:90 lid 2 BW),
gevolgen:
1) De levering werkt niet tegenover een ouder gerechtigde. Met als gevolg dat de
derde-verkrijger, totdat de zaak in zijn handen komt, geen bescherming kan
ontlenen aan art. 3:86 lid 1 BW indien de ouder gerechtigde de zaak revindiceert.
2) Een derde-verkrijger geniet geen bescherming door art. 3:86 lid 2 BW tegen een
op de zaak drukkend beperkt recht.
3) De verkrijger kan zich niet tegen de ouder gerechtigde beroepen op verkrijgende
verjaring (art. 3:90 lid 2 BW).
2. Traditio brevi manu (art. 3:115 sub b BW) voor de overdracht van het bezit is een
tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling voldoende, wanneer de verkrijger
houder van de zaak van de vervreemder was.
- Doordat de vervreemder ermee instemt dat de verkrijger de zaak niet meer langer
voor hem, maar voor zichzelf gaat houden, verschaft hij hem het (onmiddellijke) bezit
van de zaak.
4
Periode 1
,Inhoudsopgave
Bijeenkomst 1....................................................................................................................................3
Bijeenkomst 2....................................................................................................................................9
Hoorcollege 1..................................................................................................................................16
Bijeenkomst 3..................................................................................................................................21
Hoorcollege 2..................................................................................................................................32
Bijeenkomst 4..................................................................................................................................36
Hoorcollege 3..................................................................................................................................40
Bijeenkomst 5..................................................................................................................................43
Bijeenkomst 6..................................................................................................................................50
Bijeenkomst 7..................................................................................................................................55
2
,Bijeenkomst 1
Taak 1
A
1. Wie is eigenaar, bezitter en houder van de betreffende containers op het moment dat
deze aan De Boer & Co worden doorverkocht?
- Eigenaar: Pieterse BV.
- Bezitter: Pieterse BV is middellijk bezitter o.g.v. art. 3:107 lid 3 BW.
- Houder: Nedpak is onmiddellijk houder o.g.v. art. 3:107 lid 2 en 4 BW.
- Er zijn drie kwalificaties: eigenaar, bezitter en houder.
- Let op: je kunt geen bezitter en houder tegelijkertijd zijn!
- Let op: een houder kan geen bezit overdragen, alleen maar verschaffen!
2. Wordt De Boer & Co eigenaar van deze containers?
- Voor een geldige overdracht is vereist (art. 3:84 lid 1 BW):
1) Levering: geschiedt d.m.v. constitutum possessorium (art. 3:115 sub a BW), maar
het is geen geldige levering omdat Nedpak een houder is en houders kunnen
geen bezit overdragen!
2) Een geldige titel: ja, koop (art. 7:1 BW).
3) Beschikkingsbevoegdheid: ja, indien geheeld door art. 3:86 BW.
- Conclusie: er wordt niet voldaan aan het vereiste levering. Er komt dus geen geldige
overdracht tot stand (art. 3:84 lid 1 BW). De Boer & Co wordt dus geen eigenaar van
de containers.
B
1. Wie is eigenaar, bezitter en houder van de opleggers op het moment dat deze aan
Rademakers worden geleverd?
- Eigenaar: Pieterse BV.
- Bezitter: Visser.
- Houder: n.v.t.
2. Wat is het gevolg van de vernietiging van de overeenkomst tussen Pieterse en Visser?
- O.g.v. art. 3:53 BW heeft vernietiging terugwerkende kracht. D.w.z. dat er geen
overeenkomst tot stand is gekomen en de door partijen beoogde rechtsgevolgen niet
intreden/ vervallen.
3. Wordt Rademakers eigenaar van de opleggers?
- Voor een geldige overdracht is vereist:
1) Levering: d.m.v. constitutum possessorium (art. 3:115 sub a BW), doordat
Rademakers de opleggers nog niet in zijn bezit heeft werkt het ouder recht van
Pieterse tegen hem (art. 3:90 lid 2 BW). Er vindt derhalve geen geldige levering
plaats.
2) Een geldige titel: koop (art. 7:1 BW).
3) Beschikkingsbevoegdheid: ja, indien geheeld door art. 3:86 BW.
- Conclusie: er is geen sprake van een geldige levering en daarmee is er geen sprake
van een geldige overdracht conform art. 3:84 lid 1 BW.
C
1. Hoe is tussen Hansen en Stevens geleverd?
- Hansen heeft de lading sinaasappels in bewaring gegeven aan Van Kooten Storage,
en vervolgens doorverkocht aan Stevens. De sinaasappels zijn nog steeds in
bewaring bij Van Kooten Storage. Er is hier nog geen sprake van een mededeling. Er
is dus sprake van een levering constitutum possessoirum.
3
, 2. Hoe is tussen Stevens en Grootgrutter geleverd?
- Op 20 juli wordt er door Grootgrutter een fax gestuurd naar de houder (Van Kooten
Storage) en is er sprake van een constititutum possessorium met mededeling.
3. Is Grootgrutter eigenaar van de partij sinaasappels geworden?
- Voor een geldige overdracht is vereist:
1) Levering: d.m.v. constitutum possessorium met een mededeling. Door de
mededeling heeft Grootgrutter nu de feitelijke macht over de goederen. Hierdoor
is art. 3:90 lid 2 BW niet van toepassing.
2) Een geldige titel: koop (art. 7:1 BW).
3) Beschikkingsbevoegdheid: ja, indien geheeld door art. 3:86 BW.
- Conclusie: Grootgrutter is eigenaar geworden.
Jurisprudentie:
Berg/ De Bary een levering constitutum possessorium die gepaard gaat met een
mededeling zorgt voor een verkrijging van de feitelijke macht over een goed en vormt
daarmee een uitzondering op art. 3:90 lid 2 BW.
Extra info:
Wijzen van levering:
1. Constitutum possessorium/ houderschapsverklaring (art. 3:115 sub a BW) voor
bezitsoverdracht is een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling voldoende,
wanneer de vervreemder de zaak bezit en hij haar krachtens een bij de levering gemaakt
beding voor de verkrijger gaat houden.
- Doordat de vervreemder conform deze ‘houderschapsverklaring’ voor de verkrijger
gaat houden, draagt hij hem het bezit van de zaak over. Het verkregen bezit is
middellijk, omdat hij d.m.v. de vervreemder uitoefent (art. 3:107 lid 3 BW).
- Let op: een houder kan niet buiten de bezitter om d.m.v. een constituto possessorio
leveren (art. 3:115 sub a jo. 3:111 BW).
Art. 3:111 BW: een houder van een zaak kan zich niet door een eenzijdige
wilswijziging tot bezitter maken daarmee de bezitter het bezit ontnemen.
- Een (geslaagde) constituto possessorio werkt krachtens art. 3:90 lid 2 BW niet
tegenover een derde met een ouder recht op de zaak, tenzij deze met de
vervreemding heeft ingestemd.
Met instemming van de bezitter mag de houder wel leveren d.m.v. constitutum
possessorium.
- De zaak is na levering in handen van de vervreemder gebleven (art. 3:90 lid 2 BW),
gevolgen:
1) De levering werkt niet tegenover een ouder gerechtigde. Met als gevolg dat de
derde-verkrijger, totdat de zaak in zijn handen komt, geen bescherming kan
ontlenen aan art. 3:86 lid 1 BW indien de ouder gerechtigde de zaak revindiceert.
2) Een derde-verkrijger geniet geen bescherming door art. 3:86 lid 2 BW tegen een
op de zaak drukkend beperkt recht.
3) De verkrijger kan zich niet tegen de ouder gerechtigde beroepen op verkrijgende
verjaring (art. 3:90 lid 2 BW).
2. Traditio brevi manu (art. 3:115 sub b BW) voor de overdracht van het bezit is een
tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling voldoende, wanneer de verkrijger
houder van de zaak van de vervreemder was.
- Doordat de vervreemder ermee instemt dat de verkrijger de zaak niet meer langer
voor hem, maar voor zichzelf gaat houden, verschaft hij hem het (onmiddellijke) bezit
van de zaak.
4