Jeugdigen en (jong) volwassenen met een licht verstandelijke beperking
Een lvb is een risicofactor voor het ontstaan van verschillende problemen. Jongeren met lvb hebben
een grotere kans op het ontwikkelen van emotonele problemen en gedragsproblemen dan jongeren
zonder lvb. Om deze problemen te verminderen zijn diagnostsch onderzoek en interventes
noodzakelijk. Voor professionals die werken met jongeren zijn er richtlijnen ontwikkeld die hen
ondersteunen met de omgang met problemen (zoals ADHD). Diagnostek en behandeling zijn
belangrijke onderdelen hierbij.
Diagnostsche instrumenten en interventes die bij jongeren werken zonder lvb blijken niet of minder
te werken bij jongeren met lvb. Daarnaast zijn er voor jongeren met lvb maar weinig diagnostsche
instrumenten en interventes. Hierdoor worden er in de praktjk veelal regulieren interventes
gebruikt, maar wel op zo’n manier dat ze rekening houden met de aansluitng. Dit geldt ook voor de
ondersteuning aan (jong)volwassenen.
Kenmerken van een lvb
Volgens de laatste defnite van AAIDD is er sprake van een lvb als iemand signifcante beperkingen
heef in zowel intelligente, in totale IQ-score tussen t0-70/7t, als in adaptef gedrag (sociaal
aanpassingsvermogen). Adaptef gedrag kan worden verdeeld in conceptuele vaardigheden
(taalbegrip etc.), sociale vaardigheden en praktsche vaardigheden.
In Nederland geldt dat jongeren met IQ-score van 70-8t (zwakbegaafd, niet vb) ook van dit
zorgaanbod gebruik kunnen maken, mits er sprake is van bijkomende problematek. Het zijn namelijk
vooral de beperkingen in het sociaal aanpassingsvermogen die voor problematsch functoneren
zorgen. Dit begint natonaal ook meer te komen. Binnen de DSM-t worden bij Intellectual Disability
geen IQ-grenzen meer aangegeven, maar 3 domeinen van sociaal adaptef functoneren.
Persoonskenmerken
Beperking in het intellectueel functineren: jongeren met lvb hebben meer moeite met het
begrijpen van abstracte begrippen en abstract redeneren. Hun denken is concreet en minder snel.
Voor veel jongeren met lvb blijf het leerniveau bij groep t-6 liggen, de stap van het concreet naar
abstract denken wordt dan gemaakt, dit blijkt veelal lastg te zijn voor jongeren met lvb.
Beperking in infirmateverwerking: het denkproces verloopt langzamer, daardoor zijn er meer
problemen met het verwerken van informate. Met name de verwerking van verbale informate
verloopt minder goed. Er zijn problemen in het scheiden van bij- en hoofdzaken. Daarnaast blijken er
problemen te zijn met het ophalen en manipuleren van informate uit langetermijngeheugen.
Beperkingen in executeve functees metacignite en in generalieate van kennie: tot executeve
functes behoren aspecten als het eerst denken dan doen etc. Jongeren met lvb hebben een
beperkte aandacht spanne en hebben meer moeite met ordenen en diferenttren van informate.
Voor jongeren met lvb is het moeilijker om de aandacht op iets specifeks te richten. Ook hebben ze
meer problemen met inhibite, volledig concentreren op een taak en zich niet laten afeiden door
niet-relevante prikkels. Daarnaast zijn er ook problemen met het plannen en organiseren van
opdrachten.
, Jongeren met lvb hebben meer moeite met zelfregulerende vaardigheden, zoals refecteren op eigen
gedrag, gedachten en gevoelens. Ook zien ze verbanden tussen oorzaak en gevolg moeilijk.
Beperkingen in eiciaal-cigniteve vaardigheden: belangrijk om informate goed te kunnen
verwerken om hier adequaat op te kunnen reageren. Ook wel ‘theory of mind’ genoemd. Jongeren
met lvb blijken op sociaal-cogniteve gebieden meer problemen te hebben. Ze blijken in
hypothetsche sociale probleemsituates meer op te leten op leterlijke en negateve informate.
Jongeren met vb hebben niet alleen meer moeite met het herkennen van emotes bij anderen en de
juiste emotes te koppelen aan de gezichtsuitdrukkingen, maar ook om gevoelens bij zichzelf te
herkennen en te benoemen. Ook is zich verplaatsen in een ander lastg.
Beperkingen in het adaptef gedrag/(eiciaal)aanpaeeingevermigen: adaptef gedrag bestaat uit het
geheel van conceptuele, sociale en praktsche vaardigheden.
Conceptuele vaardigheden hebben betrekking op taal begrip en taalgebruik, maar ook begrip van
geld, tjd en getallen. Ook behoren de vermogen om controle over je eigen leven te hebben en
keuzes te maken erbij.
Sociale vaardigheden omvaten interpersoonlijke en communicateve vaardigheden, een sociaal
verantwoordelijkheidsgevoel. Het gaat om het gevoel van eigen waarde, zelfvertrouwen en zelfeeld.
Het kunnen volgen van regels valt hier ook onder.
Praktsche vaardigheden zijn de actviteiten van het dagelijks leven.
Vertraagde spraak- en taalontwikkeling komt vaak voor bij lvb. Dit is het taalbegrip en taalgebruik.
Humor wordt niet altjd begrepen. Ze hebben moeite met het verwoorden van eigen gevoelens en
gedachten. Jongeren met lvb hebben vaak een beperkte woordenschat.
Jongeren met lvb hebben niet alleen een achterstand van verschillende gebieden, maar ook een
disharmonisch ontwikkelingsprofel. Zo is het intelligenteniveau lager, maar is er ook een
disharmonisch profel waarbij het performale IQ-score hoger is dan het verbale.
Het sociaal-emotoneel ontwikkelingsniveau is vaak lager dan de IQ-score of praktsche vaardigheden
niveau. Ze lijken meet te kunnen dan aan te kunnen. Dit zorgt voor overvraging. Dit kan leiden tot
faalervaringen en faalgevoelens.
Het komt voor dat personen met lvb zelf te hoge verwachtngen heef van zijn eigen mogelijkheden.
Dit kan ontstaan door de beperkte mate van zelfrefecte of omdat ze hun lvb niet willen accepteren.
Omgevingskenmerken
Naast persoonskenmerken van een lvb zijn er ook in sociale context kenmerken die negatef van
invloed kunnen zijn op het functoneren van jongeren met lvb.
Jongeren met lvb kome vaker uit multprobleemgezinnen. Bij de ouders zien we vaker pedagogisch
onvermogen, verwaarlozing van kinderen of mishandeling. Als ouders zelf ook bijv. lvb hebben dan is
er een gemis van een sensiteve en responsieve ouder, hierdoor ontstaan hechtngsproblemen. Een
onveilige hechtng kan veel probleemgedrag veroorzaken.
Een lvb is een risicofactor voor het ontstaan van verschillende problemen. Jongeren met lvb hebben
een grotere kans op het ontwikkelen van emotonele problemen en gedragsproblemen dan jongeren
zonder lvb. Om deze problemen te verminderen zijn diagnostsch onderzoek en interventes
noodzakelijk. Voor professionals die werken met jongeren zijn er richtlijnen ontwikkeld die hen
ondersteunen met de omgang met problemen (zoals ADHD). Diagnostek en behandeling zijn
belangrijke onderdelen hierbij.
Diagnostsche instrumenten en interventes die bij jongeren werken zonder lvb blijken niet of minder
te werken bij jongeren met lvb. Daarnaast zijn er voor jongeren met lvb maar weinig diagnostsche
instrumenten en interventes. Hierdoor worden er in de praktjk veelal regulieren interventes
gebruikt, maar wel op zo’n manier dat ze rekening houden met de aansluitng. Dit geldt ook voor de
ondersteuning aan (jong)volwassenen.
Kenmerken van een lvb
Volgens de laatste defnite van AAIDD is er sprake van een lvb als iemand signifcante beperkingen
heef in zowel intelligente, in totale IQ-score tussen t0-70/7t, als in adaptef gedrag (sociaal
aanpassingsvermogen). Adaptef gedrag kan worden verdeeld in conceptuele vaardigheden
(taalbegrip etc.), sociale vaardigheden en praktsche vaardigheden.
In Nederland geldt dat jongeren met IQ-score van 70-8t (zwakbegaafd, niet vb) ook van dit
zorgaanbod gebruik kunnen maken, mits er sprake is van bijkomende problematek. Het zijn namelijk
vooral de beperkingen in het sociaal aanpassingsvermogen die voor problematsch functoneren
zorgen. Dit begint natonaal ook meer te komen. Binnen de DSM-t worden bij Intellectual Disability
geen IQ-grenzen meer aangegeven, maar 3 domeinen van sociaal adaptef functoneren.
Persoonskenmerken
Beperking in het intellectueel functineren: jongeren met lvb hebben meer moeite met het
begrijpen van abstracte begrippen en abstract redeneren. Hun denken is concreet en minder snel.
Voor veel jongeren met lvb blijf het leerniveau bij groep t-6 liggen, de stap van het concreet naar
abstract denken wordt dan gemaakt, dit blijkt veelal lastg te zijn voor jongeren met lvb.
Beperking in infirmateverwerking: het denkproces verloopt langzamer, daardoor zijn er meer
problemen met het verwerken van informate. Met name de verwerking van verbale informate
verloopt minder goed. Er zijn problemen in het scheiden van bij- en hoofdzaken. Daarnaast blijken er
problemen te zijn met het ophalen en manipuleren van informate uit langetermijngeheugen.
Beperkingen in executeve functees metacignite en in generalieate van kennie: tot executeve
functes behoren aspecten als het eerst denken dan doen etc. Jongeren met lvb hebben een
beperkte aandacht spanne en hebben meer moeite met ordenen en diferenttren van informate.
Voor jongeren met lvb is het moeilijker om de aandacht op iets specifeks te richten. Ook hebben ze
meer problemen met inhibite, volledig concentreren op een taak en zich niet laten afeiden door
niet-relevante prikkels. Daarnaast zijn er ook problemen met het plannen en organiseren van
opdrachten.
, Jongeren met lvb hebben meer moeite met zelfregulerende vaardigheden, zoals refecteren op eigen
gedrag, gedachten en gevoelens. Ook zien ze verbanden tussen oorzaak en gevolg moeilijk.
Beperkingen in eiciaal-cigniteve vaardigheden: belangrijk om informate goed te kunnen
verwerken om hier adequaat op te kunnen reageren. Ook wel ‘theory of mind’ genoemd. Jongeren
met lvb blijken op sociaal-cogniteve gebieden meer problemen te hebben. Ze blijken in
hypothetsche sociale probleemsituates meer op te leten op leterlijke en negateve informate.
Jongeren met vb hebben niet alleen meer moeite met het herkennen van emotes bij anderen en de
juiste emotes te koppelen aan de gezichtsuitdrukkingen, maar ook om gevoelens bij zichzelf te
herkennen en te benoemen. Ook is zich verplaatsen in een ander lastg.
Beperkingen in het adaptef gedrag/(eiciaal)aanpaeeingevermigen: adaptef gedrag bestaat uit het
geheel van conceptuele, sociale en praktsche vaardigheden.
Conceptuele vaardigheden hebben betrekking op taal begrip en taalgebruik, maar ook begrip van
geld, tjd en getallen. Ook behoren de vermogen om controle over je eigen leven te hebben en
keuzes te maken erbij.
Sociale vaardigheden omvaten interpersoonlijke en communicateve vaardigheden, een sociaal
verantwoordelijkheidsgevoel. Het gaat om het gevoel van eigen waarde, zelfvertrouwen en zelfeeld.
Het kunnen volgen van regels valt hier ook onder.
Praktsche vaardigheden zijn de actviteiten van het dagelijks leven.
Vertraagde spraak- en taalontwikkeling komt vaak voor bij lvb. Dit is het taalbegrip en taalgebruik.
Humor wordt niet altjd begrepen. Ze hebben moeite met het verwoorden van eigen gevoelens en
gedachten. Jongeren met lvb hebben vaak een beperkte woordenschat.
Jongeren met lvb hebben niet alleen een achterstand van verschillende gebieden, maar ook een
disharmonisch ontwikkelingsprofel. Zo is het intelligenteniveau lager, maar is er ook een
disharmonisch profel waarbij het performale IQ-score hoger is dan het verbale.
Het sociaal-emotoneel ontwikkelingsniveau is vaak lager dan de IQ-score of praktsche vaardigheden
niveau. Ze lijken meet te kunnen dan aan te kunnen. Dit zorgt voor overvraging. Dit kan leiden tot
faalervaringen en faalgevoelens.
Het komt voor dat personen met lvb zelf te hoge verwachtngen heef van zijn eigen mogelijkheden.
Dit kan ontstaan door de beperkte mate van zelfrefecte of omdat ze hun lvb niet willen accepteren.
Omgevingskenmerken
Naast persoonskenmerken van een lvb zijn er ook in sociale context kenmerken die negatef van
invloed kunnen zijn op het functoneren van jongeren met lvb.
Jongeren met lvb kome vaker uit multprobleemgezinnen. Bij de ouders zien we vaker pedagogisch
onvermogen, verwaarlozing van kinderen of mishandeling. Als ouders zelf ook bijv. lvb hebben dan is
er een gemis van een sensiteve en responsieve ouder, hierdoor ontstaan hechtngsproblemen. Een
onveilige hechtng kan veel probleemgedrag veroorzaken.