֍ Thema 6: het zieke kind ֍
Hoofdstuk 26: het zieke kind in het ziekenhuis
26.2 verschil in ziektebeeld en verschijnselen bij volwassenen en kinderen
Symptomen algemeen = koorts, hangerig en/of huilerig zijn, niet willen eten of drinken
en veel slapen.
Soms omgekeerd dag-nacht ritme
Spugen vaak zonder aanwijsbare verklaring
Koorts wijst meestal op een infectie, maar een kind met een ernstige infectie hoeft
juist geen koorts te hebben.
26.3.1 algemene observatie
o Huid (aspect, kleur en turgor)
Aspect = een gezonde huid ziet er gaaf uit
Kleur = een normale huid is rozerood.
Turgor = een gezond huid ziet er soepel uit en is elastisch. (neemt af wanneer
het kind uitgedroogd is door aanhoudende diarree of braken.
o Verandering in gedrag
o Reacties op gebeurtenissen
o Ontwikkeling van de zintuigelijke functies en de spraak (horen/zien)
o De slaap
o Eetgewoonten
o Uitscheidingspatroon
26.3.2 specifieke observaties
Bloeddruk, hartslag, ademhaling en uitvoeren van neurologische controles.
Ademhaling
Frequentie, regelmaat en de manier van ademhaling.
Kreunen
pasgeborenen longproblemen; het kind probeert door zijn stembanden op
te zetten wat reserve lucht in zijn longen te houden.
Bij een bloeding in het hoofd, zachtjes kreunen.
Snurken
Dit kan komen doordat er slijm in zijn bovenste luchtwegen zit.
Ook een vergrote neusamandel kan snurken veroorzaken.
Piepen
Vernauwing van de luchtwegen. Bv. astma- aanval
Stridor
Het kind maakt bij de in-en/of uitademing een geluid.
Rauwer en luider dan piepen
Inspiratoire stridor bij inademing
Expiratoire stridor bij uitademing
Komt voor bij aandoeningen van de hogere luchtwegen
Neusvleugelen
Bij de inademing worden de neusvleugels wijd opengesperd om zoveel
mogelijk lucht naar binnen te krijgen.
Intrekkingen
Zichtbaar aan de zijkant van de borstkast, waarbij de tussenribspieren worden
samengetrokken.
Ook het sternum kan intrekken / ouderen kinderen trekken de schouders op
om veel mogelijk ruimte in de longen te creëren voor lucht.
Diepte van inademing
Oppervlakkige of diepe inademing.
Hoofdstuk 26: het zieke kind in het ziekenhuis
26.2 verschil in ziektebeeld en verschijnselen bij volwassenen en kinderen
Symptomen algemeen = koorts, hangerig en/of huilerig zijn, niet willen eten of drinken
en veel slapen.
Soms omgekeerd dag-nacht ritme
Spugen vaak zonder aanwijsbare verklaring
Koorts wijst meestal op een infectie, maar een kind met een ernstige infectie hoeft
juist geen koorts te hebben.
26.3.1 algemene observatie
o Huid (aspect, kleur en turgor)
Aspect = een gezonde huid ziet er gaaf uit
Kleur = een normale huid is rozerood.
Turgor = een gezond huid ziet er soepel uit en is elastisch. (neemt af wanneer
het kind uitgedroogd is door aanhoudende diarree of braken.
o Verandering in gedrag
o Reacties op gebeurtenissen
o Ontwikkeling van de zintuigelijke functies en de spraak (horen/zien)
o De slaap
o Eetgewoonten
o Uitscheidingspatroon
26.3.2 specifieke observaties
Bloeddruk, hartslag, ademhaling en uitvoeren van neurologische controles.
Ademhaling
Frequentie, regelmaat en de manier van ademhaling.
Kreunen
pasgeborenen longproblemen; het kind probeert door zijn stembanden op
te zetten wat reserve lucht in zijn longen te houden.
Bij een bloeding in het hoofd, zachtjes kreunen.
Snurken
Dit kan komen doordat er slijm in zijn bovenste luchtwegen zit.
Ook een vergrote neusamandel kan snurken veroorzaken.
Piepen
Vernauwing van de luchtwegen. Bv. astma- aanval
Stridor
Het kind maakt bij de in-en/of uitademing een geluid.
Rauwer en luider dan piepen
Inspiratoire stridor bij inademing
Expiratoire stridor bij uitademing
Komt voor bij aandoeningen van de hogere luchtwegen
Neusvleugelen
Bij de inademing worden de neusvleugels wijd opengesperd om zoveel
mogelijk lucht naar binnen te krijgen.
Intrekkingen
Zichtbaar aan de zijkant van de borstkast, waarbij de tussenribspieren worden
samengetrokken.
Ook het sternum kan intrekken / ouderen kinderen trekken de schouders op
om veel mogelijk ruimte in de longen te creëren voor lucht.
Diepte van inademing
Oppervlakkige of diepe inademing.