֍ Thema 2: de normale zwangerschap֍
Hoofdstuk 6: ontstaan en ontwikkeling van de zwangerschap
6.2.1 geslachtsorganen van de vrouw
De uitwendige geslachtsorganen van de vrouw worden samen gevat onder de naam
vulva.
De bekkenbodem (het perineum) is het gebied tussen de uitwendige
geslachtsorganen en de uitmonding van de endeldarm (de anus).
De vulva bestaat uit =
De kittelaar (clitoris)
De grote schaamlippen (labia majora)
De kleine schaamlippen (labia minora)
De maagdenvlies (hymen)
De schaamheuvel (mons veneris)
De inwendige geslachtsorganen zijn =
de baarmoeder (uterus) spierweefsel
de eileiders (tubae) 11 cm lang bekleed met trilhaarcellen
de eierstokken (ovaria)
de baarmoederhals (cervix)
de baarmoedermond (portio), het gedeelte dat in de schede uitsteekt.
De schede (vagina), het uitwendige deel van het geslachtsorgaan.
De baarmoeder (uterus) is iets groter dan een vuist en bevindt zich in het kleine
bekken, meestal ligt ze over de blaas naar voren gekanteld.
Corpus = baarmoeder lichaam; bovenste brede gedeelte.
Cervix = baarmoederhals is het onderste, smalle gedeelte.
6.2.2 geslachtsorganen van de man
o Zaadcellen (testes), waarin de zaadcellen worden gevormd.
o De bijballen (epididymes), die dienen als verzamelruimte voor de zaadcellen.
o De zaadleider (ductus deferens), die het zaad verder vervoert.
o De plasbuis (urethra)
o De zaadblaas( vasicula seminalis), een sterk gekronkelde buis met zijbuizen die
uitmondt in de zaadleider.
o De voorstanderklier (prostaat), die onder de blaas ligt en waar de plasbuis en
zaadleider doorheen lopen.
o De balzak of scrotum
o De penis
6.3.1 de zaadcel
De productie van het mannelijk zaad gebeurt onder invloed van het hormoon
testosteron, dat in de zaadballen wordt gevormd.
In de kop bevinden zich de erfelijke eigenschappen.
De staart zorgt voor de voortbeweging. in 1 minuut legt die ongeveer 3 tot 4
millimeter af.
Geen ontmoeting met eicel dan worden ze opgenomen door de witte
bloedlichaampjes.
6.3.2 de eicel
Hoofdstuk 6: ontstaan en ontwikkeling van de zwangerschap
6.2.1 geslachtsorganen van de vrouw
De uitwendige geslachtsorganen van de vrouw worden samen gevat onder de naam
vulva.
De bekkenbodem (het perineum) is het gebied tussen de uitwendige
geslachtsorganen en de uitmonding van de endeldarm (de anus).
De vulva bestaat uit =
De kittelaar (clitoris)
De grote schaamlippen (labia majora)
De kleine schaamlippen (labia minora)
De maagdenvlies (hymen)
De schaamheuvel (mons veneris)
De inwendige geslachtsorganen zijn =
de baarmoeder (uterus) spierweefsel
de eileiders (tubae) 11 cm lang bekleed met trilhaarcellen
de eierstokken (ovaria)
de baarmoederhals (cervix)
de baarmoedermond (portio), het gedeelte dat in de schede uitsteekt.
De schede (vagina), het uitwendige deel van het geslachtsorgaan.
De baarmoeder (uterus) is iets groter dan een vuist en bevindt zich in het kleine
bekken, meestal ligt ze over de blaas naar voren gekanteld.
Corpus = baarmoeder lichaam; bovenste brede gedeelte.
Cervix = baarmoederhals is het onderste, smalle gedeelte.
6.2.2 geslachtsorganen van de man
o Zaadcellen (testes), waarin de zaadcellen worden gevormd.
o De bijballen (epididymes), die dienen als verzamelruimte voor de zaadcellen.
o De zaadleider (ductus deferens), die het zaad verder vervoert.
o De plasbuis (urethra)
o De zaadblaas( vasicula seminalis), een sterk gekronkelde buis met zijbuizen die
uitmondt in de zaadleider.
o De voorstanderklier (prostaat), die onder de blaas ligt en waar de plasbuis en
zaadleider doorheen lopen.
o De balzak of scrotum
o De penis
6.3.1 de zaadcel
De productie van het mannelijk zaad gebeurt onder invloed van het hormoon
testosteron, dat in de zaadballen wordt gevormd.
In de kop bevinden zich de erfelijke eigenschappen.
De staart zorgt voor de voortbeweging. in 1 minuut legt die ongeveer 3 tot 4
millimeter af.
Geen ontmoeting met eicel dan worden ze opgenomen door de witte
bloedlichaampjes.
6.3.2 de eicel