Een alinea is een logische eenheid: ze bestaan uit enkele zinnen die logisch samenhangen,
die over dezelfde gedachte of hetzelfde onderwerp gaan. Meestal staat er in een alinea een
kernzin die de centrale gedachte bevat. De kernzin kan op verschillende plaatsen staan.
Om een zin, alinea of tekst goed te structuren gebruik je woorden die zinnen en alinea's aan
elkaar linken. Deze woorden noem je verbindingswoorden en kunnen allerlei soorten
woorden zijn. Het maakt dat zinnen makkelijk te lezen en te interpreteren zijn. Je stuurt de
lezer in de richting die jij, als schrijver, voor ogen hebt. Je maakt duidelijk dat er een logisch
verband in de tekst zit.
Als elke zin in een tekst een alinea is noem je dat het ‘staccato-effect’ of ‘brokkelstijl’. de
zinnen lijken volledig los van elkaar te staan waardoor de structuur loslaat.
Hoofdstuk 4.3
De situatie waarin je je bevindt bepaalt je doen en laten. Dit noem je een register.
Voorbeelden zijn hoe je praat in een chat en in een mail naar een docent.
Aansprekingen in brieven en e-mails
- Geachte mevrouw of heer + achternaam (eerste contact)
- Geachte heer / mevrouw (onbekend of man of vrouw is)
- Geachte professor + achternaam (functie)
- Beste mevrouw / meneer + achternaam (niet beste)
Als je na deze woorden een komma zet moet je deze ook bij de slotfase neerzetten.
Voorbeelden van slotformules zijn:
- Ik kijk uit naar een positieve reactie op deze brief
- Ik hoop dat uw positief op deze brief zult reageren
- Ik hoop op een snelle en positieve reactie
- Met de meeste hoogachting, hoogachtend
- Met vriendelijke groet(en), vriendelijke groet
Hoofdstuk 6
Voordat je een tekst leest kan je hem eerst verkennen. Je kan jezelf afvragen is de tekst
interessant of bruikbaar voor jou (oriënterend lezen) en kun je er de beoogde informatie in
terugvinden (diagonaal lezen).
6.1.1
Dit is de eerste fase waarin je de tekst ontdekt. Je stelt de volgende vragen:
- Wat is de titel / ondertitel van de tekst?
- Wie is de auteur?
- In welk jaar in de tekst geschreven?
- Welke informatie vind je nog op de voor- of achterklap? (boeken)
- Aanvullende informatie in de index, appendixen, afkortingen, figuren, tabellen,
grafieken en formules