Leerdoelen Airway
De student weet hoe de luchtweg beoordeeld wordt.
- Stabiliseer de cervicale wervelkolom en spreek de patiënt tegelijkertijd aan in beide oren.
Wanneer de patiënt niet reageert, geldt dit als een bedreiging voor de A.
- Gebruik de look-listen-feel methode om de ademhaling te beoordelen.
- Kijk naar het aangezicht van de patiënt. Let hierbij op zwellingen en obstruerende
botbreuken, Voel bij traumapatiënten ook aan het aangezicht om obstruerende botbreuken te
ontdekken. Let op zwellingen van de lippen.
- Schijn met een lampje in de mond van de patiënt en kijk naar onder andere zwelling van de
tong, loszittende gebitsdelen, bloed, braaksel of een corpus alienum.
De student begrijpt vanuit de anatomie en (patho)fysiologie welke
problemen een bedreiging voor de luchtweg zijn.
Een corpus alienum, zwellingen, bloed, braaksel, slijm, trauma van het aangezicht of een
verminderd bewustzijn (door naar achter gezakte tong) vormen allemaal een obstructie in de
luchtweg. Hierdoor is de luchtweg niet vrij meer en kan de patiënt minder goed vrij ademen.
De student begrijpt de principes van triage en kan het belang hiervan bij de
opvang van de vitaal bedreigde patiënt uitleggen.
Triage is het stellen van prioriteiten onder een groep patiënten.
Wat de redeneerstappen volgens het model van Proactive Nursing (Bakker,
2014) zijn.
Stap 1:Orientatie op de situatie/klinisch beeld
a. Wat zijn de vragen die je stelt aan cliënt/patiënt ( aanvulling subjectieve
gegevens)?
b. Welke metingen (objectieve gegevens) ga je doen?
c. Situation: Wat is het klinisch beleid aan de hand van subjectieve en objectieve
gegevens. Gebruik voor de objectieve gegevens de EWS.
d. Background: Wat zijn de relevante gegevens over de achtergrond van de
patient? Gebruik hiervoor de AMPLE
e. Assessment: Urgentiebepaling op basis van klinisch beeld; verstoorde
homeostase, indirect levensbedreigend, direct levensbedreigend, klinisch
dood.
f. Recommendation: Jouw aanbevelingen t.a.v. consulatie, onderzoek en
(overplaatsing) beredeneren. Doe dit mbv een samenvatting van de SBAR
Stap 2: Klinische probleemstelling
g. Wat zijn de orgaansystemen die betrokken zijn? Gebruik hiervoor de
systeemkaarten van Bakker. Zie link op hubl voor de systeemkaarten
h. Gezien de dysfunctionele orgaansystemen, welke bewakingsmogelijkheden
zijn relevant voor de verpleegkundige?
i. Wat is mogelijk de psychosociale problematiek?
j. Wat is een mogelijke differentiaal diagnose (DD) en onderbouw dit aan de
hand van de subjectieve en objectieve gegevens. Formuleer verpleegkundige
diagnoses.
k. Welke verdiepende vragen stel je aan patiënt?
De student weet hoe de luchtweg beoordeeld wordt.
- Stabiliseer de cervicale wervelkolom en spreek de patiënt tegelijkertijd aan in beide oren.
Wanneer de patiënt niet reageert, geldt dit als een bedreiging voor de A.
- Gebruik de look-listen-feel methode om de ademhaling te beoordelen.
- Kijk naar het aangezicht van de patiënt. Let hierbij op zwellingen en obstruerende
botbreuken, Voel bij traumapatiënten ook aan het aangezicht om obstruerende botbreuken te
ontdekken. Let op zwellingen van de lippen.
- Schijn met een lampje in de mond van de patiënt en kijk naar onder andere zwelling van de
tong, loszittende gebitsdelen, bloed, braaksel of een corpus alienum.
De student begrijpt vanuit de anatomie en (patho)fysiologie welke
problemen een bedreiging voor de luchtweg zijn.
Een corpus alienum, zwellingen, bloed, braaksel, slijm, trauma van het aangezicht of een
verminderd bewustzijn (door naar achter gezakte tong) vormen allemaal een obstructie in de
luchtweg. Hierdoor is de luchtweg niet vrij meer en kan de patiënt minder goed vrij ademen.
De student begrijpt de principes van triage en kan het belang hiervan bij de
opvang van de vitaal bedreigde patiënt uitleggen.
Triage is het stellen van prioriteiten onder een groep patiënten.
Wat de redeneerstappen volgens het model van Proactive Nursing (Bakker,
2014) zijn.
Stap 1:Orientatie op de situatie/klinisch beeld
a. Wat zijn de vragen die je stelt aan cliënt/patiënt ( aanvulling subjectieve
gegevens)?
b. Welke metingen (objectieve gegevens) ga je doen?
c. Situation: Wat is het klinisch beleid aan de hand van subjectieve en objectieve
gegevens. Gebruik voor de objectieve gegevens de EWS.
d. Background: Wat zijn de relevante gegevens over de achtergrond van de
patient? Gebruik hiervoor de AMPLE
e. Assessment: Urgentiebepaling op basis van klinisch beeld; verstoorde
homeostase, indirect levensbedreigend, direct levensbedreigend, klinisch
dood.
f. Recommendation: Jouw aanbevelingen t.a.v. consulatie, onderzoek en
(overplaatsing) beredeneren. Doe dit mbv een samenvatting van de SBAR
Stap 2: Klinische probleemstelling
g. Wat zijn de orgaansystemen die betrokken zijn? Gebruik hiervoor de
systeemkaarten van Bakker. Zie link op hubl voor de systeemkaarten
h. Gezien de dysfunctionele orgaansystemen, welke bewakingsmogelijkheden
zijn relevant voor de verpleegkundige?
i. Wat is mogelijk de psychosociale problematiek?
j. Wat is een mogelijke differentiaal diagnose (DD) en onderbouw dit aan de
hand van de subjectieve en objectieve gegevens. Formuleer verpleegkundige
diagnoses.
k. Welke verdiepende vragen stel je aan patiënt?