Inhoudsopgave
COVID-19 Associated Syndrome..................................................................................................................... 1
ILO 3 COPD
Casus............................................................................................................................................................. 2
Gezondheidsprobleem
14-1-2024analyse...................................................................................................................... 3
Behandeldoelen............................................................................................................................................. 4
Therapeutisch proces..................................................................................................................................... 4
Bronvermelding............................................................................................................................................. 7
Thomas Sap
NEXT 3
, COVID-19 Associated Syndrome
Over de hele wereld heeft COVID-19, dat wordt veroorzaakt door het coronavirus Severe
Acute Respiratory Syndrome 2 (SARS-CoV-2), aanzienlijke schade aan de gezondheid en
sterfgevallen veroorzaakt. Hoewel meer dan 80% van de patiënten milde symptomen
ervaart, kan een aanzienlijk deel ernstig ziek worden, vooral ouderen en mensen met
bijkomende aandoeningen.
Het virus dat COVID-19 veroorzaakt, behoort tot de bèta coronavirussen en bestaat uit
genetisch materiaal in de vorm van ribonucleïnezuur (RNA), omringd door eiwitten. Deze
eiwitten hebben de capaciteit om te hechten aan receptoren op het oppervlak van cellen,
specifiek bekend als 'angiotensine converting enzyme' 2 (ACE2) -receptoren. Nadat deze
hechting heeft plaatsgevonden, kan het genetisch materiaal (RNA) de cel binnendringen.
Cellen met ACE2-receptoren bevinden zich op verschillende locaties in het lichaam, zoals de
longen, slokdarm, bloedvaten, galblaas, hart, nieren en blaas. Elk van deze organen en
weefsels loopt het risico om geïnfecteerd te raken door het virus (KNGF-standpunt, 2021)
Virale deeltjes zijn aanwezig in ademhalingsdruppels, bloed, oogafscheidingen, urine en
ontlasting, maar het wordt voornamelijk verspreid via directe persoonlijke
ademhalingsoverdracht van persoon tot persoon. Het virus verspreidt zich vanuit de mond
en neus als druppels en kleinere deeltjes, die mogelijk in de lucht terechtkomen en verder
kunnen reizen. (Del rio & Malani, 2020).
De incubatieperiode is meestal 4 tot 5 dagen, hoewel deze varieert van 1 tot 14 dagen (Long
et al., 2022).
Diverse factoren worden in verband gebracht met een ongunstigere prognose bij patiënten
met COVID-19. Risicofactoren voor ernstige ziekte omvatten een leeftijd van meer dan 75
jaar, diabetes, kanker, een voorgeschiedenis van transplantatie, hypertensie en eerdere hart-
of longaandoeningen (Zhou et al., 2020).
Ongeveer 98% van de patiënten die symptomen ontwikkelen, zal dit doen binnen 12 dagen
na blootstelling aan het virus. De literatuur suggereert dat de meest voorkomende
symptomen onder andere hoesten (60-86%), kortademigheid (53-80%) en verstoring van
smaak of reukverandering (64-80%) zijn. Koorts kan aanwezig zijn bij ongeveer de helft van
de patiënten, maar over het algemeen suggereert de literatuur dat 20-99% van de patiënten
koorts ervaart gedurende het verloop van de ziekte. Vermoeidheid en dyspneu komt ook
heel erg vaak voor bij CAS-patiënten (Guan et al., 2020).
Ook kan COVID-19 kan leiden tot virale longontsteking, hypoxemisch respiratoir falen en het
acute respiratory distress syndrome (ARDS), waarbij hypoxemisch respiratoir falen de meest
voorkomende reden is voor opname op de intensive care (ICU) (Wiersinga et al., 2020).
Bacteriële of schimmelinfecties treffen tot 8% van de patiënten. Deze zijn een belangrijke
bron van morbiditeit en mortaliteit; in één studie ervoer de helft van degenen die overleden
een secundaire infectie (Rawson et al., 2020).
COVID-19 Associated Syndrome..................................................................................................................... 1
ILO 3 COPD
Casus............................................................................................................................................................. 2
Gezondheidsprobleem
14-1-2024analyse...................................................................................................................... 3
Behandeldoelen............................................................................................................................................. 4
Therapeutisch proces..................................................................................................................................... 4
Bronvermelding............................................................................................................................................. 7
Thomas Sap
NEXT 3
, COVID-19 Associated Syndrome
Over de hele wereld heeft COVID-19, dat wordt veroorzaakt door het coronavirus Severe
Acute Respiratory Syndrome 2 (SARS-CoV-2), aanzienlijke schade aan de gezondheid en
sterfgevallen veroorzaakt. Hoewel meer dan 80% van de patiënten milde symptomen
ervaart, kan een aanzienlijk deel ernstig ziek worden, vooral ouderen en mensen met
bijkomende aandoeningen.
Het virus dat COVID-19 veroorzaakt, behoort tot de bèta coronavirussen en bestaat uit
genetisch materiaal in de vorm van ribonucleïnezuur (RNA), omringd door eiwitten. Deze
eiwitten hebben de capaciteit om te hechten aan receptoren op het oppervlak van cellen,
specifiek bekend als 'angiotensine converting enzyme' 2 (ACE2) -receptoren. Nadat deze
hechting heeft plaatsgevonden, kan het genetisch materiaal (RNA) de cel binnendringen.
Cellen met ACE2-receptoren bevinden zich op verschillende locaties in het lichaam, zoals de
longen, slokdarm, bloedvaten, galblaas, hart, nieren en blaas. Elk van deze organen en
weefsels loopt het risico om geïnfecteerd te raken door het virus (KNGF-standpunt, 2021)
Virale deeltjes zijn aanwezig in ademhalingsdruppels, bloed, oogafscheidingen, urine en
ontlasting, maar het wordt voornamelijk verspreid via directe persoonlijke
ademhalingsoverdracht van persoon tot persoon. Het virus verspreidt zich vanuit de mond
en neus als druppels en kleinere deeltjes, die mogelijk in de lucht terechtkomen en verder
kunnen reizen. (Del rio & Malani, 2020).
De incubatieperiode is meestal 4 tot 5 dagen, hoewel deze varieert van 1 tot 14 dagen (Long
et al., 2022).
Diverse factoren worden in verband gebracht met een ongunstigere prognose bij patiënten
met COVID-19. Risicofactoren voor ernstige ziekte omvatten een leeftijd van meer dan 75
jaar, diabetes, kanker, een voorgeschiedenis van transplantatie, hypertensie en eerdere hart-
of longaandoeningen (Zhou et al., 2020).
Ongeveer 98% van de patiënten die symptomen ontwikkelen, zal dit doen binnen 12 dagen
na blootstelling aan het virus. De literatuur suggereert dat de meest voorkomende
symptomen onder andere hoesten (60-86%), kortademigheid (53-80%) en verstoring van
smaak of reukverandering (64-80%) zijn. Koorts kan aanwezig zijn bij ongeveer de helft van
de patiënten, maar over het algemeen suggereert de literatuur dat 20-99% van de patiënten
koorts ervaart gedurende het verloop van de ziekte. Vermoeidheid en dyspneu komt ook
heel erg vaak voor bij CAS-patiënten (Guan et al., 2020).
Ook kan COVID-19 kan leiden tot virale longontsteking, hypoxemisch respiratoir falen en het
acute respiratory distress syndrome (ARDS), waarbij hypoxemisch respiratoir falen de meest
voorkomende reden is voor opname op de intensive care (ICU) (Wiersinga et al., 2020).
Bacteriële of schimmelinfecties treffen tot 8% van de patiënten. Deze zijn een belangrijke
bron van morbiditeit en mortaliteit; in één studie ervoer de helft van degenen die overleden
een secundaire infectie (Rawson et al., 2020).