Wat is meten? Toekennen waarde van een ‘variabele’ aan een subject.
Een variabele is een kenmerk van een individu dat verschillende waarden kan hebben bij
verschillende individuen.
Metingen weerspiegelen relaties en objectiveren waarnemingen.
Het doel van metingen zijn om onafhankelijk van je waarnemer te zijn.
Daarom vindt ‘wetenschappelijk’ meten altijd via protocollen plaats.
Bv. opstellen van een arbitraire grens bij confouding of effectmodificatie.
Je hebt verschillende soorten metingen: er zijn verschillende type variabelen.
Belangrijk om te weten welk type variabele voor: wat je meting voorstelt, hoe je de meting
weergeeft, en welke bewerking betekenis heeft.
De meest eenvoudige soort meting is categoriaal (kwalitatief) = als je individuen aan
categorieën toekent.
Hierna kijk je of de categorieën geordend zijn: nee = variabele is nominaal (geen
volgorde), ja = variabele is ordinaal (wel logische volgorde). Een speciale nominale
meting is ook wel een dichotome meting.
Numerieke (kwantitatieve) variabelen hebben altijd een eenheid. Met deze variabelen kun je
rekenen. Verhouding in waarden is betekenisvol. Twee soorten:
Discreet – aftelbaar (hele getallen).
Continu – onaftelbaar. Deze kun je niet exact meten, daarom ronden we af. Het aantal
cijfers achter de komma weerspiegelt dan de precisie.
Vuistregel voor afronden?
De stap van variabele naar meting heet operationalisatie.
‘Meten is weten’-voorwaarde:
Je zult moeten begrijpen wat je wilt meten.
Je moet kiezen voor een passend meetinstrument.
De betekenis van de meting moet uitputtend inzicht bieden in je meetvraag.
Onderzoek aan variabelen gaat vooraf aan onderzoek aan relatie tussen variabelen.
Hoe geef je de metingen weer? Categoriale variabelen veel in (staaf-, taart-)diagrammen. Bij
numerieke variabelen gebruik je een Stem & Leaf-plot. Of een histogram (indeling arbitrair).
Hoe beschrijf je een histogram? Aantal pieken, symmetrie, centrum, spreiding, uitbijters.
Grafische weergave kunnen ook worden weergegeven in een box-plot. Bestaand uit vijf
kwartielen: Q0 = minimum, Q1 = bovengrens eerste kwart, Q2 = bovengrens tweede kwart
(mediaan), Q3 = bovengrens derde kwart, Q4 = maximum.
, Uitbijters zijn gegevens die dramatisch afwijken van de meerderheid. Dit stel je vast met de
InterQuartileRange (Q3-Q1).
Ofwel interkwartielafstand.
Gebruik deze bij asymetrische
verdelingen.
Hoorcollege 6
Voor het testen en ontwikkelen van wetenschappelijke theorieën en adviezen aan beleid en
praktijk heb je kwantitatieve en kwalitatieve waarnemingen nodig.
Kwalitatief onderzoek is interpretatieve en naturalistische benadering die als uitgangspunt het
exploreren van (sociale) fenomenen heeft. Waarbij perspectieven, percepties, ervaringen en
meningen van onderzoekspersonen centraal staan. Met als doel het ontwikkelen van concepten
om sociale fenomenen in hun natuurlijke setting te beschrijven, begrijpen en verklaren.
- Brede en open onderzoeksvraag.
- Persceptief participanten staat centraal.
- Directe waarneming in natuurlijke situatie.
- Kleine, selectieve steekproeven.
- Aard van de uitkomsten: verhalen, beschrijvingen van ervaringen en betekenissen,
exploratieve hypothesen, rijke data.