Aantal woorden: 818
1.
De onderhavige zaak betreft het gelijk stellen van een gedoogbeslissing met een Awb-besluit. De
burgemeester heeft in zijn brief van 12 mei 2022 te kennen gegeven dat hij geen redenen ziet om af
te wijken van de regeling dat in het geval van het telen van maximaal 5 hennepplanten niet
bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd. Verzoekers overtreden door het telen van medicinale hennep
in hun woning de wet Damocles, waarin is bepaald dat woningen kunnen worden gesloten als er
drugs wordt verhandeld of aanwezig is.1 Verzoekers stellen dat zij strafrechtelijke vervolging en
inbeslagname van de hennep riskeren. Indien de overtreding wordt voortgezet, zal een
handhavingsbesluit worden uitgelokt, hiertegen staat een rechtsmiddel open. Verzoekers vinden dat
voortzetting, gelet op de consequenties, niet van hen kan worden gevergd. Zij verzoeken dat de
beslissing van de burgemeester gelijk wordt gesteld met een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.
2.
De rechter stelt in rechtsoverweging 3.1 voorop dat de brief van de burgemeester moet worden
aangemerkt als een gedoogbeslissing, en dat tegen een dergelijke gedoogbeslissing alleen in
‘uitzonderlijke gevallen’ een rechtsmiddel openstaat. De rechter vult in rechtsoverweging 3.2 aan dat
het in deze zaak gaat om intrekking van de gedoogbeslissing om niet handhavend op te treden tegen
de aanwezigheid van maximaal 10 hennepplanten. Die intrekking kan niet worden gelijkgesteld met
een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, omdat de omstandigheid waarin verzoekers zich bevinden
niet kan worden aangemerkt als een uitzonderlijk geval. Het is volgens de rechter niet uitzonderlijk
dat de woning wordt gesloten bij meer dan 5 hennepplanten. Ook is inbeslagname van hennep door
de politie niet ongebruikelijk en blijft het telen van hennep verboden. De rechter concludeert in
rechtsoverweging 3.2 dat verzoekers wel een rechtsmiddel kunnen aanwenden tegen een
sluitingsbevel van de burgemeester, gelet op het feit dat verzoekers medicinale hennep telen voor
eigen gebruik.
3.
Onder een besluit de zin van artikel 1:3 Awb wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een
bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De bestuursrechter mag zich
alleen bevoegd mag verklaren kennis te nemen van besluiten die voldoen aan de wettelijke definitie
van artikel 1:3 Awb. 2 De rechtspraak wijst ons erop dat in uitzonderlijke situaties een bestuurlijk
rechtsoordeel omwille van de rechtsbescherming met een besluit gelijkgesteld kan worden. 3 Een
bestuurlijk rechtsoordeel is geen Awb-besluit, omdat uit het oordeel geen rechtsgevolg voortvloeit.
Het bestuurlijk rechtsoordeel wordt door de rechtspraak gedefinieerd als een zelfstandig en definitief
bedoeld oordeel van een bestuursorgaan over de toepasselijkheid van een wettelijk voorschrift
aangaande de toepassing waarvan dat orgaan bevoegdheden heeft. Een bestuurlijk rechtsoordeel kan
worden gelijkgesteld met een Awb-besluit indien het doen van een vergunningaanvraag of verzoek
tot het treffen van handhavingsmaatregelen onevenredig bezwarend is voor de aanvrager. 4
1
Art. 13b Opiumwet.
2
Schlössels & Zijlstra 2017, nr. 157.
3
ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356, r.o. 16.
4
Raad van State 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:86, r.o. 3.5.
1.
De onderhavige zaak betreft het gelijk stellen van een gedoogbeslissing met een Awb-besluit. De
burgemeester heeft in zijn brief van 12 mei 2022 te kennen gegeven dat hij geen redenen ziet om af
te wijken van de regeling dat in het geval van het telen van maximaal 5 hennepplanten niet
bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd. Verzoekers overtreden door het telen van medicinale hennep
in hun woning de wet Damocles, waarin is bepaald dat woningen kunnen worden gesloten als er
drugs wordt verhandeld of aanwezig is.1 Verzoekers stellen dat zij strafrechtelijke vervolging en
inbeslagname van de hennep riskeren. Indien de overtreding wordt voortgezet, zal een
handhavingsbesluit worden uitgelokt, hiertegen staat een rechtsmiddel open. Verzoekers vinden dat
voortzetting, gelet op de consequenties, niet van hen kan worden gevergd. Zij verzoeken dat de
beslissing van de burgemeester gelijk wordt gesteld met een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.
2.
De rechter stelt in rechtsoverweging 3.1 voorop dat de brief van de burgemeester moet worden
aangemerkt als een gedoogbeslissing, en dat tegen een dergelijke gedoogbeslissing alleen in
‘uitzonderlijke gevallen’ een rechtsmiddel openstaat. De rechter vult in rechtsoverweging 3.2 aan dat
het in deze zaak gaat om intrekking van de gedoogbeslissing om niet handhavend op te treden tegen
de aanwezigheid van maximaal 10 hennepplanten. Die intrekking kan niet worden gelijkgesteld met
een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, omdat de omstandigheid waarin verzoekers zich bevinden
niet kan worden aangemerkt als een uitzonderlijk geval. Het is volgens de rechter niet uitzonderlijk
dat de woning wordt gesloten bij meer dan 5 hennepplanten. Ook is inbeslagname van hennep door
de politie niet ongebruikelijk en blijft het telen van hennep verboden. De rechter concludeert in
rechtsoverweging 3.2 dat verzoekers wel een rechtsmiddel kunnen aanwenden tegen een
sluitingsbevel van de burgemeester, gelet op het feit dat verzoekers medicinale hennep telen voor
eigen gebruik.
3.
Onder een besluit de zin van artikel 1:3 Awb wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een
bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De bestuursrechter mag zich
alleen bevoegd mag verklaren kennis te nemen van besluiten die voldoen aan de wettelijke definitie
van artikel 1:3 Awb. 2 De rechtspraak wijst ons erop dat in uitzonderlijke situaties een bestuurlijk
rechtsoordeel omwille van de rechtsbescherming met een besluit gelijkgesteld kan worden. 3 Een
bestuurlijk rechtsoordeel is geen Awb-besluit, omdat uit het oordeel geen rechtsgevolg voortvloeit.
Het bestuurlijk rechtsoordeel wordt door de rechtspraak gedefinieerd als een zelfstandig en definitief
bedoeld oordeel van een bestuursorgaan over de toepasselijkheid van een wettelijk voorschrift
aangaande de toepassing waarvan dat orgaan bevoegdheden heeft. Een bestuurlijk rechtsoordeel kan
worden gelijkgesteld met een Awb-besluit indien het doen van een vergunningaanvraag of verzoek
tot het treffen van handhavingsmaatregelen onevenredig bezwarend is voor de aanvrager. 4
1
Art. 13b Opiumwet.
2
Schlössels & Zijlstra 2017, nr. 157.
3
ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356, r.o. 16.
4
Raad van State 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:86, r.o. 3.5.