1. De wetgever besluit met ingang van 1 januari 2015 de volgende gedraging strafaar te
stellen:
“het zich onbetamelijk gedragen op voor het publiek toegankelijke plaatsen”.
a. Welk beginsel zou in het gedrang kunnen komen door het strafaar stellen van
bovengenoemde gedraging?
Het legaliteitsbeginsel: ‘’dit is de enige beginsel die we hebben gehad’’
b. Wat is het belang van dit beginsel voor het strafrecht?
Het legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr) is zo belangrijk, want het beschermt de burger
tegen misbruik van de overheid (willekeur).
c. Welk aspect van dit beginsel wordt met name aangetast?
Het lexcerta beginsel wordt aangetast = duidelijke wetgeving
d. Waarom?
Omdat daar het gevaar in zit dat het niet voldoende is omschreven. Iedereen kan
een andere interpretate over de gedragingen hebben.
2. Djamin en Mahinder rijden in een blauwe Mercedes op een provinciale weg. Het
weer is slecht: er hangt dichte mist waardoor het zicht minder dan 50m is.
Ondanks het slechte zicht geef Djamin ink gas: hij rijdt met 80km per uur over de
weg. Na enige tjd stuiten Djamin en Mahinder op een voorligger. Deze voorligger
heef zijn snelheid aan het zicht aangepast: de auto rijdt niet harder dan 50 km per
uur. Dat gaat Djamin niet snel genoeg. “ Ik wil straks met mijn vriendin op de bank
zitten en zo kom ik te laat. Ik ga inhalen .. Mahinder wijst Djamin nog op het slechte
zicht en zegt dat de kans groot is dat ze op een tegenligger zullen botsen. Djamin
antwoordt daarop dat dit onzin is.
Volgens hem rijden er op dit tjdstp nooit auto’s op de andere weghelf. Hij rijdt al
jarenlang op deze weg, dus hij kan het weten. “ Een botsing is uitgesloten “, aldus
Djamin. Na deze opmerking geef Djamin vol gas en begint met inhalen. Helaas voor
Djamin en Mahinder, komt hen toch een automobilist tegemoet. Een frontale botsing
is het gevolg, waarbij de tegenligger, Hubert, het leven laat.
De ofcier van justte vervolgt Djamin primair wegens doodslag (art. 287 Sr) en
subsidiair wegens dood door schuld (art. 307 Sr) van Hubert.
Ter terechtzitng rekwireert de ofcier van justte dat het opzet op de dood te
bewijzen is nu Djamin gegeven de omstandigheden behoorde te weten wat de
gevolgen konden zijn en door aldus te handelen onverschillig heef gestaan ten
aanzien van de gevolgen.