1.1 De rol van rapportage in het werkproces
Rapporten is niet het doel, maar het is een middel om een doel te bereiken. De sociaal werker zal
steeds vaker rapporteren in samenspraak met de cliënt. Je hebt verschillende fases van rapporteren:
(Hernieuwd) contact leggen met de cliënt.
Situate verkennen.
Situate afwegen. In hoeverre is veranderingaaanpak van het probleem wenselikkw
Wensen en oplossingen verzamelen. Ook hier dichtbik de cliënt blikven.
Uitvoeren en bikstellen plannen en actes. Haalbare stappen, gewenste resultaat en wees
concreet (wie onderneemt welke actew Wanneerw).
Evalueren enaof afsluiten. Maak een aparte conclusie van de hulpverlener.
1.2 Interne rapportage
We spreken van een interne rapportage wanneer rapporten alleen gebruikt worden binnen de
instelling waar ke werkt. Meestal zikn dit: gespreksverslagen, dag-, voortgangs-, toetsings- of
overdrachtsrapportages en zorgplannen
1.2.1 Dossiervorming
Een dossier reist binnen een instelling met de cliënt mee tkdens het hele hulpverleningsproces. Het is
bedoeld voor intern gebruik en blikf meestal in handen van de hulpverlener die zich met de cliënt
bezighoudt. Het geschrevene ligt vast en kan door derden en de cliënt gelezen worden.
Inhoud:
Intakeverslag;
Gespreksverslagen;
Voortgangsverslagen;
Correspondente (‘brieven schrikven’) met en over de cliënt;
Bewiksstukken die betrekking hebben op de cliënt;
Rapportages van binnen en buiten de instelling over de cliënt.
1.2.2 Het intakeverslag
Een van de eerste stukken die in het dossier terechtkomen. Dit verslag maakt de hulpverlener n.a.v.
de intake. De intake bestaat uit één of meerdere gesprekken. Dit verslag vormt de basis van de
hulpverlening.
Inhoud:
Naam intaker;
Datum intake;
Personalia van de cliënt: naam, geboortedatum, woonadres;
Aanleiding tot de hulpvraag;
Korte schets van de problematek;
De hulpvraag zoals de cliënt die geformuleerd heef;
De hulpvraag zoals de hulpverlener deze heef geanalyseerd;
, Het advies van de rapporteur aan het teamade collega die de cliënt overneemt.
1.2.3 Het gespreksverslag
Het intakegesprek leidt tot een hulpverleningsplan. Daarna heef de hulpverlener een aantal
gesprekken met de cliënt. Daarin staat kort wat er is besproken en welke afspraken er zikn gemaakt.
Inhoud:
Over wie het gaat (naam cliënt en naam hulpverlener);
Datum, tkd en duur van het gesprek;
Wat er is besproken;
Wat is er gebeurd (voor zover relevant) tussen dit gesprek en het vorige gesprek;
Wat is afgesproken met de cliënt;
Wat kouw gedachtenaanalysesaconclusies zikn.
1.2.4 Procesverslagen of voortgangsrapportage
In een procesverslag beschrikf de hulpverlener hoe de hulpverlening in grote liknen verloopt. Bik
langer durende hulp heef het voortgangsrapportage het karakter van een tussentkds
voortgangsrapport.
Inhoud:
Naam cliënt;
Naam hulpverlener;
Periode waarover dit procesverslag gaat;
De oorspronkelikke hulpvraagaproblematek;
De eventuele hulpverleningsdoelen;
De vorderingen die de cliënt inmiddels heef gemaakt;
De vorderingen de met betrekking tot de cliënt zikn gemaakt;
Het verloop van het hulpverleningsproces;
Evaluate van dit proces;
Verwachtngen ten aanzien van deze casus;
Hoe de hulpverlener verder wil gaan met de cliënt.
1.2.5 Het overdrachts- of dagrapportage
Wanneer ke een cliënt overdraagt aan een collega binnen of buiten de instelling schrikf ke een
overdrachtsrapport. Hierin geef ke zo helder mogelikk weer om welke redenen en met welk doel de
overdracht plaatsvindt. Voor degene die de cliënt overneemt, vormt het overdrachtsrapport de basis
voor verdere hulpverlening. Bik het schrikven van een overdrachtsrapport kan het dossier als bron
dienen.
Inhoud:
Naam en overige personalia van de cliënt;
Naam en functe van de schrikver van het rapport;
Datum waarop het rapport is geschreven;
Feiten over de hulpvraag;