Strafrecht samenvatting hoofdstuk 1
Inhoud en doel van het strafrecht
In het strafrecht gaat het over geboden gedragingen, wie zich hier schuldig aan
maakt, is strafbaar. Heeft de politie aanwijzingen dat er een strafbaar feit is
gepleegd, stelt ze een onderzoek in om de waarheid over het strafbaar feit te
achterhalen. Wordt door het politieonderzoek duidelijk wat er precies is gebeurd
en wie het strafbaar feit heeft gepleegd, dan wordt de zaak aan de rechter
voorgelegd. Het is de taak van de rechter om vast te stellen of de verdachte
schuldig is en om hem dan een straf op te leggen.
Het strafrecht omschrijft:
De verboden gedragingen
De bevoegdheid van politie en justitie
De gang van zaken tijdens de rechtszaak
De straffen en maatregelen die kunnen worden opgelegd.
Het bijzondere aan het strafrecht
Het strafrecht bevat verboden en geboden waarop straf staat bij niet-naleving,
oftewel strafbepalingen. Dit zijn verboden en geboden met een straf voor wie
zich er niet aan houdt.
Bijzonder aan het strafrecht is dus dat het strafbepalingen bevat. Overtreders
worden zo nodig opgespoord door de politie, zodat de rechter ze kan berechten.
Wanneer een strafbepaling
Bepaalde gedragingen vormen zo’n bedreiging voor de orde en de rust in de
samenleving dat de overheid regels heeft gesteld waaraan burgers en bedrijven
zich moeten houden. We zeggen dat deze gedragingen onze rechtsorde
schenden. Daarom zijn ze als strafbepaling in het strafrecht opgenomen.
Het doel van het strafrecht is de rechtsorde beschermen. Met de rechtsorde
wordt bedoeld: de veiligheid en de rust in de samenleving.
De bescherming van art. 1 Sr
Vanwege de inbreuk die het strafrecht op de vrijheid van burgers kan maken,
biedt het strafrecht ook bescherming aan burgers. Een van de belangrijkste
vormen van bescherming staat in art. 16 Grondwet en in art. 1 Sr.
De bepaling biedt twee vormen van bescherming.
1: Geen terugwerkende kracht
Art. 1 Sr verbiedt terugwerkende kracht, dit wil zeggen dat bepaalde bepalingen
alleen strafbaar zijn als deze gedraging op het moment van de daad al strafbaar
was. Gedrag achteraf strafbaar stellen is dus verboden.
Art. 1 Sr noemen we het legaliteitsbeginsel.
2: Strafbaarstelling alleen bij wet
Legaliteitsbeginsel: alleen een wet kan gedrag strafbaar stellen.
Inhoud en doel van het strafrecht
In het strafrecht gaat het over geboden gedragingen, wie zich hier schuldig aan
maakt, is strafbaar. Heeft de politie aanwijzingen dat er een strafbaar feit is
gepleegd, stelt ze een onderzoek in om de waarheid over het strafbaar feit te
achterhalen. Wordt door het politieonderzoek duidelijk wat er precies is gebeurd
en wie het strafbaar feit heeft gepleegd, dan wordt de zaak aan de rechter
voorgelegd. Het is de taak van de rechter om vast te stellen of de verdachte
schuldig is en om hem dan een straf op te leggen.
Het strafrecht omschrijft:
De verboden gedragingen
De bevoegdheid van politie en justitie
De gang van zaken tijdens de rechtszaak
De straffen en maatregelen die kunnen worden opgelegd.
Het bijzondere aan het strafrecht
Het strafrecht bevat verboden en geboden waarop straf staat bij niet-naleving,
oftewel strafbepalingen. Dit zijn verboden en geboden met een straf voor wie
zich er niet aan houdt.
Bijzonder aan het strafrecht is dus dat het strafbepalingen bevat. Overtreders
worden zo nodig opgespoord door de politie, zodat de rechter ze kan berechten.
Wanneer een strafbepaling
Bepaalde gedragingen vormen zo’n bedreiging voor de orde en de rust in de
samenleving dat de overheid regels heeft gesteld waaraan burgers en bedrijven
zich moeten houden. We zeggen dat deze gedragingen onze rechtsorde
schenden. Daarom zijn ze als strafbepaling in het strafrecht opgenomen.
Het doel van het strafrecht is de rechtsorde beschermen. Met de rechtsorde
wordt bedoeld: de veiligheid en de rust in de samenleving.
De bescherming van art. 1 Sr
Vanwege de inbreuk die het strafrecht op de vrijheid van burgers kan maken,
biedt het strafrecht ook bescherming aan burgers. Een van de belangrijkste
vormen van bescherming staat in art. 16 Grondwet en in art. 1 Sr.
De bepaling biedt twee vormen van bescherming.
1: Geen terugwerkende kracht
Art. 1 Sr verbiedt terugwerkende kracht, dit wil zeggen dat bepaalde bepalingen
alleen strafbaar zijn als deze gedraging op het moment van de daad al strafbaar
was. Gedrag achteraf strafbaar stellen is dus verboden.
Art. 1 Sr noemen we het legaliteitsbeginsel.
2: Strafbaarstelling alleen bij wet
Legaliteitsbeginsel: alleen een wet kan gedrag strafbaar stellen.