Hieronder vind je 41 oefenvragen voor het tentamen van het vak ‘Recht in de createve
industrie’. Ik heb de vragen zelf bedacht (een stuk of 4 komen uit hoorcolleges) en de
antwoorden zijn dan ook terug te vinden in mijn samenvatng en mijn aantekeningen. Bij de
antwoorden staat aangegeven bij welk hoofdstuk het antwoord zich bevindt. Daarnaast is bij
elk antwoord uitgelegd waarom dit het juiste antwoord is, zodat je dit kan leren mocht je
een antwoord niet correct hebben.
Bij de meerkeuzevragen is slechts 1 antwoord juist, tenzij anders aangegeven. Probeer bij de
open vragen een zo duidelijk mogelijk antwoord te formulieren.
Vraag 1:
Noem de 4 vormen van in interpretate in de jurisprudente en de vormen van
redeneervormen.
Vraag 2:
Leg uit wat de antwoorden van vraag 1 betekenen/wat deze inhouden.
Vraag 3:
Beschrijf het proces van rechtsgang in de juiste volgorde.
Vraag 4:
Welke functes heee het recht?
Vraag 5:
Bij welke functe van het recht hoort de volgende uitleg:
‘wanneer mensen vergeten goede afspraken te maken met elkaar, kunnen zij terugvallen op
de regels van het recht’.
Vraag 6:
Noem de 4 rechtsbronnen.
Vraag 7:
Op welke twee manieren kunnen verdragen in het natonale recht van een land
doorwerken?
Vraag 8:
Wat is het hoogste recht van de EU?
a. Richtlijn
b. Verdrag
c. verordening
Vraag 9:
Wat regelt het publieke recht?
a. De verhouding tussen burgers onderling
b. De verhouding tussen burgers en bedrijven
, c. De verhouding tussen burgers en overheidsorganen.
Vraag 10:
Leg uit wat een transformatesssteem is.
Vraag 11:
Wat wordt in het recht onder de term ‘rechtspersonen’ verstaan?
Vraag 12:
Waarvoor is een voorzieningenrechter?
a. Zo worden rechters bij de Hoge Raad genoemd.
b. Dit zijn rechters die regels uit verdragen omzeten naar eigen weten van een land
(transformatesssteem)
c. Dit zijn rechters die spoedeisende zaken in een kort geding behandelen.
Vraag 13:
Wat is het verschil tussen klassieke grondrechten en sociale grondrechten?
Vraag 14:
Burgers kunnen een beroep doen op de …. Als de overheid hierin tekortkomt.
a. Sociale grondrechten
b. Klassieke grondrechten.
c. Volkenrecht
Meerdere antwoorden zijn mogelijk.
Vraag 15:
Waarom is de EU uniek vergeleken met andere internatonale organisates?
Vraag 16:
Wat valt er allemaal onder het Intellectueel eigendom?
Vraag 17:
Welk van de onderstaande wordt beschermd door het auteursrecht?
a. Het LEGO blokje
b. Het scrip van ‘the LEGO-movie’
c. De zin ‘Eversthing is awesome’ uit ‘the LEGO-Movie’
d. Het logo van LEGO
Vraag 18:
Hoe kan je auteursrecht krijgen?
a. Je moet je inschrijven bij het Benelus-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Dit kost
min 40 euro.
b. Je moet je inschrijven bij het Europese merkenbureau: EUIPO. Dit kost min 850 euro
c. Je hoee je nergens in te schrijven, het auteursrecht ontstaat automatsch.
Vreaag 19:
Hoe lang is auteursrecht geldig.