Hoofdstuk 1 Marktonderzoek
1.1 Wat is marktonderzoek?
Vaste stappen marktonderzoek:
1. Nagaan wat je wilt weten en een concrete vraag formuleren
2. Op zoek gaan naar informate en doorgaan tot de vraag beantwoord is
3. Vastleggen en presenteren wat er gevonden is
Marktonderzoek = Het objectef en systematsch informate verzamelen over bepaalde markten of
klanten met het doel om inzichten te verkrijgen of gefundeerde beslissingen te nemen
Gaat altjd over markten, klanten, diensten of producten
Gericht
Totstandkoming van transactes
Commercieel belang
Kritsch en objectef
1.2 Feiten en meningen
Mening = mengsel van feitenkennis, interpretate en gevoel
Epistemologie = Wat vroeger als een feit werd beschouwd, kan nu een mening zijn (vb: aarde plat)
Feit = objectef waarneembare gebeurtenis die geverifeerd is
1.3 Fundamenteel en toegepast onderzoek
Fundamenteel onderzoek = algemene theorieën ontwikkelen en samenhangen te ontdekken waar
de samenleving als geheel baat bij heef.
Doel is beter inzicht krijgen in hoe wereld in elkaar zit
Vb: nu onderzoek naar werking van imuunsysteem, later betere therapie
Wetenschappelijke nieuwsgierigheid en meer kennis ontwikkelen
Toegepast onderzoek = ontwikkelen van praktsch bruikbare producten en methoden
Doel is om direct een probleem voor een organisate op te lossen
Vb: hoe organiseren we ons magazijn zo dat we geen fouten maken als we orders uitleveren?
Moet snel worden opgelost
Marktonderzoek is vorm van toegepast onderzoek
1.4 Doel van onderzoek
Onderzoeksdoelen:
1. Goede marketngbeslissingen nemen
Is er markt voor dit product? Wat zijn mogelijke omzeten en marges?
Veel gebruikte is klantevredenheidsonderzoek
Marketingmix = Product, prijsstelling, promote, distribute
2. Marketngideeën opdoen
Beter begrijpen wat een klant wil, moet inzicht geven in gedrag, wensen en behoeften
Behoefte = besef dat iets ontbreekt
3. Markontwikkelingen volgen
Moet duidelijk maken hoe de vraag van consumenten/bedrijven naar een bepaald product
ontwikkelt
, 4. Een organisate profleren
Onderwerp onder de aandacht brengen bij publiek en publiciteit genereren
Primaire data = Gegevens die speciaal worden verzameld voor een bepaald onderzoek
(feldresearch, enquultes, observate, interviews, experiment) –e feld research
Secundaire data = Gegevens die verzameld zijn met een ander doel dan dit specifeke
marktonderzoek (deskresearch), kan zorgen voor vreemd of vertekend beeld –e deskresearch
1.5 Vormen van marktonderzoek
Manieren om de markt te onderzoeken:
Marktonderzoek
Deskresearch Fieldresearch
Kwanttatef Kwalitatef
Marktonderzoek Marktonderzoek
1.6 Methoden van marktonderzoek
Kwantitatief marktonderzoek = leiden tot betrouwbare en harde cijfers (bijhouden kassa-aanslagen,
observate, experiment, marktontwikkelingen in kaart brengen
Kwalitatief marktonderzoek = leidt tot inzichten en ideeën, maar niet in harde cijfers (interview,
groepsdiscussies, smaakonderzoek, online communites)
1.7. Keuze van juiste onderzoeksmethoden
1. Bewaken van resultaten = bijhouden van cijfers (vb: kassa-aanslagen)
Fmgc = Fast Moving Consumer Goods
Marktonderzoek veel inspanning geautomatseerd systeem/extern bedrijf
Nielson = wereldwijd bekendste marktonderzoekbureaus
2. Maken van marketngplannen = weten hoe iets zich ontwikkelt, wat de trends zijn
Deskresearch, CBS
Bureau’s die marktnformate verzamelen en tegen forse vergoeding verkopen
3. Cijfermatg onderbouwen van beslissingen = een beslissing nemen op basis van een
afgenomen enquulte (10% tevreden, 80% tevreden, 10% neutraal)
Kwanttatef onderzoek
4. Prognoses maken = marktvoorspellingen doen
Risico: niet zeker, dus kans op derving (teveel) of omzet mislopen (te weinig)
Deskresearch
5. Inzicht krijgen in wensen en behoefen = wat wil de klant?
Mensen die zelf in grote auto’s rijden en een kleine moeten ontwerpen weten niet wat de
koper denkt, voelt en wenst
Focusgroepen = groepsdiscussie onder leiding van gespreksleider, waarbij klanten kunnen
vertellen hoe zij producten gebruiken en beoordelen. Opdrachtgever kijkt mee.
6. Reclame en andere uitngen testen = kijken wat mensen van de bedachte reclame vinden
Online testing = reclame online testen en bijvoorbeeld via skype commentaar geven.
Voordeel: goedkoper, sneller en praktscher omdat mensen niet naar 1 punt hoeven te
komen
, Kwalitatef onderzoek
7. Big data = het bewust en onbewust verzamelen van informate via bijvoorbeeld een mobiel
Locate, gedrag op internet, stappenteller
Oorzaken opkomst big data:
Steeds makkelijker om data te vangen en op te slaan = datawarehousing
Betere sofware beschikbaar, dus sneller en met minder mensen interessante
persoonsgegevens flteren en zichtbaar maken
Steeds meer functes op mobiel, dus meer informate
Toepassingen van big data:
Concurrentevoordelen (beter op de hoogte van behoefen en wensen)
Betere aanbiedingen
CMS = customermanagementsysteem = een fexibele database waarin het bedrijf
informate over huidige en toekomstge klanten opslaat en beheert
Micro targeting = een bedrijf selecteert binnen een grote doelgroep consumenten/huishoudens die
tot een beperkte doelgroep behoren
Concurrentevoordeel ontstaat door:
Meer leden uit juiste doelgroep bereiken
Deze leden beter bereiken dan consument
Passende aanbiedingen kan doen, die tot aankopen leiden
Forecasting = bedrijven willen weten hoe de markt zich gaat ontwikkelen
Belangrijk voor het plannen van producte en voorraden en innovate-projecten
Trendwatching = het voorspellen van nieuwe consumentenbehoefen en gedragingen
Foto’s maken van mensen en ontwikkelingen signaleren, google trends
1. Controleer of data logisch is
2. Controleer of je voor de hand liggende conclusies inderdaad uit deze data mag trekken
Waar komt big data vandaan?
Bedrijfsdatabases –e klantgegevens, factuurgegevens, klantvragen, orders
Listbrokers = bedrijven die gespecialiseerd zijn in verzamelen van gegevens over potentële
klanten en verhuren/verhandelen dat
Internet en databanken –e gegevens van Facebook, LinkedIn en Google+
Moeilijk te controleren of gegevens up to date zijn (verhuizen, samenwonen)
Beperkingen
1. Informate veroudert
2. Fouten bij verwerking
3. Generaliseerbaarheid (uitspraken geldig voor heel bedrijf of 1 persoon?)
4. Lastg te interpreteren (vet: kan positef en negatef zijn, sarcasme, context)
5. Niet alle informate openbaar gedeeld (profelen afschermen)
6. Zoek- en surfgedrag van mensen op het internet zelf (trends en ontwikkelingen, meer
zoektermen naar iPad, smartphone)
7. Trackingdata (registreren hoeveel auto’s ergens reizen)