Aanvaardbare dagelijkse inname (ADI): hoeveelheid je dagelijks mag binnenkrijgen van een toevoeging
Additieven: toegevoegde stofen (soms schadelijk)
Alvleesklier (pancreas): produceert alvleessap (bevat enzymen)
Aminozuurmoleculen: groot aantal bouwt eiwitmoleculen
Antioxidanten: beschermen een voedingsmiddel tegen aantastng van zuurstof waardoor het niet kan
bederven
Appendix (wormvormig aanhangsel): uitstulping van de blindedarm, wordt verwijderd bij
'blindedarmontsteking'
Brandstoffen: voedingsstofen die energie op kunnen leveren
Chemische vertering: bewerking van voedsel door enzymen
Cholesterol: vet dat voorkomt in celmembraan en in het bloedplasma
Conserveermiddelen: conserveren door toevoegingen van suiker, zout en zuur (sulfet bij wijn)
Conserveren: omstandigheden ongunstg maken voor micro-organismen om voedsel langer houdbaar te
maken
Darmbacteriën (darmfora): zorgen voor een vertering van stofen die niet door enzymen uit het
verteringsstelsel van een mens worden verteerd
Darmepitheel: buitenste laag van cellen in de darmvlokken, deze cellen hebben kleine uitstulpingen (microvilli)
Darmplooien: hierop bevinden zich uitstulpingen genoemd darmvlokken