Fysiotherapie leerjaar 1
Blok 1: Blok 2:
- Kennisclip voet - Kennisclip hand
- Kennisclip enkel - Kennisclip pols-hand
- Kennisclip knie 1 en 2 - Kennisclip elleboog
- Kennisclip heup - Kennisclip schouder 1 en 2
- Kennisclip wervelkolom 1 en 2
(hoort bij blok 1 en 2)
Blok 3: Blok 4:
- Kennisclip pols-hand 2 en 3 - Kennisclip wervelkolom 3
- Kennisclip enkel 2 - Kennisclip bewegers knie
- Kennisclip tibia fibula verbindingen - Kennisclip bewegers heup
- Kennisclip bewegers van de enkel en voet
- Kennisclip bewegers van de schouder 1 en 2
- Kennisclip thorax (hoort bij blok 1 en 2)
,Samenvatting alle kennisclips van Anatomie
Fysiotherapie leerjaar 1 (blok 1, 2, 3 en 4)
BLOK 1
DE VOET 1
• Tarsus = voetwortel
• Metatarsus = middenvoet
• Digiti = tenen
Boog van proximaal naar distaal (enkel naar tenen) is het lengte gewelf
Boog van mediaal naar lateraal (binnen naar buiten) is het breedte gewelf
De tarsus is opgebouwd uit 7 voetwortelbeentjes (ossa tarsalia)
De ossa tarsalia liggen opgedeeld in 2 rijen.
De mediale (binnenste rij) bestaat uit:
• Talus: het sprongbeen
• Os naviculare: het scheepsvormig been
• Ossa cuneiforme: de wigvormige botstukjes
Liggen naast elkaar. Van mediaal naar lateraal:
o Os cuneiforme mediale
o Os cuneiforme intermedius
o Os cuneiforme laterale
De laterale (buitenste rij) bestaat uit:
• Calcaneus: het hielbeen
• Os cuboideum: dobbelsteenachtige botstukje
De metatarsus bestaat uit 5 middenvoet beentjes (ossa metatarsalia)
De 5 ossa metatarsalia liggen naast elkaar. Worden net als de tenen genummerd. Van binnen naar
buiten 1-5
• Os metatarsale
o Basis (proximale uiteinde)
o Corpus (lichaam)
o Caput (kopje)
De digiti bestaan uit verschillende kootjes (phalangen). De grote teen heeft 2 phalangen. De overige
tenen hebben er 3.
• Phalanx proximalis (met basis, corpus en caput)
• Phalanx media (met basis, corpus en caput)
• Phalanx distalis
3 steunpunten van de voet
• Tuber calcanei: de achterkant van het hielbeen
• Caput os MT1 (van os metatarsale I)
• Caput os MT5 (van os metatarsale V)
Wanneer je alle punten met elkaar verbindt, ontstaat het steunvlak van de voet.
,Samenvatting alle kennisclips van Anatomie
Fysiotherapie leerjaar 1 (blok 1, 2, 3 en 4)
De namen van de gewrichten worden in de meeste gevallen afgeleid van de namen van de
articulerende botstukken.
• Artt. Intertarseae
o In de voetwortel
o Inter betekent tussen. Hiermee worden dus de gewrichten tussen de ossa tarsalia
onderling bedoeld.
o Een bijzonder intertarsaalgewricht is het spronggewricht. Dit gewricht bevindt zich
tussen de talus, de calcaneus en het os naviculare. In tegenstelling tot de andere is
dit een heel bewegelijk gewricht, dat nauw verbonden is met het enkelgewricht.
• Artt. Tarsometatarea (TMT)
o Tussen de tarsus en metatarsus
o Worden ook genummerd van 1 tm 5
o Vrijwel geen beweging mogelijk
• Artt. Metatarsophalangeae (MTP)
o Tussen de metatarsus en de digiti
o Worden ook genummerd van 1 tm 5
o Bewegen heel goed mogelijk (bijvoorbeeld op je tenen staan)
• Art. interphalangeae (IP, PIP, DIP)
o In de tenen
o De 2e tm de 5e teen bezitten hier 2 van, de grote teen 1
o Wanneer er sprake is van 2 interphelangeale gewrichtjes wordt er gesproken van het
PIP gewricht (proximaal1) en het DIP gewricht (distaal2)
o In alle interphalangeale gewrichten vindt flexie en extensie
1
Proximaal betekent dichtbijgelegen. Het lichaamsonderdeel ligt dus dichter naar het centrum van
het lichaam toe dan een ander lichaamsonderdeel.
2
Verder verwijderd van het middelpunt van het lichaam.
, Samenvatting alle kennisclips van Anatomie
Fysiotherapie leerjaar 1 (blok 1, 2, 3 en 4)
DE ENKEL 1
Anatomisch perspectief: je ziet de verbinding tussen de botten van het onderbeen en de talus
Functioneel perspectief: het bewegen centraal stellen (zo bestaat de enkel uit twee gewrichten)
Art. talocruralis (Bovenste Sprong Gewricht BSG)
• Vind je op de overgang van onderbeen naar voet
• Talo= van talus (sprongbeen)
• Crualis=van cruris (onderbeen)
• Distale uiteinden van fibula en tibia articuleren met de bovenzijde van de talus
Art. talotarsalis (Onderste Sprong Gewricht OSG) vormt samen met BSG een functionele eenheid.
Bewegen in het bovenste spronggewricht betekent ook bewegen in het onderste spronggewricht en
omgekeerd.
De beide spronggewrichten bevinden zich proximaal en distaal van de talus (sprongbeen).
De talus heeft een bijzondere vorm:
• Caput tali (kop)
• Collum tali (hals)
• Corpus tali (lichaam)
• Trochlea tali: katrolvormig uitsteeksel dat het gewrichtsvlak vormt voor de botten van
het onderbeen
Er is geen enkele spier bevestigd aan de talus.
De art. talocruralis wordt gevormd door:
• Kop: trochlea tali
• Kom: enkelvork (distale uiteinde van de tibia en fibula)
• Art. composita: het is een samengesteld gewricht: scharniergewricht met een goede
vormsluiting (tibia, fibula, talus)