Ondernemingsrecht – stof tentamen
Stappenplan Tentamen
1. Wetsartikel + lid
2. Rechtsregel
3. Feiten toepassen op casus
4. Conclusie (ja/nee)
College 1 – inleiding in het ondernemingsrecht
H1
Leerdoelen:
Het ondernemingsrecht te plaatsen binnen het Burgerlijk Wetboek
Rechtsvormen in Nederland te onderscheiden
Aspecten te onderscheiden bij het kiezen van de juiste rechtsvorm
Raakvlakken met het personen-en familierecht en het faillissementsrecht te herkennen
Wat de handelsnaam en het handelsregister inhouden.
Wat de betekenis is van de Algemene Verordening Gegevensbescherming
Rechtsobject = datgene waarop een rechtssubject recht kan hebben.
Rechtssubject = drager van rechten en plichten.
- natuurlijke personen art. 1:1 lid 1 BW
- rechtspersonen art. 2:3 BW
1. Soorten rechtspersonen boek 2 BW:
1.1 Bv (besloten vennootschap) = rechtspersoon met een eigen kapitaal, dat
door middel van het uitgeven van aandelen is verkregen. Opgericht met een
notariële akte waarin statuten worden opgenomen. Aandeelhouders krijgen
aandelen in ruil voor een het storten van geld in de bv. Hierdoor krijgen ze
het recht om over de besluitvorming mee te stemmen en/of een deel van de
winst te ontvangen.
1.2 Nv (naamloze vennootschap) = kapitaalvennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, maar een verplicht minimumoprichtingskapitaal.
1.3 Vereniging = rechtspersoon met leden die een ander doel heeft dan de
coöperatie en de OWM, en niet gericht is op winst. Het kan informeel of
formeel zijn (oprichting met/zonder notariële akte).
1.4 Coöperatie = verenigingsvorm waarbij een ledenorgaan verplicht is. Het is
gericht op winst en heeft als doel het voorzien in stoffelijke behoeften van
leden door het sluiten van overeenkomsten met hen.
1.5 OWN (onderlinge waarborg maatschappij) = hetzelfde als de coöperatie,
behalve dat ze als doel moet hebben dat ze met haar leden
verzekeringsovereenkomsten sluit.
1.6 Stichting = in beginsel slechts 1 orgaan met een ledenverbod. Ze is niet
gericht op winst, mag behaalde winst niet uitkeren.
2. Soorten persoonsvennootschappen boek 7A en Wvk:
, 2.1 Maatschap = een vennootschapsverband waarin een beroep of een bedrijf
wordt uitgeoefend oftewel beroeps- of bedrijfshandelingen worden verricht. 2
soorten, een stille en een openbare maatschap.
2.2 Vof (vennootschap onder firma) = is gebaseerd op de maatschap. Een vof is
echter een vennootschap voor bedrijfsuitoefening, waarbij het bedrijf altijd
onder gemeenschappelijke naam wordt uitgeoefend. Het is de meest
voorkomende persoonsvennootschap.
2.3 Cv (commanditaire vennootschap) = gebaseerd op de vof, er is echter
sprake van meerdere commanditaire vennoten (stille vennoten). Deze
vennoten hebben slechts geld ingebracht, maar deze zijn niet werkzaam
binnen of namens de vennootschap.
3. Eenmanszaak
De meest voorkomende rechtsvorm. Het is een niet wettelijk geregelde rechtsvorm,
zonder formele oprichtingseisen. Je dient de simpelweg alleen in te schrijven bij de
KvK. Inschrijving is voor iedere onderneming verplicht.
Stappenplan Tentamen
1. Wetsartikel + lid
2. Rechtsregel
3. Feiten toepassen op casus
4. Conclusie (ja/nee)
College 1 – inleiding in het ondernemingsrecht
H1
Leerdoelen:
Het ondernemingsrecht te plaatsen binnen het Burgerlijk Wetboek
Rechtsvormen in Nederland te onderscheiden
Aspecten te onderscheiden bij het kiezen van de juiste rechtsvorm
Raakvlakken met het personen-en familierecht en het faillissementsrecht te herkennen
Wat de handelsnaam en het handelsregister inhouden.
Wat de betekenis is van de Algemene Verordening Gegevensbescherming
Rechtsobject = datgene waarop een rechtssubject recht kan hebben.
Rechtssubject = drager van rechten en plichten.
- natuurlijke personen art. 1:1 lid 1 BW
- rechtspersonen art. 2:3 BW
1. Soorten rechtspersonen boek 2 BW:
1.1 Bv (besloten vennootschap) = rechtspersoon met een eigen kapitaal, dat
door middel van het uitgeven van aandelen is verkregen. Opgericht met een
notariële akte waarin statuten worden opgenomen. Aandeelhouders krijgen
aandelen in ruil voor een het storten van geld in de bv. Hierdoor krijgen ze
het recht om over de besluitvorming mee te stemmen en/of een deel van de
winst te ontvangen.
1.2 Nv (naamloze vennootschap) = kapitaalvennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, maar een verplicht minimumoprichtingskapitaal.
1.3 Vereniging = rechtspersoon met leden die een ander doel heeft dan de
coöperatie en de OWM, en niet gericht is op winst. Het kan informeel of
formeel zijn (oprichting met/zonder notariële akte).
1.4 Coöperatie = verenigingsvorm waarbij een ledenorgaan verplicht is. Het is
gericht op winst en heeft als doel het voorzien in stoffelijke behoeften van
leden door het sluiten van overeenkomsten met hen.
1.5 OWN (onderlinge waarborg maatschappij) = hetzelfde als de coöperatie,
behalve dat ze als doel moet hebben dat ze met haar leden
verzekeringsovereenkomsten sluit.
1.6 Stichting = in beginsel slechts 1 orgaan met een ledenverbod. Ze is niet
gericht op winst, mag behaalde winst niet uitkeren.
2. Soorten persoonsvennootschappen boek 7A en Wvk:
, 2.1 Maatschap = een vennootschapsverband waarin een beroep of een bedrijf
wordt uitgeoefend oftewel beroeps- of bedrijfshandelingen worden verricht. 2
soorten, een stille en een openbare maatschap.
2.2 Vof (vennootschap onder firma) = is gebaseerd op de maatschap. Een vof is
echter een vennootschap voor bedrijfsuitoefening, waarbij het bedrijf altijd
onder gemeenschappelijke naam wordt uitgeoefend. Het is de meest
voorkomende persoonsvennootschap.
2.3 Cv (commanditaire vennootschap) = gebaseerd op de vof, er is echter
sprake van meerdere commanditaire vennoten (stille vennoten). Deze
vennoten hebben slechts geld ingebracht, maar deze zijn niet werkzaam
binnen of namens de vennootschap.
3. Eenmanszaak
De meest voorkomende rechtsvorm. Het is een niet wettelijk geregelde rechtsvorm,
zonder formele oprichtingseisen. Je dient de simpelweg alleen in te schrijven bij de
KvK. Inschrijving is voor iedere onderneming verplicht.