Samenvatting H18 – Basisboek Integrale Veiligheid
18.1 Introductie
Sociale veiligheid gaat over de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen
intentioneel persoonlijk leed door misdrijven, overtredingen en overlast door anderen (het heeft dus
een menselijke oorzaak).
18.2 Leefbaarheid en criminaliteit
Leefbaarheid en overlast zijn subjectieve begrippen. Dit betekent dat iedereen dat op zijn eigen
manier beleeft.
Leefbaarheid gaat in algemene zin om de mate waarin de woonomgeving van mensen past bij hun
fysieke en psychische behoeften.
Het begrip overlast wordt vaak opgesplitst in (1) sociale overlast en (2) fysieke verloedering.
Veiligheidsbeleving is de manier waarop mensen veiligheid beleven.
Sociale cohesie: gaat over naar de mate waarin (groepen) mensen zich met elkaar en met allerlei
instituties verbonden voelen, en naar het gedrag dat hieraan invulling geeft (denk aan deelname aan
maatschappelijke instituties, de sociale contacten die zij hebben en hun oriëntatie op normen en
waarden).
Zelfredzaamheid gaat over het vermogen van mensen om zelf problemen op te lossen dan wel daar
hulp bij te organiseren.
Oude feiten die vroeger wel strafbaar waren, maar nu niet meer noemen we decriminaliseren en feiten
die vroeger niet strafbaar waren, maar dat nu wel zijn noemen we criminaliseren.
Het deel van de criminaliteit die wel gebeurt, maar niet wordt geregistreerd (dus niet bekend bij
opsporingsdiensten) noemen we dark number.
Ondermijning is de verweving tussen boven- en onderwereld, criminelen maken gebruik van
structuren uit de bovenwereld om hun zaken uit de onderwereld te verdoezelen.
Wanneer is er sprake van ondermijning?: (1) er is sprake van ontwrichting van maatschappelijke
structuren en fundamenten en uiteindelijk aantasting van de rechtsstaat, (2) ondermijning is
verbonden met georganiseerde criminaliteit en (3) er is sprake van verwevenheid van bovenwereld en
onderwereld.
CPTED (Crime Prevention Through Environmental Design) > richt zich op natuurlijke beveiliging door
gebruik te maken van ruimtelijke inrichting (bijvoorbeeld beplanting en verlichting).
18.1 Introductie
Sociale veiligheid gaat over de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen
intentioneel persoonlijk leed door misdrijven, overtredingen en overlast door anderen (het heeft dus
een menselijke oorzaak).
18.2 Leefbaarheid en criminaliteit
Leefbaarheid en overlast zijn subjectieve begrippen. Dit betekent dat iedereen dat op zijn eigen
manier beleeft.
Leefbaarheid gaat in algemene zin om de mate waarin de woonomgeving van mensen past bij hun
fysieke en psychische behoeften.
Het begrip overlast wordt vaak opgesplitst in (1) sociale overlast en (2) fysieke verloedering.
Veiligheidsbeleving is de manier waarop mensen veiligheid beleven.
Sociale cohesie: gaat over naar de mate waarin (groepen) mensen zich met elkaar en met allerlei
instituties verbonden voelen, en naar het gedrag dat hieraan invulling geeft (denk aan deelname aan
maatschappelijke instituties, de sociale contacten die zij hebben en hun oriëntatie op normen en
waarden).
Zelfredzaamheid gaat over het vermogen van mensen om zelf problemen op te lossen dan wel daar
hulp bij te organiseren.
Oude feiten die vroeger wel strafbaar waren, maar nu niet meer noemen we decriminaliseren en feiten
die vroeger niet strafbaar waren, maar dat nu wel zijn noemen we criminaliseren.
Het deel van de criminaliteit die wel gebeurt, maar niet wordt geregistreerd (dus niet bekend bij
opsporingsdiensten) noemen we dark number.
Ondermijning is de verweving tussen boven- en onderwereld, criminelen maken gebruik van
structuren uit de bovenwereld om hun zaken uit de onderwereld te verdoezelen.
Wanneer is er sprake van ondermijning?: (1) er is sprake van ontwrichting van maatschappelijke
structuren en fundamenten en uiteindelijk aantasting van de rechtsstaat, (2) ondermijning is
verbonden met georganiseerde criminaliteit en (3) er is sprake van verwevenheid van bovenwereld en
onderwereld.
CPTED (Crime Prevention Through Environmental Design) > richt zich op natuurlijke beveiliging door
gebruik te maken van ruimtelijke inrichting (bijvoorbeeld beplanting en verlichting).