Inhoudsopgave
Algemeen ................................................................................................................................ 2
Standaardisatie ........................................................................................................................ 3
Starreveld – typologiemodel en functiescheiding ......................................................................... 3
Porter (1985) – value chain ..................................................................................................... 4
Tee et al. (2007) – Datakwaliteit .............................................................................................. 5
Boritz (2005) – Integriteit van informatie .................................................................................. 6
Aloini et al. (2007) – ERP ........................................................................................................ 6
Soorten controls .................................................................................................................... 7
Configuraties ........................................................................................................................... 8
Schein (1990) – Cultuur.......................................................................................................... 9
Hofstede – Landencultuur ....................................................................................................... 9
Quinn – Organisatieculturen ................................................................................................... 10
Kaptein (2005) – Integriteitsklimaat ........................................................................................ 10
Heus en Stremmelaar – Soft controls ....................................................................................... 11
Ouchi (1979) – Controlemechanismen ..................................................................................... 11
Merchant (2007) – Management control systems ....................................................................... 12
Simons (1995) – Empowerment .............................................................................................. 13
Kaplan & Norton (2001) – Balanced Scorecard .......................................................................... 13
Regulering .............................................................................................................................. 14
COSO (2013) – ICIF .............................................................................................................. 14
Hermanson et al. (2012) – Effectiviteit internal controls ............................................................. 14
COSO (2004) – ERM .............................................................................................................. 15
COSO (2017) – ERM .............................................................................................................. 15
Paape (2008) – In control zijn ................................................................................................ 16
Complexiteit ........................................................................................................................... 17
Laloux (2015) – Paradigma’s bij organisaties ............................................................................ 17
Bedford & Malmi (2015) – Configuraties van control ................................................................... 17
Francis Fukuyama – ‘high-trust’ en ‘low-trust’ samenleving ......................................................... 18
Jeurissen & van de Ven (2009) – Waarden en morele normen in ondernemingen ............................ 18
Martin (2007) – Ethische infrastructuur .................................................................................... 18
Karssing & Jeurissen (2012) – Integriteitstoezicht ...................................................................... 19
,Algemeen
De opbouw van het BIV-IB programma op basis van vier fasen in de ontwikkeling van het vak:
1. Standaardisatie en de traditionele benadering (college 1 t/m 4)
2. Configuraties: de opkomst van de mix van maatregelen en de gedragskant van het vak (college
5 t/m 8).
3. Regulering, vooral vanuit de grotere nadruk op governance (zie slides hiervoor met toelichting
op toename governance). De control resp. internal environment als basis (college 9 t/m 10).
4. Complexiteit: de uitdagingen op het gebied van internal control/interne beheersing in onze
hedendaagse maatschappij en de uitdagingen voor organisaties hierbinnen (college 11 t/m 15).
Waarom is IB noodzakelijk? De doelen van de werkgever en werknemer liggen vaak niet op één lijn. Om
deze doelen samen te brengen (doelcongruentie) zijn er IB-maatregelen nodig. Ook wordt er vanuit
overige stakeholders verwacht dat er aan IB wordt gedaan.
, Standaardisatie
In control volgens de traditionele benadering ben je als:
- De financiële informatie betrouwbaar en relevant is;
- De ingaande kasstromen volledig zijn;
- De uitgaande kasstromen juist zijn;
- De bezittingen zijn beschermd tegen ongeoorloofd verwerven, gebruiken of vervreemden.
Starreveld – typologiemodel en functiescheiding
BIV cf. Starreveld: het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens, gericht op het
verstrekken van informatie t.b.v. het besturen, het doen functioneren en beheersen van een
huishouding en t.b.v. de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Doelstelling van Starreveld is het afleggen van verantwoording, sturing en beheersing en het voldoen
aan wet- en regelgeving.
Belangrijkste processen cf. Starreveld en Romney & Steinbart:
Waardekringloop van Starreveld. Deze is gericht op het vaststellen van de betrouwbaarheid van
(financiële) informatie – de volledigheid van de opbrengsten en schulden, en de juistheid van de kosten
en vorderingen.
Binnen de waardekringloop van Starreveld moet er sprake zijn van functiescheiding. Belangrijk hierbij is
wel dat de kosten moeten opwegen tegen de baten. Starreveld onderkend de volgende typen
functiescheiding:
1. Beschikken: inkoper, verkoper
2. Bewaren: magazijnmeester
3. Registreren: administratie
4. Controleren: controller
5. Uitvoeren: productiemedewerkers