(Het signaleren van knelpunten en formuleren van voorstellen tot verbetering van
verpleegbeleid)
Inleiding
Voor deze opdracht is het de bedoeling dat ik een knelpunt signaleer en aan de hand daarvan
verbetervoorstellen formuleer. Deze CBP heb ik gecombineerd met CBP 3.3, omdat het over
hetzelfde onderwerp gaat. In het gemaakte verslag verantwoord ik de niet-correcte toepassing.
Ook maak ik een vergelijking van duurzame, bruikbare en haalbare oplossingen en onderbouw
ik de keuze.
Waarom ik voor het onderwerp medicatieveiligheid heb gekozen, is al besproken in
beroepsproduct 3.3. Voor het antwoord hierop verwijs ik naar beroepsproduct 3.3. Verder is het
zo dat het de Inspectie voor de Gezondheidszorg is opgevallen dat de medicatieveiligheid in de
langdurige zorg niet goed is [ CITATION Ins10 \l 1043 ]. Onder langdurige zorg vallen onder
andere verpleeghuizen en verzorgingshuizen, A. valt hier ook onder. Dit betekent dat er iets aan
gedaan moet worden.
, Als er geen duidelijk verpleegbeleid is, in dit geval het medicatiebeleid, dan komt de kwaliteit van
zorg in gevaar. Dit kan schadelijke gevolgen hebben voor de cliënt, het kan gevolgen hebben
voor de verpleegkundige en het kan gevolgen hebben voor de organisatie.
A. maakt gebruik van Vilans protocollen en heeft een protocol over medicatieveiligheid waarin
het medicatiebeleid is vastgesteld. In het medicatiebeleid staat dat het belangrijk is om te letten
op deze vijf punten (Vilans, 2014):
1. De juiste cliënt
2. Het juiste medicijn
3. De juiste tijdstip
4. De juiste hoeveelheid en dosering
5. De juiste toedieningswijze.
Vóór het toedienen van medicatie is het dus belangrijk dat deze vijf punten worden doorlopen.
Als dit klopt dan mag de medicatie worden toegediend en daarna mag het worden afgetekend
op de aftekenlijst. Klopt dit niet en is de medicatie toch gegeven, dan moet de arts op de hoogte
worden gesteld en moet hier een MIC-melding van gemaakt worden. De arts schrijft medicatie
voor van de bewoners en bespreekt met de verpleegkundige welke medicijnen, op welk tijdstip,
in welke dosering en op welke manier deze wordt toegediend. Het is verplicht om dit te
vermelden in de medicatielijst, zodat er een duidelijk overzicht is en voorkomen kan worden dat
er in de vijf stappen fouten worden gemaakt. Bij wijziging van tijdstip, dosering en toediening
moet dit ook worden vermeld in de medicatielijst.
Als er medicatiefouten worden gemaakt, kan dit gevolgen hebben voor de zorgvrager, het
verpleegkundig handelen, samenwerking en organisatie van zorg. Hieronder verantwoord ik wat
de gevolgen zijn van medicatiefouten op de vier die hierboven genoemd zijn.
Zorgvrager
Zoals in beroepsproduct CBP 3.1 al besproken is, zijn patiënten de dupe van medicatiefouten
die gemaakt worden. Uit onderzoek is gebleken dat medicatiefouten leiden tot 90.000
ziekenhuisopnamen per jaar (CBS, 2006). Ook overlijden 1250 patiënten per jaar als gevolg van
medicatiefouten (Vilans, 2012).
Het verpleegkundig handelen
Als een verpleegkundige medicatiefouten maakt, krijgt hij/zij een waarschuwing van het
Tuchtcollege. In het ergste geval wordt hij/zij ontslagen (Vilans, 2011).
De verpleegkundige kan ook een geldboete opgelegd krijgen van het tuchtcollege. Verder kan
de registratie van hem/haar in het BIG-register voor een jaar geschorst worden, de
verpleegkundige is in deze periode niet bevoegd om voorbehouden handelingen te verrichten.
Samenwerking
Ik vermoed dat medicatiefouten tot minder goede samenwerking leidt, omdat er onderling
wantrouwen kan ontstaan. Sommige collega’s zullen een collega die een medicatiefout heeft
waarschijnlijk niet meer vertrouwen en deze geen medicatie meer laten delen uit bescherming
van de zorgvrager.
Niet alleen de collega’s zullen deze collega niet meer vertrouwen, maar ook de mantelzorger(s)
van de zorgvrager (Brosens, 2015).