Lidstaten mogen enkel bij uitzondering een beperking opleggen aan de interne markt. Het drieluik
van de mededingingsregels die zich tot ondernemingen richten:
- Het verbod op restricteve afspraken en praktiken artt 0 VWEU) wanneer belemmer ie nou
de interne markt door de gemaakte afspraken? Verschillende ondernemingen die samen iets
doen wat de concurrente belemmertt
- Het verbod op het maken van misbruik van een machtsposite artt 02 VWEU) Gaat om een
onderneming biivt google die geen enkele concurrente hebben van andere bedriivent
- De concentratecontrole- regels Vot 39/2004) Twee grote bedriiven die samengaant
Elk ziin functe en inhoud: doel is wworkable competton in de marktt Er moet een compette ziin die
nieuwe spelers toelaat en innovate toelaatt Europa heef vooral gekozen voor macroniveaut
Wanneer mag ie als overheid een bepaalde bedriifstak ondersteunen?
Om EU- mededingingsrecht compleet te maken moeten er ook regels ziin die de Lidstaten
verhinderen de mededinging ongeoorloofd te belemmerent
Vandaag gaan we het hebben over het mededingingsrecht. Dat is een nieuw onderwerpt Het is een
aanvulling op het vorige onderwerpt Dus het is een aanvulling op het onderwerp van de interne
markt. Er is in Europa heel erg gewerkt aan die interne markt en op een gegeven moment werd het
duideliik dat we niet alleen maar konden volstaan met verboden op te leggen aan lidstaten, zoals we
de afgelopen weken hebben gezient Dus daar zag je steeds dat lidstaten geen beperkingen mochten
opleggen of alleen bij uitzondering aan de werking van de interne markt om zodoende de welvaart te
stimuleren de economische transacties makkelijker te maken etc. Dat is niet genoeg gebleken, want
dat is ook wel duideliik: niet alleen lidstaten opereren op die interne markt, maar ook heel veel
bedriiven en personent We hebben gezien dat in eerste instantie de artikelen aangaande de interne
markt zich richten tot de lidstaten. Vandaag zullen we zien en dat is vrij uniek dat er ook bepalingen
in het verdrag zijn die zich richten tot bedrijven. Dat zien we verder in het hele verdrag niet. We
hebben wel gezien dat bepaalde artkelen in het verdrag directe werking toegekend hebben
gekregen, het vrii verkeer van werknemers biivoorbeeld, maar in het verdrag zelf staat dat niett Dat
is anders voor deze bepalingen waar we vandaag over gaan pratent Dat ziin de bepalingen die zich
direct richten op bedriivent Dus opeens kunnen bedrijven worden aangesproken door de Europese
Commissie en dat is nogmaals om die interne markt verder te volmaken, want als bedriiven zich gaan
samenvoegen of ze gaan zich op een bepaalde manier gedragen, dan kunnen zii die interne markt en
de efciënte daarvan belemmerent En daarom is ervoor gekozen om ook die bedriiven onderdeel te
maken van het Europees rechtt Het zijn eigenlijk een drieluik van bepalingen die zich richten tot
ondernemingen. Dat is in eerste instante het verbod op restricteve afspraken en praktiken art. 101t
Daar gaan we het vandaag vooral over hebbent Dus wat mag ie nou als bedriif onderling met
biivoorbeeld een concurrent afspreken en wat niett Wanneer belemmer ie nou de interne markt, de
concurrente, de compette? Ziin er soms uitzonderingen mogeliik of niett Mag ie soms in
tegenstelling mag ie wel biivoorbeeld een afspraak maken niet alleen met een concurrente maar
mag ie wel een afspraak maken met biivoorbeeld een afnemer? Of mag dat ook niet? Belemmer ie
daarmee ook de concurrente? Daar gaan we het vandaag vooral over hebbent Volgende week gaan
we het hebben over het verbod op het maken van misbruik van machtspositiet Dat is een andere
bepaling en dat is een heel ander type gedragt Bii artt 0 gaat het over multlateraal optreden, dus
verschillende ondernemingen die samen iets doen wat de compette, de mededinging belemmertt