Kenmerkend aspect: opkomst van handel en ambacht en herleving van de landbouwstedelijke samenleving
De terugkeer van de stad
500 - 1000 N.C landbouwsamenleving → 1000 - 1500 N.C landbouwstedelijke samenleving
VB landb. sted.→ Hamburg; internationaal centrum van handel. Kooplieden gaven leiding aan de duitse
Hanze (=organisatie van handelssteden die gezamenlijk optraden om hun belangen te vervullen).
De middeleeuwse stad
De nieuwe steden leken niet op steden uit de oudheid. Soms lagen ze wel op dezelfde plek.
Kenmerken van steden →
- gelegen aan water (rivier, zee) voor de handel
- enkele duizenden inwoners
- kronkelige straatjes, vies en smerig
- houten huizen dicht op elkaar
- stadsmuren en poorten
- geen dure gebouwen (tempels, theaters), wel kerken
Bloeiende landbouw
Oorzaken van het ontstaan vd steden →
- einde binnenvallende volkeren
- woeste gebieden werden tot landbouwgrond gemaakt (droogmakerijen)
- verbeteringen in de landbouw → het drieslagstelsel, nieuwe landbouwgrond, ijzeren ploeg en
paarden trekken de ploeg ipv ossen
- hierdoor meer voedsel (overschotten verkocht aan handelaren);
- bevolkingsgroei;
- specialisatie en ambachten
Op markten kwamen mensen bijeen om hun producten te verkopen.
Een geldeconomie
Er werden niet meer alleen producten voor de lokale markt gemaakt, maar ook luxe koopwaar wat over grote
afstanden werd verhandeld.
Specialisatie → Handel → Geldeconomie
Toenemende handel oorzaken→
- toename landbouw opbrengst;
- toename veiligheid.
Handel via Hanzen : steden die handelsafspraken met elkaar hadden
(Handel uit het midden-oosten was specerijen; Gent was textiel; Engeland was wol, kleren)
Gevolgen handel →
- Wisselbrief (hiermee kon je in een andere stad je geld ophalen)
- Giro (=betalingssysteem waarbij geld van de ene rekening naar de andere kan worden overgemaakt,
waardoor mensen niet met veel losgeld hoefden te reizen)
Ook gingen rijke handelaren als bankier werken en hun geld uitlenen tegen rente. De munt werd weer
belangrijk.
, §4.2 De stedelijke burgerij
Kenmerkend aspect: opkomst van de stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid van steden
*De middeleeuwse stad was onaantrekkelijk (voedseltekorten, slechte hygiëne, ziektes). Toch was het
aantrekkelijk voor mensen buiten de stad om ernaartoe te komen omdat er kansen waren die ze op het
platteland niet hadden.
Stadsrechten
Door toename handel en ambacht werden steden rijker en hadden ze behoefte aan meer zelfstandigheid. De
stad kreeg daarom stadsrechten, in ruil voor belasting aan de heer. Hun privileges waren:
- een eigen bestuur hebben, rechtspreken, tol heffen en het recht om stadsmuren te bouwen.
Wel hield de heer via de baljuw (=rechter aangesteld door edelman en bestuurder in een stad of platteland)
Heren profiteerden van de groeiende geldeconomie door de belastinginkomsten; wel werden ze meer
afhankelijk van de steden. De burgerij werd machtiger.
Op het platteland verdween de horigheid en herendiensten werden omgezet in geld betalingen.
Burgers en gilden
Alleen burgers hadden burgerrechten →
- Geestelijken en arbeiders waren geen burgers.
- Burgers werden beschermd, mochten zich verdedigen voor de stedelijke rechtbank en ze konden lid
chutterij, die zorgde voor veiligheid.
worden van de s
- Burgerrecht was nodig om lid te worden van een gilde;
- Voor elke ambacht was er een gilde
- je moest lid zijn van een gilde om in de stad te werken
- gildes waren er om concurrentie te beperken, kwaliteit te garanderen, te zorgen voor de armen
en zieken.
De machtigste burgers waren de rijke kooplieden, zij leverden de schepenen. (=leden stadsbestuur en
rechtbank)
Weerbare steden
Steden waren net als kastelen goed beveiligd maar er was nog steeds een dreiging voor oorlogen.
Huursoldaten werden in dienst genomen en oorlogsvloten werden gemaakt om zich te beveiligen. Vaak
werkten ze samen met andere steden.