projectmanagement blok 9
Les 1 (6 september)
Hoofdstukken die niet gebruikt worden: 15, 18, 20, 22, 23, 24, 25. Hoofdstuk 1 is de basis
voor je toets.
Leerdoelen:
- De student kan een overzicht geven van de karakteristieken van een project en kan
benoemen bij welke vormen van verandering een project een meerwaarde heeft ten
opzichte van andere vormen van sturing om een doel te bereiken
- De student kan de verschillende fases van projectmanagement onderscheiden en
benoemen welke vorm van communicatie elke fase vraagt
- De student kan aangeven wat de rol van de opdrachtgeven is bij een project en kan
het belang van het vormen van een enthousiast team bij een project toelichten en kan
de essentiele voorwaarden om dit te realiseren formuleren
- De student kan de relatie tussen de staande organisatie en de projectorganisatie
benoemen en kan aangeven welke procedure moet worden gevolgd om te komen tot
een goede projectafsluiting.
Werkwijze:
- Huiswerk vooraf lezen
- Presentie
- Video’s op BB
- De beste voorbereiding op de toets is de ALO (toets=cursus)
Toets van dit van is een casus van 2 a4, hier moet je een aantal hoofdvragen beoordelen.
Oefen hiermee!! In de ALO pas je dit toe.
Hoofdstuk 1:
De visie van dit vak: hoe werkt een project het beste?
- er moet commitment aanwezig zijn van:
o opdrachtgever
o projectleider
o projectteam
o lijnmanagement
o gebruikers
- = het gaat om het commitment van alle betrokkenen.
- De volgende voorwaarden van projecten die aanwezig moeten zijn. De mensen die
wat willen, moet je de blokkades van wegnemen.
o Persoonlijke idealen
o Ambities
o Verbondenheid met de resultaten
o (h)erkenning van kwaliteiten
Verschil tussen disciplinair = contact met verschillende expertises, en integraal = hetzelfde +
het is normaal om contact te hebben met verschillende expertises.
,projectmanagement blok 9
Je geeft geen opdrachten, maar je maakt afspraken. Dit kan zorgen voor commitment. Dit
moet samen = je snapt dat je van elkaar afhankelijk bent en gelijk bent.
Een project, de definitie
- Het is iets tijdelijks: het heeft een begin en een eindpunt. Hiervoor is een
organisatievorm nodig.
- We hebben het nog nooit eerder gedaan; er is zekerheid en creativiteit voor nodig.
Het resultaat is ook afgesproken
- We spreken af wanneer het klaar is
- We spreken af wat we nodig hebben
Het gaat over afspraken maken! TOETS!
Typen projecten
Productontwikkeling = definitie is vaag, hoe je het gaat maken is onduidelijk
Systeemontwikkeling = hoe je het gaat doen is bekend, wat je eruit krijgt is onbekend.
Onderzoek en organisatieverandering = je hebt nog geen idee dat je iets gaat veranderen
door middel va een project. Het projectdoel is ook nog niet god geformuleerd, hoe je het gaat
doen is ook onduidelijk.
Hoe meer je van tevoren vast legt, hoe groter de kans op succes.
Projecten in 2/3 van alle gevallen vorm: (= de klassieke insteek)
,projectmanagement blok 9
Hieruit krijg je het plaatje. = traditioneel projectmanagement = verspillen tijd en geld.
Wanneer je grote risico’s of onzekerheid hebt: gaandeweg het project besluit je opnieuw bij
elke hindernis wat het beste is om dan te doen. Denken en doen moet je afwisselen.
Nieuwe wegen vinden onorthodoxe manier van denken hard werken veerkracht
Bronnen van veerkracht: wat is nodig om bovenstaande uit te voeren?
- Leider kalm en kredietwaardig
- Structuur in wat te doen en een gedefinieerde veiligheidszone
- Mensen alert, bewegelijk en in interactie
- Contacten met de buitenwereld
- Vertrouwen in de leider en de groep
- Zekere mate van beheersing, niet hulpeloos zijn
- Zelf bepalen waar de crisis je raakt
- Kennis van eerdere crises
- Iedereen goed geïnformeerd
- Eerlijkheid over uitputting en gevoelens van twijfel.
Organisatieontwikkeling
Waarom maken we ons zo druk om dit vak? Je moet zorgen dat een organisatie positief
veranderen: het wordt er veiliger van. Projecten zorgen voor verandering in de organisatie
omdat:
- Aansluiting van het project in relatie tot de visie en doelstellingen
- Vanuit eigen kwaliteiten en ontwikkelingsbehoeften
- Vrijwillige keuze om in te stappen
- Vernieuwing en creativiteit staan centraal
Hoofdstuk 26:
Ontwikkelingsperspectief
Tabel: van een reactieve naar een creërende organisatie. Hoe hiërarchische, hoe reactiever.
, projectmanagement blok 9
Wanneer een project?
Niet alles is als een project; kijk naar de punten die een project nodig heeft.
- Het probleem is duidelijk of er is een unieke kans
- Persoon of instantie wil middelen inzetten: geld
- Opbrengsten moeten groter zijn dan de kosten
- Meerdere partijen met een gezamenlijke aanpak
- Opdrachtgever is aanwezig
- Management is bereid om het prioriteit te geven
- Een ervaren en kundige projectleider.
Aansluiting bij een organisatie
Het doel van een project moet aansluiten bij de missie van een organisatie. Je beantwoord
de volgende vragen:
Organiseren; lijn en staf
Een project hangt midden de organisatie of ertussen. Er zijn 2 soorten:
1) Lijn: management tot de uitvoering aan hiërarchische lagen
2) Staf:aparte gespecialiseerde afdelingen die advies geven
Als projectteam zit je hiertussen. Wie heeft invloed op wat? Een project brengt dus een
ontwikkeling in een organisatie
Ontwerpen: top-down = in een klassiek project = ontwerpen = gaat niet werken!!
= op basis van een plan wat het management gemaakt heeft gaat een project draaien.
Bij projectmatig creëren moet er bottom up toegepast worden.
- Weinig creativiteit vereist
- Geen gedicussieer
- Acceptatie van de opdracht? Commitment?
- Waarom gaan opdrachtgevers en projectleiders er vanuit dat de teamleden de
opdracht accepteren? Doen ze dat wel echt?
o Ze hebben belangen die ze door willen drukken: twijfel, angst en gebrek aan
procesgevoeligheid kan plaatsvinden wanneer je naar de mening van de
ander vraagt.
Ontwerpen: bottom-up = ontwikkelen = creëren
Je hebt iets wat gemaakt wordt.
Dit start je wanneer:
- Het probleem is duidelijk, maar de oplossing is niet helder voor de projectleider of
opdrachtgever. Je hebt hier andere mensen voor nodig.
- Veel gediscussieer; ideeën genereren consensus
- Niet moeten (opdrachten) , maar willen er is dan commitment!
Standaardiseren = dingen vastleggen, meningen van anderen zijn niet nodig. = routinematig
We gaan leren ont-moeten. (niet meer moeten)
Figuur 1.2 de 4 creatiekrachten van projectmatig creëren.
Top-down = ontwerpen = niet handig
Les 1 (6 september)
Hoofdstukken die niet gebruikt worden: 15, 18, 20, 22, 23, 24, 25. Hoofdstuk 1 is de basis
voor je toets.
Leerdoelen:
- De student kan een overzicht geven van de karakteristieken van een project en kan
benoemen bij welke vormen van verandering een project een meerwaarde heeft ten
opzichte van andere vormen van sturing om een doel te bereiken
- De student kan de verschillende fases van projectmanagement onderscheiden en
benoemen welke vorm van communicatie elke fase vraagt
- De student kan aangeven wat de rol van de opdrachtgeven is bij een project en kan
het belang van het vormen van een enthousiast team bij een project toelichten en kan
de essentiele voorwaarden om dit te realiseren formuleren
- De student kan de relatie tussen de staande organisatie en de projectorganisatie
benoemen en kan aangeven welke procedure moet worden gevolgd om te komen tot
een goede projectafsluiting.
Werkwijze:
- Huiswerk vooraf lezen
- Presentie
- Video’s op BB
- De beste voorbereiding op de toets is de ALO (toets=cursus)
Toets van dit van is een casus van 2 a4, hier moet je een aantal hoofdvragen beoordelen.
Oefen hiermee!! In de ALO pas je dit toe.
Hoofdstuk 1:
De visie van dit vak: hoe werkt een project het beste?
- er moet commitment aanwezig zijn van:
o opdrachtgever
o projectleider
o projectteam
o lijnmanagement
o gebruikers
- = het gaat om het commitment van alle betrokkenen.
- De volgende voorwaarden van projecten die aanwezig moeten zijn. De mensen die
wat willen, moet je de blokkades van wegnemen.
o Persoonlijke idealen
o Ambities
o Verbondenheid met de resultaten
o (h)erkenning van kwaliteiten
Verschil tussen disciplinair = contact met verschillende expertises, en integraal = hetzelfde +
het is normaal om contact te hebben met verschillende expertises.
,projectmanagement blok 9
Je geeft geen opdrachten, maar je maakt afspraken. Dit kan zorgen voor commitment. Dit
moet samen = je snapt dat je van elkaar afhankelijk bent en gelijk bent.
Een project, de definitie
- Het is iets tijdelijks: het heeft een begin en een eindpunt. Hiervoor is een
organisatievorm nodig.
- We hebben het nog nooit eerder gedaan; er is zekerheid en creativiteit voor nodig.
Het resultaat is ook afgesproken
- We spreken af wanneer het klaar is
- We spreken af wat we nodig hebben
Het gaat over afspraken maken! TOETS!
Typen projecten
Productontwikkeling = definitie is vaag, hoe je het gaat maken is onduidelijk
Systeemontwikkeling = hoe je het gaat doen is bekend, wat je eruit krijgt is onbekend.
Onderzoek en organisatieverandering = je hebt nog geen idee dat je iets gaat veranderen
door middel va een project. Het projectdoel is ook nog niet god geformuleerd, hoe je het gaat
doen is ook onduidelijk.
Hoe meer je van tevoren vast legt, hoe groter de kans op succes.
Projecten in 2/3 van alle gevallen vorm: (= de klassieke insteek)
,projectmanagement blok 9
Hieruit krijg je het plaatje. = traditioneel projectmanagement = verspillen tijd en geld.
Wanneer je grote risico’s of onzekerheid hebt: gaandeweg het project besluit je opnieuw bij
elke hindernis wat het beste is om dan te doen. Denken en doen moet je afwisselen.
Nieuwe wegen vinden onorthodoxe manier van denken hard werken veerkracht
Bronnen van veerkracht: wat is nodig om bovenstaande uit te voeren?
- Leider kalm en kredietwaardig
- Structuur in wat te doen en een gedefinieerde veiligheidszone
- Mensen alert, bewegelijk en in interactie
- Contacten met de buitenwereld
- Vertrouwen in de leider en de groep
- Zekere mate van beheersing, niet hulpeloos zijn
- Zelf bepalen waar de crisis je raakt
- Kennis van eerdere crises
- Iedereen goed geïnformeerd
- Eerlijkheid over uitputting en gevoelens van twijfel.
Organisatieontwikkeling
Waarom maken we ons zo druk om dit vak? Je moet zorgen dat een organisatie positief
veranderen: het wordt er veiliger van. Projecten zorgen voor verandering in de organisatie
omdat:
- Aansluiting van het project in relatie tot de visie en doelstellingen
- Vanuit eigen kwaliteiten en ontwikkelingsbehoeften
- Vrijwillige keuze om in te stappen
- Vernieuwing en creativiteit staan centraal
Hoofdstuk 26:
Ontwikkelingsperspectief
Tabel: van een reactieve naar een creërende organisatie. Hoe hiërarchische, hoe reactiever.
, projectmanagement blok 9
Wanneer een project?
Niet alles is als een project; kijk naar de punten die een project nodig heeft.
- Het probleem is duidelijk of er is een unieke kans
- Persoon of instantie wil middelen inzetten: geld
- Opbrengsten moeten groter zijn dan de kosten
- Meerdere partijen met een gezamenlijke aanpak
- Opdrachtgever is aanwezig
- Management is bereid om het prioriteit te geven
- Een ervaren en kundige projectleider.
Aansluiting bij een organisatie
Het doel van een project moet aansluiten bij de missie van een organisatie. Je beantwoord
de volgende vragen:
Organiseren; lijn en staf
Een project hangt midden de organisatie of ertussen. Er zijn 2 soorten:
1) Lijn: management tot de uitvoering aan hiërarchische lagen
2) Staf:aparte gespecialiseerde afdelingen die advies geven
Als projectteam zit je hiertussen. Wie heeft invloed op wat? Een project brengt dus een
ontwikkeling in een organisatie
Ontwerpen: top-down = in een klassiek project = ontwerpen = gaat niet werken!!
= op basis van een plan wat het management gemaakt heeft gaat een project draaien.
Bij projectmatig creëren moet er bottom up toegepast worden.
- Weinig creativiteit vereist
- Geen gedicussieer
- Acceptatie van de opdracht? Commitment?
- Waarom gaan opdrachtgevers en projectleiders er vanuit dat de teamleden de
opdracht accepteren? Doen ze dat wel echt?
o Ze hebben belangen die ze door willen drukken: twijfel, angst en gebrek aan
procesgevoeligheid kan plaatsvinden wanneer je naar de mening van de
ander vraagt.
Ontwerpen: bottom-up = ontwikkelen = creëren
Je hebt iets wat gemaakt wordt.
Dit start je wanneer:
- Het probleem is duidelijk, maar de oplossing is niet helder voor de projectleider of
opdrachtgever. Je hebt hier andere mensen voor nodig.
- Veel gediscussieer; ideeën genereren consensus
- Niet moeten (opdrachten) , maar willen er is dan commitment!
Standaardiseren = dingen vastleggen, meningen van anderen zijn niet nodig. = routinematig
We gaan leren ont-moeten. (niet meer moeten)
Figuur 1.2 de 4 creatiekrachten van projectmatig creëren.
Top-down = ontwerpen = niet handig