dialysepatiënt
Gebruikte literatuur: Leerboek dialyseverpleegkunde
hoofdstuk 7.1 ‘Observatiepunten bij een normaal lopende dialyse’;
hoofdstuk 7.3 ‘Bloedafname’
licht, op een methodische wijze, toe hoe de verpleegkundige zorg bij een chronische
dialysebehandeling wordt uitgevoerd.
De gangbare observatiepunten voor een dialysebehandeling zijn te verdelen in vijf fasen:
1. voor dialyse;
2. tijdens aansluiten;
3. tijdens dialyse;
4. tijdens afsluiten;
5. na dialyse.
De verschillende observaties zijn te verdelen in twee categorieën:
1. patiëntobservaties en algehele toestand;
2. machineobservaties en controles.
Voor dialyse - Patiëntobservaties
Algemeen:
• Welke klachten of welk verhaal heeft de patiënt?
Toestand:
• Hoe is de algehele toestand (moeheid, kortademigheid, kleur)?
• Loopt de patiënt normaal?
• Reageert de patiënt normaal?
Patiëntcontroles:
• Gewicht.
• Bloeddruk zittend of liggend en staand.
• Polsfrequentie.
• Eventueel temperatuur.
Eventueel:
• Overdracht van de verpleegafdeling of thuis.
• Mondelinge overdracht van de verpleging.
• Verhaal van de familie, al dan niet buiten de patiënt om.
• Is de bloedafname geregeld?
Voor dialyse - Machineobservaties en controles
• Wordt het juiste type machine gebruikt?
• Is de machine correct opgebouwd?
• Is de juiste kunstnier aangesloten?
• Is het juiste concentraat aangesloten?
• Ligt de antistolling klaar die voor desbetre ende patiënt is afgesproken?
• Zijn de dialysaattemperatuur, conductivity, bicarbonaat en tijd juist ingesteld?
• Staat de bloedlekdetector juist afgesteld?
• Staat het niveau van de primingvloeistof in de veneuze luchtvanger boven het niveau van de
luchtbeldetector?
• Is het bloedcircuit luchtvrij en met de juiste vloeistof geprimed?
• Zijn er voldoende reservekochers?
• Staat alles klaar voor aansluiten?
• Zijn de alarmen gecontroleerd?
Tijdens aansluiten - Patiëntobservaties
• Observatie van de shunt.
• Palpatie van de shunt.
• Auscultatie van de shunt.
• Wat vertelt de patiënt zelf over de shunt of de katheter?
ff