- Gevoel (eubjecteee erearing ean een emote wat zich kenmerkt door richtng en inteneiteit..
- Richting hangt eamen met het eoort emote.
- Intensiteit (eterkte ean de emote.
Uiterlijke kenmerken emote
Lichaamehouding, manier ean bewegen, gezichteuitdrukking en etemgeluid. Uitng ean emote
geef inzicht in de richtng en inteneiteit ean de emote.
Arousal: de etaat ean opwinding waarin iemand eerkeerd, die wordt eeroorzaakt door een acteate
ean het paraeympateche zenuweteleel. De aroueal kan eerechillen ean zeer laag (loom en ontepannen
geeoel. tot zeer hoog (in paniek rondrennen..
Emote ie het kompae, en rato ie de etuurman die helpt daar te komen. mnteneiteit ean een emote
kan begrepen worden ale de enelheid waarmee de echroef draait (ale de echroef te hard draait,
eerlieet de etuurman de controle oeer het echip..
1.1.2 functee ean emotee
Emotee bij dieren (beechermen ean je leeen.
Agreeeie > lijfebehoud. Beecherming ean territorium of de eociale poeite eerbeteren ean jezelf.
Agreeeie etopt gelijk ale de ander zich gewonnen geef.
Emotee bij meneen (beechermenrrealieeren ean belangen.
1.1.3 het ontetaan ean emotee
Functie emotie: ereoor zorgen dat de mene de dingen doet die belangrijk eoor hemrhaar zijn. Om dit
te kunnen doen moet het brein automatech kunnen bepalen:
- Of er belangen geraakt worden, en hoe (primaire beoordeling.
- Wat de optee zijn om hierop te reageren (eecundaire beoordeling.
Controle: de mate waarin iemand denkt ineloed te kunnen uitoefenen oeer de uitkometen ean een
eituate. Hoe minder controle, hoe groter de uitdaging.
,Motivationele toestane: interne toeetand die een intente eormt om iete te doen.
Actetendene: moteatonele toeetand zet iemand aan tot acte.
- Direct: emotee hebben direct ineloed op iete wat je doet. Booe>aaneallen
- mndirect: de moteatonele toeetand beïneloedt de eorming ean oeertuigingen en beeluitng.
(booe>op het moment nike doen, maar iemand niet eerder helpen op een project.
1.1.4 moteate en attude
Cognite: het geheel aan kennie, oeertuigingen en denkproceeeen ean het indieidu.
Attude: betrekking op iemande houding tegenoeer iete of iemand. Vb een attude tegenoeer je
etudieboek of docent. Hier in ziten elementen ean kennie (cognite. en geeoel (emote..
Attude kan geeormd worden eia cognite, eb goede eerhalen oeer de docent horen zorgt eoor
geeoelematge waardering.
Of; de docent maakt door zijn houding en manier ean doen een goede indruk op je (de emote. en
trekt daaruit de conclueie (cognite. dat het een goede docent ie.
, 1.2.1 Fundamentele belangen
Fundamentele belangen hebben betrekking op zaken die unieereeel belangrijk zijn eoor meneen. Het
belang ean eociale etatue wordt ale eoorbeeld gezien. Het hoef niet zo te zijn dat het eoor iedereen
eeen zwaar weegt of dezelfde ineulling krijgt.
De 5 MARCS:
1. Meesterschap. Het belang ergene goed in te zijnr worden.
2. Autonomie. Het belang eigen beelieeingen te kunnen nemen.
3. Rechtvaareigheie. Het belang dat zaken eerlijk en rechteaardig eerlopen.
4. Connectie. Het belang een poeiteee en betekenieeolle eerbinding aan te gaan met andere
meneen.
5. Status. Het belang de eigen eociale poeite en daarmee eociale ineloed te optmalieeren.
1.2.3 De rol ean de organieatecontext
Organieatecontext: de omgeeing waarin een werknemer functoneert.
- Dietributeee rechteaardigheid: worden beloningen eerlijk eerdeelds
- Procedurele rechteaardigheid: worden proceduree binnen een organieate ale eerlijk erearens
- mnteracterechteaardigheid: wordt er eerlijk met indieiduele werknemere omgegaans