Moleculaire Biologie van de Cel Evelien Floor
Vesiculair transport
Vesiculair transport is het proces waarbij twee compartmenten stofen met elkaar uitwisselen met
behulp van vesicles. Vesiculair transport is nodig voor uitwisseling van stofen zonder dat
membraancompartmenten hun identteit verliezen. Dit kan door middel van exocytose en
endocytose richtng het endosoom. Het lumen van vesicles is gelijk aan de buitenkant van de cel.
Daarnaast worden sommige componenten weer teruggehaald (retrieval).
Opbouw van vesicles
Een vesicle is een klein membraancompartment van meestal rond de 100 nm. Om een vesicle te
maken moet deze voorzien worden van eiwiten aan de buitenkant coat. De vesicles snoeren dan
ook af van een gecoat membraan. Deze coat heef twee functess
1. Ervoor zorgen dat de juiste membraanmoleculen voor transport geselecteerd worden
2. Vormgeven van de vesicles
Er zijn drie belangrijke type coated vesicless clathrine, COPI en COPII. Clathrine-coated vesicles
zorgen voor transport vanaf het plasmamembraan en tussen endosomen en het Golgi. COPI-coated
vesicles snoeren af van het Golgi en COPII-coated vesicles snoeren af van het ER.
Een clathrine coat bestaat uit twee lagen, een buitenlaag van clathrine en een binnenlaag van
adapter eiwiten. Clathrine vormt subunits tot een triskelion, deze assembleren tot een kooiachtge
structuur. Clathrine zorgt zo voor de vorm van de vesicles. Adapter eiwiten bevinden zich tussen de
clathrine kooi en de membraan. Adapter eiwiten binden aan clathrine en specifeke cargo
receptoren met cargo moleculen. Er zijn verschillende adapter eiwiten die aan verschillende
receptoren binden, zo vindt selecte plaats. Wanneer de vesicle afgesnoerd is laat de coat los, de
transport vesicle is dan gevormd.
Verschillende organellen hebben hun eigen set aan fosfoïnositiden, PIP kinases en PIP fosfatases.
Veel eiwiten die betrokken zijn bij vesiculair transport bevaten domeinen die met hoge specifciteit
aan PIPs binden. Afankelijk van het aantal fosfaatgroepen aan de kop wordt deze herkent door
Pagina | 1
Vesiculair transport
Vesiculair transport is het proces waarbij twee compartmenten stofen met elkaar uitwisselen met
behulp van vesicles. Vesiculair transport is nodig voor uitwisseling van stofen zonder dat
membraancompartmenten hun identteit verliezen. Dit kan door middel van exocytose en
endocytose richtng het endosoom. Het lumen van vesicles is gelijk aan de buitenkant van de cel.
Daarnaast worden sommige componenten weer teruggehaald (retrieval).
Opbouw van vesicles
Een vesicle is een klein membraancompartment van meestal rond de 100 nm. Om een vesicle te
maken moet deze voorzien worden van eiwiten aan de buitenkant coat. De vesicles snoeren dan
ook af van een gecoat membraan. Deze coat heef twee functess
1. Ervoor zorgen dat de juiste membraanmoleculen voor transport geselecteerd worden
2. Vormgeven van de vesicles
Er zijn drie belangrijke type coated vesicless clathrine, COPI en COPII. Clathrine-coated vesicles
zorgen voor transport vanaf het plasmamembraan en tussen endosomen en het Golgi. COPI-coated
vesicles snoeren af van het Golgi en COPII-coated vesicles snoeren af van het ER.
Een clathrine coat bestaat uit twee lagen, een buitenlaag van clathrine en een binnenlaag van
adapter eiwiten. Clathrine vormt subunits tot een triskelion, deze assembleren tot een kooiachtge
structuur. Clathrine zorgt zo voor de vorm van de vesicles. Adapter eiwiten bevinden zich tussen de
clathrine kooi en de membraan. Adapter eiwiten binden aan clathrine en specifeke cargo
receptoren met cargo moleculen. Er zijn verschillende adapter eiwiten die aan verschillende
receptoren binden, zo vindt selecte plaats. Wanneer de vesicle afgesnoerd is laat de coat los, de
transport vesicle is dan gevormd.
Verschillende organellen hebben hun eigen set aan fosfoïnositiden, PIP kinases en PIP fosfatases.
Veel eiwiten die betrokken zijn bij vesiculair transport bevaten domeinen die met hoge specifciteit
aan PIPs binden. Afankelijk van het aantal fosfaatgroepen aan de kop wordt deze herkent door
Pagina | 1