Moleculaire Biologie van de Cel Evelien Floor
Cytoskelet
951-960 zelf behandelen. Tentamenvragen over Rho/Rac en hoe reguleren ze cel migrate.
Functes van het cytoskeelet:e
Beweging
Adhesie
Polariteit
Deling
Het cytoskeelet is een bijzonder dynamische structuur. Niet alle cytoskeelet structuren zijn dynamisch,
microvilli bestaan uit stabiele actne flamenten. Ze zijn dus niet bewegelijke ze vergroten alleen het
oppervlake. Cilia en fagella zijn microtubili structuren die wel bewegen.
Actne en microtubili zijn opgebouwd uit meerdere rijen van globulaire subunits (protoflamenten),,
ze zorgen voor stabiliteit.
Intermediaire fiamenten zijn touwachtge flamenten gemaaket van coiled coil eiwiten. Dit zijn a-
helices die spontane interacte met elkeaar aangaan. Er worden enorme lange draden gevormd die
antparallel weer interacte met elkeaar aan gaan. Ze hebben geen polariteit. Ze geven de cel
mechanische keracht. Intermediaire flamenten worden niet gebruiket voor cel transport, er lopen geen
motoreiwiten over de flamenten.
Het cytoskeelet is bij bacteriën ontstaan, ze oefenen daar minder functes uit. Grote en bewegelijkee
cellen zijn veel meer afankeelijke van een cytoskeelet dan keleine cellen zoals bacteriën. Tijdens
celdeling in bacteriën worden flamenten in een ringvormige structuur gebouwd. Bacteriën hebben
ooke actne actne flamenten voor het verdelen van plasmiden lijket op microtubili in dierlijkee
cellen.
Dynamieke cytoskeelet
Actne is een dunne flament opgebouwd uit bolachtge structuren. Een actne monomeer is niet
symmetrisch. Er ontstaat een plus en een min keant. De plus keant groeit sneller dan de min keant.
Actne is ooke een enzym (ATPase),. Het plus eind wordt ooke wel de barbed end genoemd en het min
eind de pointed end.
Actne subunits vormen in de lagfase eerst oligomeren. Na een tjd zal het groeien sneller gaan
waardoor flamenten ontstaan. Bij een bepaalde concentrate worden er net zo veel actne
monomeren toegevoegd als dat er af gaan Kritsche concentrate (CC),. Bij evenwicht is Kon C = Kof.
Concentrate hoger dan de Cc groei. Concentrate lager dan Cc kerimpen.
Door meteen een groeiende actne flamenten toe te voegen gaat het proces van groeien sneller, het
wordt bevorderd.
Actne en tubuline polymeriseren spontaan door hydrofobe interactes. Als actne zijn ATP
hydrolyseerd, wordt het flament minder stabiel waardoor deze uit elkeaar valt. Actne reguleert zo
zijn eigen afraake. Binding aan GDP-actne van GTP-actne gaat moeilijke. De pluskeant is het makekeelijke
om actne toe te voegen. Aan de minkeant is het moeilijke om actne toe te voegen en er af te halen.
Polymerisate aan de pluskeant, depolarisate aan de minkeant treadmilling. De concentrate ATP in
de cel is ten keeer zo hoog als de concentrate ADP.
Thymosine bindt aan actne monomeren. Dit zorgt ervoor dat de actne monomeren niet mee
keunnen doen met de polymerisate. Profline bindt aan actne monomeren…
Pagina | 1
Cytoskelet
951-960 zelf behandelen. Tentamenvragen over Rho/Rac en hoe reguleren ze cel migrate.
Functes van het cytoskeelet:e
Beweging
Adhesie
Polariteit
Deling
Het cytoskeelet is een bijzonder dynamische structuur. Niet alle cytoskeelet structuren zijn dynamisch,
microvilli bestaan uit stabiele actne flamenten. Ze zijn dus niet bewegelijke ze vergroten alleen het
oppervlake. Cilia en fagella zijn microtubili structuren die wel bewegen.
Actne en microtubili zijn opgebouwd uit meerdere rijen van globulaire subunits (protoflamenten),,
ze zorgen voor stabiliteit.
Intermediaire fiamenten zijn touwachtge flamenten gemaaket van coiled coil eiwiten. Dit zijn a-
helices die spontane interacte met elkeaar aangaan. Er worden enorme lange draden gevormd die
antparallel weer interacte met elkeaar aan gaan. Ze hebben geen polariteit. Ze geven de cel
mechanische keracht. Intermediaire flamenten worden niet gebruiket voor cel transport, er lopen geen
motoreiwiten over de flamenten.
Het cytoskeelet is bij bacteriën ontstaan, ze oefenen daar minder functes uit. Grote en bewegelijkee
cellen zijn veel meer afankeelijke van een cytoskeelet dan keleine cellen zoals bacteriën. Tijdens
celdeling in bacteriën worden flamenten in een ringvormige structuur gebouwd. Bacteriën hebben
ooke actne actne flamenten voor het verdelen van plasmiden lijket op microtubili in dierlijkee
cellen.
Dynamieke cytoskeelet
Actne is een dunne flament opgebouwd uit bolachtge structuren. Een actne monomeer is niet
symmetrisch. Er ontstaat een plus en een min keant. De plus keant groeit sneller dan de min keant.
Actne is ooke een enzym (ATPase),. Het plus eind wordt ooke wel de barbed end genoemd en het min
eind de pointed end.
Actne subunits vormen in de lagfase eerst oligomeren. Na een tjd zal het groeien sneller gaan
waardoor flamenten ontstaan. Bij een bepaalde concentrate worden er net zo veel actne
monomeren toegevoegd als dat er af gaan Kritsche concentrate (CC),. Bij evenwicht is Kon C = Kof.
Concentrate hoger dan de Cc groei. Concentrate lager dan Cc kerimpen.
Door meteen een groeiende actne flamenten toe te voegen gaat het proces van groeien sneller, het
wordt bevorderd.
Actne en tubuline polymeriseren spontaan door hydrofobe interactes. Als actne zijn ATP
hydrolyseerd, wordt het flament minder stabiel waardoor deze uit elkeaar valt. Actne reguleert zo
zijn eigen afraake. Binding aan GDP-actne van GTP-actne gaat moeilijke. De pluskeant is het makekeelijke
om actne toe te voegen. Aan de minkeant is het moeilijke om actne toe te voegen en er af te halen.
Polymerisate aan de pluskeant, depolarisate aan de minkeant treadmilling. De concentrate ATP in
de cel is ten keeer zo hoog als de concentrate ADP.
Thymosine bindt aan actne monomeren. Dit zorgt ervoor dat de actne monomeren niet mee
keunnen doen met de polymerisate. Profline bindt aan actne monomeren…
Pagina | 1