Inzicht/ analyse/ toepassing
1. Geef een uiteenzetting over het verschil tussen een federale staat (bondsstaat) en een
gedecentraliseerde eenheidsstaat.
In een federale staat zorgt de Grondwet ervoor dat bepaalde bevoegdheden alleen door – organen
van - de deelstaten mogen worden uitgeoefend. Zo is in Duitsland onderwijs en cultuur in
belangrijke mate een zaak van de deelstaten; in de VS geldt dat voor het strafrecht. Indien de
federale wetgever deze zaken zou gaan regelen, zou dat in strijd met de Grondwet zijn.
In een gedecentraliseerde eenheidsstaat zijn er wel lagere overheden, maar is de nationale wetgever
in beginsel bevoegd ieder onderwerp te regelen; er bestaan niet van dergelijke, door de Grondwet
aan de lagere niveaus voorbehouden, bevoegdheden.
2a. Vroeger was het gemeentelijke bestel monistisch van aard. Wat wordt daarmee bedoeld?
Er was één hoofdorgaan, de raad, waar met name de wethouders ook niet los van stonden.
Wethouders werden gekozen door en uit de raad en bleven ook lid van de raad. Dit is voor controle
niet prettig. Je zou dan eigenlijk je eigen bestuur controleren.
2b. Vanaf 2002 is het gemeentelijk bestel gedualiseerd. Daarmee is het meer gaan lijken op het
nationale Nederlandse bestel. Leg dat uit.
Een dualistische structuur gaat uit van een scheiding van wat betreft de bevoegdheden van hun
organen en de samenstelling. Iemand kan niet meer en in de gemeenteraad zitten en in het College
van B&W.
Wethouders worden nog wel door de raad benoemd (art. 35 lid 1 Gemeentewet) maar niet (alleen)
uit de raad; wethouders kunnen geen lid van de raad zijn/blijven (art. 13 lid 1 sub l Gemeentewet);
grotere scheiding van bevoegdheden tussen raad en andere organen.
2c. De benoeming van de burgemeester kan als een dualistisch element van het gemeentelijk
bestel worden gezien. Leg dat uit.
Bij KB benoemd ex art. 131 GW jo art. 61 Gemeentewet dus juist geheel onafhankelijk.
2d. Welke invloed heeft de gemeenteraad op de benoeming van een burgmeester?
Invloed raad op benoeming (art. 61 lid 2 en volgende Gemeentewet); mogelijkheid raad om
aanbeveling tot ontslag te doen (art. 61 b lid 2 Gemeentewet).
3a. Waarin verschilt de vertrouwensnorm die bestaat tussen gemeenteraad en wethouder van
de vertrouwensregel tussen parlement en minister?
Ongeschreven (t.a.v. minister) versus geschreven (art. 49 Gemeentewet);
, Verplicht ontslag aan te bieden (minister) omdat TK niet kan ontslaan, versus gemeenteraad kan
ontslaan.
3b. Bestaat er tussen raad en burgemeester ook een vertrouwensnorm?
Er is geen vertrouwensregel tussen burgemeester en de raad. De raad kan wel een aanbeveling tot
ontslag zenden aan de Minister ex art. 61b lid 2 Gemeentewet
4a. Waarom denkt u dat de openbare orde bevoegdheden zijn toegekend aan de
burgemeester, en niet aan de raad of het college?
De burgermeester moet in zijn eentje hele snelle beslissingen nemen, dit duurt veel langer als het
door de raad of college van B&W moet worden gedaan. Burgermeester is bij koninklijk besluit
benoemd en is daardoor een betrouwbare figuur.
4b. Lees en vergelijk artikel 172, tweede en derde lid Gemeentewet. Welke verschillen
constateert u? Waarom kan men zeggen dat de bevoegdheid in het tweede lid meer in lijn is
met het legaliteitsbeginsel dan die in het derde lid?
Verschillen tussen lid 2 en lid 3 is dat er in lid 2 gesproken wordt over een wettelijk voorschrift en
in lid 3 niet. Lid 2 is meer in overeenstemming met legaliteitsbeginsel, omdat de burgermeester
daarbij handelt vanuit een wettelijke grondslag. Bij lid 3 is dat vanuit eigen inzicht, zonder dat hij
daarbij gebruikt maakt van een wettelijke grondslag. Lid 3 is veel vager (open norm) zonder
specifieke bevoegdheden. Bij lid 2 bestaat het optreden van de burgemeester uit het handhaven van
deze regels.
5. Betoog dat het (on)wenselijk is dat de burgemeester door de bevolking wordt gekozen.
Betrek in uw betoog de verhouding tussen de burgemeester en de wethouders en de raad.
6. In art. 149 Gemeentewet staan de woorden ‘die hij in het belang van de gemeente nodig
oordeelt’. Wil dat zeggen dat alleen de gemeenteraad en niet de rechter mag oordelen over de
vraag of een bepaalde verordening een gemeentelijk belang dient?
Nee, ook de rechter mag toetsen of een bepaalde verordening een gemeentelijk belang dient, als het
bijvoorbeeld in de privésfeer van de burger treedt. HR Wilnisser Visser.
7a. Een gemeentelijke verordening verbiedt het exploiteren van campings zonder vergunning.
Enkele jaren later komt er een provinciale verordening tot stand die eveneens het exploiteren
van een camping zonder vergunning verbiedt. Kan de gemeentelijke verordening nog worden
toegepast?
De materie van beide regelingen is hetzelfde (exploiteren van campings). Indien het motief (niets
over bekend) ook hetzelfde is, is het onderwerp hetzelfde (HR Emmense Baliekluivers arrest). In
(2)