Hoofdstuk 4 breuken
Verschijningsvorm Een andere manier van het gebruik van een domein.
Deel van een geheel Bijv. : ¼ deel van een taart of ½ deel van een cake.
Deel van hoeveelheid Bijv. : ¾ van het stadion met 2000 plaatsen is verkocht.
Eerlijk delen Bijv. : 2 stokbroden delen met z’n drieën, het is iets wat
redelijk eerlijk verdeeld kan worden.
Deling Een breuk kan ook een deling zijn, ½ is de helf van iets
ofewel 1 : 2
Bewerking Een breuk kan een getal en een bewerking zijn, dat er ook
mee gedeeld kan worden en een verhouding kan zijn.
Meetgetal Een breuk kan ook voorkomen als meetgetal: half uur,
anderhalve meter.
Maat Een half bakje kofe kan een maat aanduiden.
Verhouding Een breuk kan ook voorkomen als verhouding, ‘twee derde
van de speeltuinen in Nederland is onveilig’.
Rekengetal Ook een verschijningsvorm van de breuk; maar dan als
formeel getal, zonder context of model.
Punt op de getallenlijn Dit kan een vorm zijn van een breuk als rekengetal. Er is
dan een getallenlijn waaraan je de breuk moet koppelen.
Ratonaal getal Het quotënt van 2 hele getallen ggeen 0 gebruiken,,
ofewel de uitkomst van 2 : 3
Quotënt Uitkomst van een deling
Verhoudingsgetal Er is een verhouding tussen de noemer en de teller.
Gelijkwaardig getal Hierbij is de waarde altjd hetzelfde.
Bijv. : ½ is hetzelfde als 3/6 of 5/10. De waarde blijf de
helf.
Gelijknamig getal Hierbij is de noemer hetzelfde.
Bijv. : ¼ en ¾ , die 4 zegt dat ze gelijknamig zijn.
Vereenvoudigen Dit kan door teller en noemer te delen door hetzelfde getal
Bijv. : 50/100 wordt dan 25/50 enzovoort.
Grootste gemene deler gGGD, Door teller en noemer beide te delen door de GGD krijg je
in 1 stap een breuk die niet verder te vereenvoudigen is.
Bijv. van 100 en 50 is de GGD 50, beide kunnen niet
vereenvoudigd meer worden.
Ongelijknamige breuken Deze hebben niet dezelfde noemer.
Bijv. 5/6 en 3/8
Kleinste gemene veelvoud gKGV, De kleinste noemer wordt hiermee berekend.
Conceptueel niveau Welke betekenis wordt er toegekend aan begrippen zoals
breuken en kommagetallen.
Notate Hoe iets wordt opgeschreven.
Echte breuk Breuken kleiner dan 1.
Bijv. 2/3 of 3/7
Stambreuk Echte breuken met als teller 1.
Bijv. ¼ of 1/50.
Gemengd getal Breuken groter dan 1.
Bijv. 2 ½
Onechte breuk Niet-vereenvoudigde gemende getallen.
Bijv. 19/6 of 3/1
Samengestelde breuk Een breuk waarvan de teller en de noemer zelf ook een