Samenvatting hoofdstuk 11 - Ziekteverschijnselen vanuit de longen en de
luchtwegen
Boek: Pathologie
Blz. 305 t/m 318
11.1 - Inleiding
Bovenste luchtwegen: Onderste luchtwegen
- Neus - Larynx (strottenhoofd)
- Sinussen (neusbijholtes) - Trachea (luchtpijp)
- Mond - Hoofdbronchiën
- Pharyx (keelholte) - Bronchiën (grote luchtpijptak)
- Bronchioli (kleinere luchtpijptak)
- Alveoli (longblaasjes)
- Longweefsel
- Pleuravliezen (longvliezen)
11.2 - Klachten vanuit de bovenste luchtwegen
Verstopte neus, loopneus (rhinorroe, neusuitvloed, waterige/sereus, muceus of
geelgroen gekleurd, niesbuiten en vaak jeuk aan de neus
11.2.1 - Neusklachten
Rhinitis (ontsteking van het neusslijmvlies).
Gewone neusverkoudheid (coryza). Wordt meestal veroorzaakt door het rhinovirus,
maar ook het adenovirus
De aanleg voor een allergie is overgeërfd.
De allergische reactie verloopt volgens het type I, waarbij IgE-antilichamen een rol
spelen.
Neusklachten door een niet-allergische prikkel (aspecifiek) noemen we een
vasomotore rhinitis.
Neusklachten als gevolg van een allergische prikkels is er sprake van een allergische
rhinitis.
Jeuk is een gevolg van bij de allergische reactie vrijkomende histamine, bradykinines
en prostaglandinen.
Bij neusdruppels of neusspray moet er gewaakt worden voor langdurig (niet langer
dan een week) gebruik, omdat anders het slijmvlies beschadigd kan raken.
Personen met een allergische rhinitis of een rhinitis vasomotorisch kampen vaak met
een sinusitis. (Bijholteontsteking).
Verschijnselen die een sinusitis vergezellen zijn:
(Druk) pijn in het aangezicht op de plek van de aangedane neusbijholte.
Soms plotseling een vieze uitvloed van de neus.
Koorts en hoofdpijn
Foetor ex ore (vies ruiken uit de mond)
11.3 - Klachten van uit de onderste luchtwegen
Specifieke verschijnselen: heesheid, hoesten, opgeven van sputum en
piepende/brommende geluiden.
Zowel specifieke als niet-specifiek: dyspnoe, verandering in ademfrequentie en diepte
van de ademhaling en pijn.
luchtwegen
Boek: Pathologie
Blz. 305 t/m 318
11.1 - Inleiding
Bovenste luchtwegen: Onderste luchtwegen
- Neus - Larynx (strottenhoofd)
- Sinussen (neusbijholtes) - Trachea (luchtpijp)
- Mond - Hoofdbronchiën
- Pharyx (keelholte) - Bronchiën (grote luchtpijptak)
- Bronchioli (kleinere luchtpijptak)
- Alveoli (longblaasjes)
- Longweefsel
- Pleuravliezen (longvliezen)
11.2 - Klachten vanuit de bovenste luchtwegen
Verstopte neus, loopneus (rhinorroe, neusuitvloed, waterige/sereus, muceus of
geelgroen gekleurd, niesbuiten en vaak jeuk aan de neus
11.2.1 - Neusklachten
Rhinitis (ontsteking van het neusslijmvlies).
Gewone neusverkoudheid (coryza). Wordt meestal veroorzaakt door het rhinovirus,
maar ook het adenovirus
De aanleg voor een allergie is overgeërfd.
De allergische reactie verloopt volgens het type I, waarbij IgE-antilichamen een rol
spelen.
Neusklachten door een niet-allergische prikkel (aspecifiek) noemen we een
vasomotore rhinitis.
Neusklachten als gevolg van een allergische prikkels is er sprake van een allergische
rhinitis.
Jeuk is een gevolg van bij de allergische reactie vrijkomende histamine, bradykinines
en prostaglandinen.
Bij neusdruppels of neusspray moet er gewaakt worden voor langdurig (niet langer
dan een week) gebruik, omdat anders het slijmvlies beschadigd kan raken.
Personen met een allergische rhinitis of een rhinitis vasomotorisch kampen vaak met
een sinusitis. (Bijholteontsteking).
Verschijnselen die een sinusitis vergezellen zijn:
(Druk) pijn in het aangezicht op de plek van de aangedane neusbijholte.
Soms plotseling een vieze uitvloed van de neus.
Koorts en hoofdpijn
Foetor ex ore (vies ruiken uit de mond)
11.3 - Klachten van uit de onderste luchtwegen
Specifieke verschijnselen: heesheid, hoesten, opgeven van sputum en
piepende/brommende geluiden.
Zowel specifieke als niet-specifiek: dyspnoe, verandering in ademfrequentie en diepte
van de ademhaling en pijn.