Samenvatting Hoofdstuk 3 – Actief luisteren
Boek: verpleegkundige als communicator
Blz. 59 t/m 82
Het doel van actief luisteren is dat je in staat bent:
De regie in handen te houden; je leidt wel degelijk het gesprek.
Ervoor zorgen dat je relevante informatie krijgt.
De patiënt te ondersteunen als deze een emotioneel beladen probleem heeft, om zijn
emoties, belevingen en/of behoeften te herkennen, zodat ze niet langer blokkerend
werken voor het ziekteproces of herstel.
Veelvoorkomende gespreksfouten te omzeilen.
3.1 – Aandachtgevend gedrag
Doel: De patiënt wordt uitgenodigd om te vertellen hoe hij zijn ziekte en wat daaruit
voorkomt, ervaart.
Aandachtgevende gedrag is een voorwaarde voor de patiënt om zijn verhaal te
kunnen doen.
Dit gedrag omvat een aantal facetten, zoals:
Oogcontact
- Schuine gespreksopstelling, waarbij je in een hoek van 90 graden met de patiënt
communiceert.
Lichaamshouding
- Gelijke hoogte begeven als de patiënt.
- Erbij gaan zitten, als je echt een gesprek wilt.
- Knikken met het hoofd ter bevestiging, zorgen voor een open houding (niet met
armen over elkaar) en zorgen voor een professionele afstand (niet te dichtbij, te
ver weg gaan zitten).
- Neutrale aanraking. Bijvoorbeeld de schouder.
Stiltes en kleine verbalen aanmoedigingen.
- Het is de kunst om aan te voelen of de stilte nemen is omdat de patiënt aan het
zoeken is naar de beste formulering Of omdat er een stilte valt omdat datgene
wat de patiënt te vertellen heeft het emotioneel belaadt.
Het stellen van vragen
- Dit is een van de essentiële onderdelen van het professionele gedrag van de
verpleegkundige.
- Open vragen: de ander wordt uitgenodigd om antwoord te teven op de vraag.
- Gesloten vragen: het kan functioneel zijn om houvast te bieden bij patiënten die
hun gedachten of niet goed kunnen ordenen of patiënten die moeite hebben om
uit hun woorden te komen.
- Doorvragen of explorerende vragen (intern en extern): Datgene wat de patiënt
vertelt, te verduidelijken.
- Waarom-vragen: is geen doorvraag.
- Suggestieve vragen: Er is geen sprake van suggestieve vragen wanneer deze
vragen gebaseerd zijn op een klinische blik, zoals bij ‘Ziet u ertegen op? (wanneer
de patiënt angstig kijkt? Of ‘Hebt u slecht geslapen’ (als de patiënt vermoeid eruit
ziet).
Boek: verpleegkundige als communicator
Blz. 59 t/m 82
Het doel van actief luisteren is dat je in staat bent:
De regie in handen te houden; je leidt wel degelijk het gesprek.
Ervoor zorgen dat je relevante informatie krijgt.
De patiënt te ondersteunen als deze een emotioneel beladen probleem heeft, om zijn
emoties, belevingen en/of behoeften te herkennen, zodat ze niet langer blokkerend
werken voor het ziekteproces of herstel.
Veelvoorkomende gespreksfouten te omzeilen.
3.1 – Aandachtgevend gedrag
Doel: De patiënt wordt uitgenodigd om te vertellen hoe hij zijn ziekte en wat daaruit
voorkomt, ervaart.
Aandachtgevende gedrag is een voorwaarde voor de patiënt om zijn verhaal te
kunnen doen.
Dit gedrag omvat een aantal facetten, zoals:
Oogcontact
- Schuine gespreksopstelling, waarbij je in een hoek van 90 graden met de patiënt
communiceert.
Lichaamshouding
- Gelijke hoogte begeven als de patiënt.
- Erbij gaan zitten, als je echt een gesprek wilt.
- Knikken met het hoofd ter bevestiging, zorgen voor een open houding (niet met
armen over elkaar) en zorgen voor een professionele afstand (niet te dichtbij, te
ver weg gaan zitten).
- Neutrale aanraking. Bijvoorbeeld de schouder.
Stiltes en kleine verbalen aanmoedigingen.
- Het is de kunst om aan te voelen of de stilte nemen is omdat de patiënt aan het
zoeken is naar de beste formulering Of omdat er een stilte valt omdat datgene
wat de patiënt te vertellen heeft het emotioneel belaadt.
Het stellen van vragen
- Dit is een van de essentiële onderdelen van het professionele gedrag van de
verpleegkundige.
- Open vragen: de ander wordt uitgenodigd om antwoord te teven op de vraag.
- Gesloten vragen: het kan functioneel zijn om houvast te bieden bij patiënten die
hun gedachten of niet goed kunnen ordenen of patiënten die moeite hebben om
uit hun woorden te komen.
- Doorvragen of explorerende vragen (intern en extern): Datgene wat de patiënt
vertelt, te verduidelijken.
- Waarom-vragen: is geen doorvraag.
- Suggestieve vragen: Er is geen sprake van suggestieve vragen wanneer deze
vragen gebaseerd zijn op een klinische blik, zoals bij ‘Ziet u ertegen op? (wanneer
de patiënt angstig kijkt? Of ‘Hebt u slecht geslapen’ (als de patiënt vermoeid eruit
ziet).