Samenvatting hoofdstuk 15 – Autisme spectrum stoornis
Boek: Leerboek psychiatrie voor verpleegkundige
Bladzijden: 367 t/m 383
15.1 - Autismespectrumstoornis (ASS)
15.2 - Historische achtergrond
Extreme autistic aloneness, afwijkend taalgedrag met echolalie (het onwillekeurig
herhalen van zelf of door andere gesproken tekst).
Letterlijk: interpreteren, onvermogen om taal te gebruiken in communicatie, monotoon
en repeterend gedrag met een angstig, obsessief verlangen om alles hetzelfde te
houden.
15.3 - Diagnostiek
15.3.1 - Classificatie van autismespectrumstoornissen
ASS is een aangeboren stoornis die beperkingen leveren in allerlei gradaties tijdens
alle levensfasen en op alle levensterreinen.
ASS heeft zowel invloed op het persoonlijk als op het maatschappelijk functioneren.
15.3.2 - Criteria van een autismespectrumstoornis: van DSM-IV naar DSM-5
De classificatiecriteria zijn teruggebracht van gedragssymptomen in twee
verschillende domeinen:
- Tekorten in sociale communicatie en interactie enerzijds en beperkt.
- Repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten anderzijds.
Ernstniveau 1: (ondersteuning vereist) geeft aan dat de symptomen merkbaar
beperkingen met zich meebrengen die echter met goede ondersteuning grotendeels
kunnen worden ondervangen.
Ernstniveau 2: (substantiële ondersteuning vereist) blijven de beperkingen duidelijk
zichtbaar ook al is er sprake van ondersteuning.
Ernstniveau 3: (zeer substantiële ondersteuning vereist) is zo ernstig dat het
functioneren op alle levensgebieden ernstig beperkt is en er langdurige en intensieve
begeleiding en/of behandeling nodig is.
Beperkingen in de sociale communicatie en interactie
Moeite met een gesprek te beginnen en te onderhouden.
Soms sprake van eigenaardige taal- of woordgebruik.
Grapjes en taal worden vaak letterlijk genomen.
Een indirecte boodschap (waar een emotie of bedoeling uit spreekt) worden door
mensen met ASS vaak niet opgemerkt.
Zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten.
Mensen met ASS klampen zich vaak (angstvallig) vast aan bepaalde gewoonten,
volgorde van handelingen, vaste routines en starre patronen.
Er is sprake van rigide denkpatronen die bescherming bieden tegen veel prikkels.
Deze helpen om de verwarrende en beangstigende buitenwereld controleerbaar te
maken.
Ook niet-functionele gewoontes en stereotiepe bewegen komen vaak voor.
Informatieverwerking- en integratieproblemen
Overgevoeligheid voor bepaalde prikkels, trage informatieverwerking, moeite met het
verwerken van non-verbale informatie, moeite met schakelen van de ene naar de
andere situatie.
Boek: Leerboek psychiatrie voor verpleegkundige
Bladzijden: 367 t/m 383
15.1 - Autismespectrumstoornis (ASS)
15.2 - Historische achtergrond
Extreme autistic aloneness, afwijkend taalgedrag met echolalie (het onwillekeurig
herhalen van zelf of door andere gesproken tekst).
Letterlijk: interpreteren, onvermogen om taal te gebruiken in communicatie, monotoon
en repeterend gedrag met een angstig, obsessief verlangen om alles hetzelfde te
houden.
15.3 - Diagnostiek
15.3.1 - Classificatie van autismespectrumstoornissen
ASS is een aangeboren stoornis die beperkingen leveren in allerlei gradaties tijdens
alle levensfasen en op alle levensterreinen.
ASS heeft zowel invloed op het persoonlijk als op het maatschappelijk functioneren.
15.3.2 - Criteria van een autismespectrumstoornis: van DSM-IV naar DSM-5
De classificatiecriteria zijn teruggebracht van gedragssymptomen in twee
verschillende domeinen:
- Tekorten in sociale communicatie en interactie enerzijds en beperkt.
- Repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten anderzijds.
Ernstniveau 1: (ondersteuning vereist) geeft aan dat de symptomen merkbaar
beperkingen met zich meebrengen die echter met goede ondersteuning grotendeels
kunnen worden ondervangen.
Ernstniveau 2: (substantiële ondersteuning vereist) blijven de beperkingen duidelijk
zichtbaar ook al is er sprake van ondersteuning.
Ernstniveau 3: (zeer substantiële ondersteuning vereist) is zo ernstig dat het
functioneren op alle levensgebieden ernstig beperkt is en er langdurige en intensieve
begeleiding en/of behandeling nodig is.
Beperkingen in de sociale communicatie en interactie
Moeite met een gesprek te beginnen en te onderhouden.
Soms sprake van eigenaardige taal- of woordgebruik.
Grapjes en taal worden vaak letterlijk genomen.
Een indirecte boodschap (waar een emotie of bedoeling uit spreekt) worden door
mensen met ASS vaak niet opgemerkt.
Zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten.
Mensen met ASS klampen zich vaak (angstvallig) vast aan bepaalde gewoonten,
volgorde van handelingen, vaste routines en starre patronen.
Er is sprake van rigide denkpatronen die bescherming bieden tegen veel prikkels.
Deze helpen om de verwarrende en beangstigende buitenwereld controleerbaar te
maken.
Ook niet-functionele gewoontes en stereotiepe bewegen komen vaak voor.
Informatieverwerking- en integratieproblemen
Overgevoeligheid voor bepaalde prikkels, trage informatieverwerking, moeite met het
verwerken van non-verbale informatie, moeite met schakelen van de ene naar de
andere situatie.