Samenvatting Hoofdstuk 1 - Onderwerp en probleemstelling
Boek: Onderzoek in de gezondheidszorg
Blz: 13 t/m 27
1.1 - Een onderwerp kiezen
Een onderwerp voor onderzoek komt voort uit een onduidelijkheid of knelpunt in de
praktijkvorming.
Zodra je een onderwerp voor een onderzoek op het oog hebt, voer je eerst een verkenning
uit. Daarna baken je het onderwerp verder af. Bij de eerste verkenning van een onderwerp
beantwoord je de volgende vragen:
Pas het onderwerp binnen het onderzoekskader van het vakgebied of de opleiding?
Is het onderwerp geschikt om te onderzoeken met de gegevens randvoorwaarden?
Randvoorwaarden zijn: beschikbare gegevens, tijd, budget, begeleiding,
onderzoekspopulatie.
Is het onderwerp - theoretisch of maatschappelijk - relevant?
Wie heeft er belang bij dat dit onderzoek gedaan wordt?
Wat is er bekend over het onderwerp? Is er al een bestaande theorie?
- Is er al eerder onderzoek gedaan waarop je kunt voortbouwen?
Is onderzoek naar het onderwerp ethisch verantwoord?
Inperken: bij het inperken van een onderwerp maak je een aantal keuzes.
1. Je bepaalt in de algemene disciplines waarbinnen je het onderzoek uitvoert.
2. Welke aspecten van het onderwerp je gaat onderzoeken.
3. Op basis van bestaande onderzoeken en theorieën besluit je of je het onderwerp
nog ver moet inperken.
1.2 - Probleemstelling
Korte schets maken van de situatie, het probleem of de onduidelijkheid die in dit
onderzoek centraal staat.
Vaak vormt een klinisch probleem de aanleiding voor je onderzoek.
Vier domeinen:
Etiologie: bij etiologie staat de vraag naar de oorzaken of determinanten
(risicofactoren of risico-indicatoren) van een aandoening centraal. Ook bijwerkingen
als gevolg van een behandelingen kunnen hieronder vallen.
Diagnose: Bij diagnose richt je op de verschijnselen die een indicatie of
voorspelling geven van de aanwezigheid van een bepaalde aandoening.
Prognose: Bij prognose bestudeer je de factoren die van invloed zijn op het
verdere beloop van de ziekte (prognostische factoren).
Therapie: Bij therapie bekijk je de effectiviteit van een therapeutische interventie of
behandeling, of richt je je op de effectiviteit van een interventie om het ontstaan van
het ziekten te voorkomen (preventie).
Bij het formuleren van de probleemstelling stel je jezelf de volgende vragen?
Wat is het probleem of de situatie waarover je uitspraken wilt doen?
Wat is de aanleiding om hier onderzoek naar te doen?
Hoe groot is het probleem of hoe vaak komt de situatie voor?
Wie zijn er bij het probleem of situatie betrokken?
Op welke manier kan onderzoek bijdragen aan het oplossen van het probleem of het
veranderen van de situatie?
Boek: Onderzoek in de gezondheidszorg
Blz: 13 t/m 27
1.1 - Een onderwerp kiezen
Een onderwerp voor onderzoek komt voort uit een onduidelijkheid of knelpunt in de
praktijkvorming.
Zodra je een onderwerp voor een onderzoek op het oog hebt, voer je eerst een verkenning
uit. Daarna baken je het onderwerp verder af. Bij de eerste verkenning van een onderwerp
beantwoord je de volgende vragen:
Pas het onderwerp binnen het onderzoekskader van het vakgebied of de opleiding?
Is het onderwerp geschikt om te onderzoeken met de gegevens randvoorwaarden?
Randvoorwaarden zijn: beschikbare gegevens, tijd, budget, begeleiding,
onderzoekspopulatie.
Is het onderwerp - theoretisch of maatschappelijk - relevant?
Wie heeft er belang bij dat dit onderzoek gedaan wordt?
Wat is er bekend over het onderwerp? Is er al een bestaande theorie?
- Is er al eerder onderzoek gedaan waarop je kunt voortbouwen?
Is onderzoek naar het onderwerp ethisch verantwoord?
Inperken: bij het inperken van een onderwerp maak je een aantal keuzes.
1. Je bepaalt in de algemene disciplines waarbinnen je het onderzoek uitvoert.
2. Welke aspecten van het onderwerp je gaat onderzoeken.
3. Op basis van bestaande onderzoeken en theorieën besluit je of je het onderwerp
nog ver moet inperken.
1.2 - Probleemstelling
Korte schets maken van de situatie, het probleem of de onduidelijkheid die in dit
onderzoek centraal staat.
Vaak vormt een klinisch probleem de aanleiding voor je onderzoek.
Vier domeinen:
Etiologie: bij etiologie staat de vraag naar de oorzaken of determinanten
(risicofactoren of risico-indicatoren) van een aandoening centraal. Ook bijwerkingen
als gevolg van een behandelingen kunnen hieronder vallen.
Diagnose: Bij diagnose richt je op de verschijnselen die een indicatie of
voorspelling geven van de aanwezigheid van een bepaalde aandoening.
Prognose: Bij prognose bestudeer je de factoren die van invloed zijn op het
verdere beloop van de ziekte (prognostische factoren).
Therapie: Bij therapie bekijk je de effectiviteit van een therapeutische interventie of
behandeling, of richt je je op de effectiviteit van een interventie om het ontstaan van
het ziekten te voorkomen (preventie).
Bij het formuleren van de probleemstelling stel je jezelf de volgende vragen?
Wat is het probleem of de situatie waarover je uitspraken wilt doen?
Wat is de aanleiding om hier onderzoek naar te doen?
Hoe groot is het probleem of hoe vaak komt de situatie voor?
Wie zijn er bij het probleem of situatie betrokken?
Op welke manier kan onderzoek bijdragen aan het oplossen van het probleem of het
veranderen van de situatie?