Samenvatting hoofdstuk 5 – Rechten van patiënten
Boek: Praktisch gezondheidsrecht
Bladzijden: 137 – 163
5.1 – Patiëntenrecht
5.1.1 - Begrip (individueel) patiëntenrecht
‘Dat deel van het gezondheidsrecht dat zich speciaal bezighoudt met de rechten en
plichten van de mens, die enige vorm van gezondheidszorg ontvangt of moet
ontvangen, óf omdat hij ziek is óf om te voorkomen dat hij ziek wordt.
5.1.2 - Overheid en patiëntenrecht
5.1.3 - Wetgeving en patiëntenrecht
Wkkgz = Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
5.2 - Patiënten rechten in het Burgerlijke wetboek (WGBO)
Het recht op informatie
Het toestemminsvereiste
Het recht op inzage
Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
5.2.1 - Recht op informatie
Toestemming is alleen rechtsgeldig als de patiënt optimaal op de hoogte is van de
aard en de context van hetgeen te gebeuren staat.
Art 7:448 - Bij zijn informatieplicht laat de hulpverlener zich leiden door hetgeen dat
patiënt redelijk wijs moet weten over de aard en doel van het onderzoek of de
behandeling, over gevolgen, risico’s, eventuele alternatieven en vooruitzichten en
over gezondheidstoestand.
Op verzoek van de patiënt moet de informatie echter schriftelijk worden gegeven.
Ook al verlenen de ouders als zijn vertegenwoordigers toestemming voor de
behandeling, het kind moet wel geïnformeerd worden.
Als bepaalde inlichtingen voor de patiënt kennelijk ernstig nadeel zouden opleveren,
hoeft de hulpverlener deze niet aan de patiënt verstrekken. als het belang van de
patiënt dat vereist, moeten anderen, bijvoorbeeld naaste relaties of de
vertegenwoordiger, wél geïnformeerd worden.
Informatie moet niet aan de patiënt worden verstrekt als de patiënt een beroep doet
op zijn ‘recht op niet weten’. Leidt dit zwijgen echter tot een nadeel van de patiënt of
van anderen, groter dan het belang van de patiënt bij het niet weten, dan zal de
hulpverlener toch tot informeren moeten overgaan.
5.2.2 - Het toestemmingsvereiste
De hulpverlener die zonder de vereiste toestemming tot behandeling overgaat, kan
civiel-, straf- en /of tuchtrechtelijke aansprakelijk worden gesteld.
De hulpverlener moet desgevraagd schriftelijk vastleggen voor welke verrichtingen
van ingrijpende aard de patiënt toestemming heeft gegeven.
Informed consent = de informatieplicht en het stemmingsvereiste.
Uitzondering 1 - Als de behandeling niet van ingrijpende aard is, mag de
toestemming van de patiënt verondersteld worden.
Uitzondering 2 - Als de patiënt niet in staat is om toestemming te geven voor een
behandeling terwijl deze behandeling kennelijk nodig is om ernstig nadeel te
voorkomen. (als de situatie het weer toelaat, wordt op later tijdstip vervangende
toestemming gevraagd aan een van de volgende betrokken personen).
Als de vertegenwoordiger niet de belangen van de vertegenwoordigde patiënt
behartigd, hoeft de hulpverlener geen rekening te houden met de vertegenwoordiger.
Boek: Praktisch gezondheidsrecht
Bladzijden: 137 – 163
5.1 – Patiëntenrecht
5.1.1 - Begrip (individueel) patiëntenrecht
‘Dat deel van het gezondheidsrecht dat zich speciaal bezighoudt met de rechten en
plichten van de mens, die enige vorm van gezondheidszorg ontvangt of moet
ontvangen, óf omdat hij ziek is óf om te voorkomen dat hij ziek wordt.
5.1.2 - Overheid en patiëntenrecht
5.1.3 - Wetgeving en patiëntenrecht
Wkkgz = Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.
5.2 - Patiënten rechten in het Burgerlijke wetboek (WGBO)
Het recht op informatie
Het toestemminsvereiste
Het recht op inzage
Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
5.2.1 - Recht op informatie
Toestemming is alleen rechtsgeldig als de patiënt optimaal op de hoogte is van de
aard en de context van hetgeen te gebeuren staat.
Art 7:448 - Bij zijn informatieplicht laat de hulpverlener zich leiden door hetgeen dat
patiënt redelijk wijs moet weten over de aard en doel van het onderzoek of de
behandeling, over gevolgen, risico’s, eventuele alternatieven en vooruitzichten en
over gezondheidstoestand.
Op verzoek van de patiënt moet de informatie echter schriftelijk worden gegeven.
Ook al verlenen de ouders als zijn vertegenwoordigers toestemming voor de
behandeling, het kind moet wel geïnformeerd worden.
Als bepaalde inlichtingen voor de patiënt kennelijk ernstig nadeel zouden opleveren,
hoeft de hulpverlener deze niet aan de patiënt verstrekken. als het belang van de
patiënt dat vereist, moeten anderen, bijvoorbeeld naaste relaties of de
vertegenwoordiger, wél geïnformeerd worden.
Informatie moet niet aan de patiënt worden verstrekt als de patiënt een beroep doet
op zijn ‘recht op niet weten’. Leidt dit zwijgen echter tot een nadeel van de patiënt of
van anderen, groter dan het belang van de patiënt bij het niet weten, dan zal de
hulpverlener toch tot informeren moeten overgaan.
5.2.2 - Het toestemmingsvereiste
De hulpverlener die zonder de vereiste toestemming tot behandeling overgaat, kan
civiel-, straf- en /of tuchtrechtelijke aansprakelijk worden gesteld.
De hulpverlener moet desgevraagd schriftelijk vastleggen voor welke verrichtingen
van ingrijpende aard de patiënt toestemming heeft gegeven.
Informed consent = de informatieplicht en het stemmingsvereiste.
Uitzondering 1 - Als de behandeling niet van ingrijpende aard is, mag de
toestemming van de patiënt verondersteld worden.
Uitzondering 2 - Als de patiënt niet in staat is om toestemming te geven voor een
behandeling terwijl deze behandeling kennelijk nodig is om ernstig nadeel te
voorkomen. (als de situatie het weer toelaat, wordt op later tijdstip vervangende
toestemming gevraagd aan een van de volgende betrokken personen).
Als de vertegenwoordiger niet de belangen van de vertegenwoordigde patiënt
behartigd, hoeft de hulpverlener geen rekening te houden met de vertegenwoordiger.