Samenvatting Longcarcinoom
Boek: interne geneeskunde – hoofdstuk 7.7
Bladzijden: 261 t/m 268
7.7 – Longcarcinoom
Meeste voorkomende kanker
Leeftijd waarop longkanker zich het meest manifesteert ligt tussen de 60 en 75 jaar.
Heeft als regel een slechte prognose
De 5-jaarsoverleving is 0-10% afhankelijk van het type longkanker.
7.7.1 – Oorzaken
Polycyclische koolwaterstoffen (dus niet de nicotine) zoals die vooral in
sigarettenrook voorkomen, vormen de carcinogene stoffen.
Luchtverontreiniging (bijv. Stikstofoxide)
Beroepsfactoren (bijv. Asbest)
Andere longaandoeningen (Longfibrose, littekens in de longen en COPD)
Verminderd functioneren van de afweer. (bijv. Beschadigingen immuunapparaat).
7.7.2 – Typen
Niet-kleincellig carcinomen (non-small cell lung cancer, NSCLC)
Planocellulair (plaveiselcel) carcinoom
- Ontstaat in luchtwegepitheel dat eerst metaplastisch verandert het
trilhaarepitheel gaat over in plaveiselepitheel. (dekweefsel)
- Tumor bevindt zich centraal in de longen dus bij de hilus.
- Lokalisatie verslecht de prognose
- De tumor bereidt zich gelijkmatig naar de omgeving uit, bronchus wordt af en toe
afgesloten wat weer leidt tot een obstructiepneunomie.
- Dit soort longkanker komt vooral bij mannen voor.
Adenocarcinoom (klierweefsel)
- Deze kankervorm is meestal in de longperiferie gelokaliseerd en wordt daarvoor
vrijlaat ontdekt.
- Komt in verhouding vaker bij vrouwen voor.
- Kan op verschillende plaatsen in de long tegelijkertijd voorkomen en ook
interstitieel uitgroeien. (Tussen de structuren)
- Soms ontstaat bronchorrhoea (productie van >100 ml waterige sputum per dag)
Grootcellige bronchuscarcinoom
- Deze komen het vaakste voor: ongeveer 70% van alle longkaker hoort hiertoe.
Kleincellig carcinomen (small cell lung cancer, SCLC)
Oatcell-carcinoma
Betreft ongeveer 20% van alle longkankers.
Tumor kan zowel perifeer als centraal in de long gelokaliseerd zijn.
Groeit snel en metastaseert vroeg. Slechte prognose
Men heeft de indruk dat dit type vaker bij jongere patiënten voorkomt.
Duidelijke correctie met roken.
7.7.3 – symptomen
Longkanker kan lange tijd uitgroeien in het lucht houdende orgaan zonder veel
weefsels te verstoren waardoor klachten ontstaan.
Tumor perifeer ontstaan klachten laat.
Algemene malaise, anorexia en vermagering.
Boek: interne geneeskunde – hoofdstuk 7.7
Bladzijden: 261 t/m 268
7.7 – Longcarcinoom
Meeste voorkomende kanker
Leeftijd waarop longkanker zich het meest manifesteert ligt tussen de 60 en 75 jaar.
Heeft als regel een slechte prognose
De 5-jaarsoverleving is 0-10% afhankelijk van het type longkanker.
7.7.1 – Oorzaken
Polycyclische koolwaterstoffen (dus niet de nicotine) zoals die vooral in
sigarettenrook voorkomen, vormen de carcinogene stoffen.
Luchtverontreiniging (bijv. Stikstofoxide)
Beroepsfactoren (bijv. Asbest)
Andere longaandoeningen (Longfibrose, littekens in de longen en COPD)
Verminderd functioneren van de afweer. (bijv. Beschadigingen immuunapparaat).
7.7.2 – Typen
Niet-kleincellig carcinomen (non-small cell lung cancer, NSCLC)
Planocellulair (plaveiselcel) carcinoom
- Ontstaat in luchtwegepitheel dat eerst metaplastisch verandert het
trilhaarepitheel gaat over in plaveiselepitheel. (dekweefsel)
- Tumor bevindt zich centraal in de longen dus bij de hilus.
- Lokalisatie verslecht de prognose
- De tumor bereidt zich gelijkmatig naar de omgeving uit, bronchus wordt af en toe
afgesloten wat weer leidt tot een obstructiepneunomie.
- Dit soort longkanker komt vooral bij mannen voor.
Adenocarcinoom (klierweefsel)
- Deze kankervorm is meestal in de longperiferie gelokaliseerd en wordt daarvoor
vrijlaat ontdekt.
- Komt in verhouding vaker bij vrouwen voor.
- Kan op verschillende plaatsen in de long tegelijkertijd voorkomen en ook
interstitieel uitgroeien. (Tussen de structuren)
- Soms ontstaat bronchorrhoea (productie van >100 ml waterige sputum per dag)
Grootcellige bronchuscarcinoom
- Deze komen het vaakste voor: ongeveer 70% van alle longkaker hoort hiertoe.
Kleincellig carcinomen (small cell lung cancer, SCLC)
Oatcell-carcinoma
Betreft ongeveer 20% van alle longkankers.
Tumor kan zowel perifeer als centraal in de long gelokaliseerd zijn.
Groeit snel en metastaseert vroeg. Slechte prognose
Men heeft de indruk dat dit type vaker bij jongere patiënten voorkomt.
Duidelijke correctie met roken.
7.7.3 – symptomen
Longkanker kan lange tijd uitgroeien in het lucht houdende orgaan zonder veel
weefsels te verstoren waardoor klachten ontstaan.
Tumor perifeer ontstaan klachten laat.
Algemene malaise, anorexia en vermagering.