Algemene uitleg over het Abell model
Aan de hand van het Abell model kan een afbakening van een werkterrein van een bedrijf
worden gemaakt. Dit gebeurt op basis van 3 assen.
- Technologieën
- Behoeften
- Afnemers
Abell model – behoeften
Alle behoeften die relevant zijn voor een bedrijf moeten in kaart worden gebracht. Er moet
worden bepaald in welke productgroep het product valt.
Voorbeelden van behoeften frisdrank:
- Lest dorst
- Lekker
- Niet ongezond
- Goedkoop
Abell model – technologieën
Hoe voldoet een bedrijf aan de bepaalde behoeften uit de markt? Het woord technologieën
moet je hier breed opvatten.
Voorbeeld van technologieën frisdrank:
- Er wordt koolzuur toegevoegd. Hierdoor is de drank meer dorstlessend
- Er wordt maandelijks onderzoek uitgevoerd naar de optimale smaak
- Er is een lightversie geïntroduceerd
Margot van de Velde – Samenvatting economie 2 – ENT1
,Abell model – afnemers
Het is belangrijk dat er correcte afnemersgroepen zijn opgesteld. Wanneer er bepaald is
welke segmenten er zijn, kan er ook bepaald worden op welke groep men zich momenteel
(vooral) richt.
Voorbeeld:
- Eindgebruiker
- Supermarkt
H2. HET 5 KRACHTENMODEL VAN PORTER
Algemene uitleg over het 5 krachtenmodel van Porter
Met dit model kun je de competitiviteit van een industrie bepalen. Hoe competitiever een
industrie is, hoe minder aantrekkelijk hij is (om toe te treden). Het model kan gebruikt worden
door bedrijven die zich in een nieuwe markt willen vestigen of door bedrijven die naar de
positie in de huidige markt willen kijken.
Het 5 krachten model bestaat uit 5 verschillende forces:
1. Gevaar van nieuwe concurrenten
2. Gevaar van substituten
3. Onderhandelingskracht van de kopers (afnemers)
4. Onderhandelingskracht van leveranciers
5. Huidige concurrentie binnen de industrie
Margot van de Velde – Samenvatting economie 2 – ENT1
, 5 krachtenmodel – huidige concurrenten
Het is belangrijk om te kijken welke directe concurrenten er al op de markt actief zijn:
- Hoeveel concurrenten zijn er?
- Hoe groot zijn de concurrenten?
- Hoe snel groeit de industrie?
- Hoe is de verhouding vaste kosten t.o.v. vaste kosten?
- Wat zijn de barrières om je uit de markt terug te trekken?
5 krachtenmodel – substituten
Substituten of complementaire goederen kunnen de vraag naar een product veranderen. Het
spreekt voor zich dat indien er veel substituten zijn of ontwikkeld kunnen worden, de
industrie minder aantrekkelijk is.
5 krachtenmodel – leveranciers
Wanneer een bedrijf veel keuze heeft aan leveranciers, kunnen zij goedkoper inkopen.
Wanneer een leverancier een schaars goed verkoopt, heeft hij meer macht. Het is minder
aantrekkelijk om toe te treden in een markt waar leveranciers veel macht hebben.
5 krachtenmodel – afnemers
In de auto-industrie hebben de afnemers heel veel macht. Er is namelijk een beperkt aantal
producenten. Omdat de markt heel groot is, zal een toeleverancier van onderdelen direct
veel omzet draaien. De toeleveranciers zijn compleet afhankelijk van de autofabrikant,
waardoor zij weinig onderhandelingskracht hebben. De marges van de toeleveranciers zijn
daarom laag.
5 krachtenmodel – nieuwe concurrenten
Bij dit onderdeel vraag je jezelf af of het makkelijk is om de markt te betreden. Zijn er veel
barrières (zoals hoge opstartkosten, of veel bescherming door patenten) om toe te treden?
Margot van de Velde – Samenvatting economie 2 – ENT1