Samenvatting H1 – Crisismanagement
4.1 Noodorganisaties: nut en nadelen
In het hoogste niveau, het strategisch niveau, worden de lijnen uitgezet, prioriteiten gesteld en wordt
bepaald welke doelen moeten worden nagestreefd.
Op het tactisch niveau wordt deze strategie vertaald naar een concreet plan van aanpak, dat op het
derde operationeel niveau wordt uitgevoerd.
De verschuiving naar een meer geconcentreerde verantwoordelijkheid of macht wordt de
centralisatiethese genoemd.
De bureaucratie wordt in noodorganisaties losgelaten, met alle risico’s van dien. Er wordt een
slagvaardige organisatie gecreëerd, waarin snel grote besluiten kunnen worden genomen, maar
waarin weinig controle en correctiemogelijkheden bestaan.
Bovendien is een nood- of crisisorganisatie in het dagelijks leven een slapende organisatie, waarvan
vaak maar weinig bekend is en weinig ervaring mee is.
4.2 Operationele hulpverleningsorganisatie
Brandweer (de rode kolom): is operationeel verantwoordelijk bij hulpverlening tijdens branden en
ongevallen. Verder nemen zij deel aan de veiligheidsketen tijdens de fases: proactie, preventie en
preparatie.
Politie (blauwe kolom): treedt op bij ongevallen en rampen. De taak is vooral regulerend.
Medische hulpverlening (witte kolom): is de ambulancedienst, per regio wordt de ambulancezorg aan
één partij toegewezen, de zogenoemde regionale ambulance voorziening (RAV), zij richten zich vooral
op kleine opgevallen en medische spoedsituaties. Bij grote spoedorganisaties bestaat de GHOR. De
GHOR coördineert de gehele organisatie voor medische hulpverlening bij rampen en crises. Bij echt
grote incidenten wordt uitgebreid naar de Geneeskundige Bijstand (GGB).
Bevolkingszorg (oranje kolom): wordt verzorgd vanuit de gemeente en zijn vooral uitvoerend
betrokken bij het onderwerp bevolkingszorg. Hun taken liggen op het gebied van het geven van
4.1 Noodorganisaties: nut en nadelen
In het hoogste niveau, het strategisch niveau, worden de lijnen uitgezet, prioriteiten gesteld en wordt
bepaald welke doelen moeten worden nagestreefd.
Op het tactisch niveau wordt deze strategie vertaald naar een concreet plan van aanpak, dat op het
derde operationeel niveau wordt uitgevoerd.
De verschuiving naar een meer geconcentreerde verantwoordelijkheid of macht wordt de
centralisatiethese genoemd.
De bureaucratie wordt in noodorganisaties losgelaten, met alle risico’s van dien. Er wordt een
slagvaardige organisatie gecreëerd, waarin snel grote besluiten kunnen worden genomen, maar
waarin weinig controle en correctiemogelijkheden bestaan.
Bovendien is een nood- of crisisorganisatie in het dagelijks leven een slapende organisatie, waarvan
vaak maar weinig bekend is en weinig ervaring mee is.
4.2 Operationele hulpverleningsorganisatie
Brandweer (de rode kolom): is operationeel verantwoordelijk bij hulpverlening tijdens branden en
ongevallen. Verder nemen zij deel aan de veiligheidsketen tijdens de fases: proactie, preventie en
preparatie.
Politie (blauwe kolom): treedt op bij ongevallen en rampen. De taak is vooral regulerend.
Medische hulpverlening (witte kolom): is de ambulancedienst, per regio wordt de ambulancezorg aan
één partij toegewezen, de zogenoemde regionale ambulance voorziening (RAV), zij richten zich vooral
op kleine opgevallen en medische spoedsituaties. Bij grote spoedorganisaties bestaat de GHOR. De
GHOR coördineert de gehele organisatie voor medische hulpverlening bij rampen en crises. Bij echt
grote incidenten wordt uitgebreid naar de Geneeskundige Bijstand (GGB).
Bevolkingszorg (oranje kolom): wordt verzorgd vanuit de gemeente en zijn vooral uitvoerend
betrokken bij het onderwerp bevolkingszorg. Hun taken liggen op het gebied van het geven van